Bijna vakantie!

Over vijf dagen is het alweer zover: dan begint mijn kerstvakantie! Maar voordat ik me in die vijf weken reünies, vrijheid en lol stort, moet ik hier in Finland nog een boel afmaken. Vorige week heb ik veel van mijn vrienden voor het laatst gezien dit jaar, en deze week ga ik op de universiteit en voor mijn studie veel afronden. Ik doe het zodat ik in Nederland vrij kan zijn, maar hoe je het ook wendt of keert: de eerste helft van december staat in het teken van eindes.

IMG_20181117_155410

Zoals het einde van de dag in Jyväskylä op deze foto van een maand geleden. Vet soepel bruggetje.

December begon met de laatste keer D&D’en met een groep waarmee ik al bijna drie jaar speel. In het spel staan we op het punt in te breken in het landhuis van een machtige tovenares, waar we voor een groot deel van het avontuur naar opgebouwd hebben, dus mooie cliffhanger voor zes of zeven weken.

En dat was niet de enige laatste D&D-sessie van het jaar, want donderdag (bevrijdingsdag van Finland, dus een feestdag) doorbraken de spelers van de groep waarmee ik sinds september speel, de piratenblokkade van een havenstad en konden ze eindelijk naar een nabijgelegen Prinsendom reizen. Geen cliffhanger, maar een einde van de ene reis en het begin van een andere is ook een goede plek om een lange pauze in te lassen. Een betere plek, zelfs…

IMG-20181003-WA0000

Oostwaarts! (Ook heb ik geëxperimenteerd met hoogtelijnen ipv icoontjes voor bergen.)

Ook was afgelopen dinsdag de laatste Magic-draft van het jaar (waarin ik dacht eens iets aggroïgs te spelen en finaal in de pan werd gehakt), en afgelopen vrijdag de laatste keer oefenen met de band hier (waar we dingen opgenomen hebben voor twee demo’s, dus hopelijk hebben jullie wanneer jullie het horen niet door hoe moeilijk ik die nummers vind). Dus dat was de leuke week. Komende week wordt serieuzer.

Dan is namelijk mijn laatste les van het jaar, de laatste vergadering met mensen in Jyväskylä, en de laatste daadwerkelijke dag van mijn jaar in Finland (donderdag, red.). Ook leg ik de laatste hand aan een artikel en hoop ik eindelijk mijn copyrightdiscussie met Disney af te sluiten, dus dan is er ineens vet veel af. En kan er vet veel nieuws beginnen, zowel op studiegebied (artikels gepubliceerd krijgen, mijn data in een online databank gooien) als op vriendengebied (D&D in het Nederlands zonder Skype, muziek maken, bioscoop).

IMG_20181125_134140

Tijdens die laatste D&D-sessie hadden we ook tijd voor artistieke foto’s.

Het mag dan even een drukke periode zijn, maar ik kijk ernaar uit om klaar te zijn. Om vrij te zijn in Nederland en iedereen weer even te zien. Ik kijk er zelfs méér naar uit dan de vorige jaren. En dat terwijl ik in Finland ook steeds meer heb om achter te laten. Ik wil niet zo ver gaan dat ik weer graag in Nederland zou wonen of zo, maar het is misschien wel een teken dat de reden dat ik uit Nederland wegging, langzaamaan wegzakt. Natuurlijk is Den Haag (de stad, red., niet de overheid of zo, want daar weet ik niks meer van) nog steeds (irrationeel) kut, en natuurlijk zijn er in Nederland buitenproportioneel veel mensen waar ik het liefst niks mee te maken wil hebben, maar dat is niet per se de overstemmende tendens meer.

Maar een andere reden dat ik nu liever naar Nederland kom dan de voorgaande paar jaar, is ook dat mijn einde hier in Finland in zicht komt. Vooral nu ik een iets langere periode wegga, voelt dat confronterend dichtbij. Misschien nog een jaar, of anderhalf, als het tegenzit, en dan moet ik iets anders gaan doen met mijn leven. Dan moet ik kiezen of ik echt naar Nederland terug wil, of ergens anders iets heel nieuws wil beginnen.

Want in Finland blijf ik niet, dat was altijd maar tijdelijk. Geweldig, maar tijdelijk. Of: geweldig, wánt tijdelijk?

IMG_20181206_110016

Mijn schaduw wordt langer. Jeetje, zoveel metaforen voor eindes!

Maar dat is voorlopig wel genoeg gewauwel: ik kom in ieder geval binnen een week weer even op vakantie!

Advertenties

De bar van al mijn werelden

“Dat was Float Away, van De Auteur, beschikbaar op Soundcloud”, zegt de geanimeerde metalen stem van de radio-dj. Het volgende nummer begint meteen, en vanaf de eerste pianonoten herken ik “Guiding Light” van IQ. Rare keuze, voor een radiozender, maar het is dan ook een rare radiozender.

De muziek is het enige geluid hier. De barman stoft voorzichtig de flessen drank achter de bar af en verder is er niemand. Alleen ik, op een barkruk, met een glas thee. Het is niet eens echt goede thee, ik kon kiezen uit oude kamille of framboos, alleen suiker. Geen honing of melk. Maar ondanks de kleur van het zakje en de verkreukelde inhoud, is het de beste kamillethee die ik ooit heb gehad. Misschien heeft dat vooral met de sfeer te maken.

DSC03825

Buiten de ramen

Het licht van de ondergaande zon werpt lange oranje strepen over de bar en de flessen erachter. Vier uur ‘s middags, doordeweekse herfstdag, er is geen rustigere plaats in de stad. Ik kom hier graag, in deze bar, verborgen in een schaduwrijke nis van het centrum. Elke dag ziet het er anders uit, van yurt tot tempel tot bospad. Geen idee waarom er altijd zoveel verandert. Misschien is dat wel gewoon hoe het leven werkt.

Volgens mij vinden de mensen die ik mee naar binnen neem het ook geen onaangename plek, maar niet iedereen is zo tevreden. Dat kan niet. Sommige zullen vast weggaan en nooit meer terugkomen. Of misschien komen ze alleen maar terug omdat ík er ben, en ze bereid zijn dat offer te maken voor mij. Dat hoeft niet per se, hoor, ze mogen ook naar andere bars gaan als het daar veel gezelliger is. Er zijn genoeg bars. Maar voor mij is deze speciaal.

IMG_20181109_184046

Voor de sfeer maakt het niet uit of de thee slecht is

“Iets sterkers, misschien?” vraagt de barman, en hij pakt m’n lege theeglas weg. “Ik zal voor de volgende keer meer thee inslaan.”

De eerste paar coupletten van “Guiding Light” zijn voorbij en het instrumentale middelste deel is net begonnen.

“Dank je. Ik ben voorlopig voorzien.”

“Het is leeg vandaag. Zware dag?”

Ik knik. Zware dagen zijn niet erg, zolang ik maar een uitlaatklep heb om aan het einde mee tot rust te komen. Zoals deze bar, en iedereen die ik er uitnodig. Niet dat ik vandaag veel mensen heb uitgenodigd. Alleen degenen die per ongeluk komen aanwaaien, om wat voor reden dan ook.

“Wat vind je van de indeling vandaag?” De barman gebaart groots om zich heen.

Houten krukjes bij houden tafels, ruw alsof het gewoon onbewerkte plakken van een enorme boomstam zijn. Flakkerende kaarsen, smoezelige raampjes, netten en zeventiende-eeuwse scheepsroeren aan de muren. “Sfeervol. Precies goed.”

De barman grinnikt en gaat verder met z’n flessen. Het instrumentale deel maakt plaats voor een couplet, en daarna een refrein met piano-outro. Dit keer zegt de dj niks wanneer het nummer eindigt, maar gaat de zachte synthesizer soepel over in die van “Childhoods End?” van Marillion. Rare radiozender.

De barman maakt de flessen schoon. De zon glijdt langzaam omhoog, het plafond op, en de kaarsen vullen de achtergebleven duisternis op met schaduwen. “Childhoods End?” eindigt, en de radio blijft stil. Ik duw mezelf omhoog, trek m’n jas aan en zeg: “Bedankt, weer.”

“Ik doe niks”, antwoordt de barman. “Ik ben hier alleen maar.”

“Precies.”

DSC04074

In de stad

Ik stap naar buiten en kijk omhoog, langs de grijze flats en kale bomen van de stad, langs de zwartgeverfde lantaarns en de reclameborden in de verte, naar de groeiende duisternis van de wolken.

“Sorry dat ik je hierheen blijf slepen”, mompel ik, tegen niemand die het buiten kan horen. “Als je een beter idee hebt…”

Dan loop ik weg, het laatste nummer van de radio neuriënd.

Mijmeringen van een expat

Dus ik geef les. Wie had gedacht dat ik dat ooit nog zou durven, na m’n desastreuze uitstapje naar de leraaropleiding bijna tien jaar geleden? En durven is niet het enige wat ik het doe: ik vind het zelfs leuk! I know, echt idioot. Maar wel goed voor m’n zelfvertrouwen. Misschien moest ik iets ouder zijn, of iets oudere slash beleefdere studenten hebben (blijkbaar zijn brugklassers niet de beleefdste mensen ter wereld). Wat het ook is, het werkt.

IMG_20180906_233556

May verwoordt het treffend.

Het vak dat ik geef is geen vak in de traditionele zin van het woord: ik begeleid bachelorscripties, en daar gaan een aantal contacturen mee gepaard waarin ik uitleg hoe de studenten academisch Engels moeten schrijven en hoe ze een beetje degelijk onderzoek kunnen doen en waarin ik vooral vaak zeg dat hun onderzoeksvragen te algemeen zijn. Wat ik ervoor terugkrijg zijn bezorgde blikken. Dus als ik terugdenk aan m’n eigen bachelorscriptie gaat dat helemaal de goede kant op.

De rest van dit schooljaar geef ik elke twee weken twee uur les. Dat klinkt niet als veel, maar ik vind het eerlijk gezegd heel wat. De voorbereidingen en het huiswerk kosten me al dágen. Het is vooral druk naast het reviseren van m’n tweede artikel, dat hopelijk in november gepubliceerd wordt, en m’n tweede D&D-groep, waarmee we tot nu toe elke zondag in september en oktober hebben gespeeld. Élke zondag. Met zes man! Ik weet niet hoe dit wonder heeft kunnen plaatsvinden.

Maar nu ik zoveel nieuwe mensen leer kennen (studenten, D&D-spelers) en alles (even) soepel gaat, valt het me op hoe erg ik me thuis voel in Vaasa. (En een interview dat ik gaf over m’n leven hier, hielp vast ook.) Sure, ik spreek amper Fins, maar wanneer ik het om me heen hoor, kan ik het redelijk volgen, en ik spreek het genoeg om me te redden in supermarkten en restaurants. En daarnaast spreekt iedereen op de universiteit en in de D&D- en Magic-groepen Engels (en niet alleen voor mij, gelukkig). Het is blijkbaar niet nodig om een taal te spreken om je ergens thuis te voelen.

DSC04089

We sloten de fotoshoot voor bovenstaand interview af met een drankje. Dat ik in het Engels bestelde omdat ik niet wist wat “warme chocolademelk” was in het Fins. Ik red me niet áltijd.

Maar ik woon hier dan ook al bijna drie jaar. Natuurlijk mis ik iedereen in Nederland, maar ik merk dat ik hier ondertussen ook een leven heb, met alle voor- en nadelen van dien. Het is hier moeilijk om met willekeurige mensen op straat spontaan een praatje te maken, maar het is heerlijk om een outsider te zijn. Ik heb de helft van de tijd geen idee wat er om me heen gebeurt, maar dat is ook nergens voor nodig. Ik ben geen onderdeel van de cultuur, dus ik ben vrij. Natuurlijk ga ik ooit weg, dat weet ik al sinds ik hier kwam, maar dat afscheid zal even pijnlijk worden als m’n afscheid uit Nederland eind 2015.

Oktober is dus een maand van wonderen. Lesgeven is leuk, m’n tweede artikel wordt gepubliceerd, elke zondag D&D, en ik heb een leven. Het enige nadeel is dat ik dit jaar niet net zoals vorig jaar in Mongolië ben. Maar in Vaasa is de herfst ook mooi.

IMG_20181014_110844

Niet kunnen wachten op de toekomst

De laatste tijd vragen mensen steeds vaker naar mijn toekomstplannen. Blijkbaar vinden ze dat het wel weer eens tijd wordt om klaar te zijn met studeren. Of misschien zijn dat mijn eigen projecties: ik werk wel steeds gestructureerder naar mijn afstuderen toe. Maar het duurt nog een paar jaar. Ik denk er best veel over na, dus, maar echte keuzes maak ik niet. Het is nog niet nodig, dus ik kan lekker blijven mijmeren op basis van de huidige relaties met vrienden en familie, dingen die me in de nabije toekomst te wachten staan (zoals lesgeven en artikelen gepubliceerd krijgen), mijn dieet en zo… Kortom, mijn gemoedstoestand.

IMG-20180313-WA0000

Zelfs Cashew vraagt er soms naar!

Soms denk ik, ik kan ook gewoon niet teruggaan naar Nederland. Nooit. Gewoon blijven reizen, overal nagenoeg anoniem, zo ver weg mogelijk van alles wat als ‘normaal’ gezien kan worden. Met mijn anderhalf jaar in Den Haag heb ik al bewezen hoe goed ik ben in een ‘normaal’ leven. Naar zoiets wil ik liever niet terug. Dan kun je zeggen dat dat één poging was en dat niet al het ‘normale’ leven zo hoeft te zijn, en daar is mijn verstand het enigszins mee eens, maar mijn gevoel zeker niet. Die schreeuwt alleen maar heel hard: ‘Geef me nog even!’ Dat schreeuwt hij ondertussen al drie jaar.

Maar soms denk ik, hoe kan ik ooit níét teruggaan naar Nederland? Ik heb er zoveel vrienden en familie, zoveel warmte, het is al zo lang een soort van veilige basis, zij het abstract, en het lijkt me geweldig om een keer een écht sociaal leven te hebben (in plaats van een social-life-by-proxy via sociale media en de paar weken per jaar dat ik er ben). Hoe kan het überhaupt in me opkomen dat ik dat allemaal nóg veel langer zou willen opgeven? En daarnaast heb ik afgezien van Nederland geen constructieve plannen, en misschien wil ik ook wel eens een vaste baan en een huis ergens in een suburb van de Randstad of zo. Bij een bos of een strand, dan. Een inkomen en rust. Dat is een langetermijnplanning.

IMG_20180901_094344_405

De schoenen zijn er klaar voor.

Maar heb ik een langetermijnplanning nodig, dan? Voor mij zijn alleen de twee extremen reële opties: óf ik plan alles, ga aan mijn wetenschappelijke carrière werken en koop een huis in een rustige wijk of zo, óf ik plan niks, ga de wereld over wandelen en word instafamous met m’n honderd jaar oude schoenen met verschillende kleuren veters. Alles ertussenin (zoals, ik koop een huis en zie wel wat er gebeurt) is veel te richtingloos. Misschien kun je die tweede optie dan eigenlijk ook een langetermijnplanning noemen. Ik heb al uitgerekend dat het me 11 jaar zou kosten om van Amsterdam naar Buenos Aires te lopen, als ik 10 km per dag loop en een boot neem van Vladivostok naar Anchorage.

Dus ik plan dingen. Dat is geen verrassing. Misschien is dat het probleem wel: voor mijn PhD kan ik momenteel weinig plannen. Ik moet vooral afwachten tot mensen mijn artikelen hebben beoordeeld en Disney me toestemming geeft hun teksten te publiceren. Ik begrijp wel waarom mensen steeds vaker naar mijn toekomstplannen vragen. Ik vind zelf ook dat het wachten lang duurt. En zolang ik niet echt dingen doe waarvoor ik specifiek in Finland moet zijn, zoals vakken volgen of geven, waarom ben ik er dan nog?

IMG_20180809_223101

Ik bedoel, sure, de nachtelijke barbecues zijn een voordeel…

Praktische redenen, zoals dat ik met mijn huidige inkomen niet echt het soort woning kan huren of kopen dat ik wil. Maar dat is ook maar een front, want praktische redenen zijn zelden goede redenen. Erachter zit de bovengenoemde vage angst voor vastheid of serieusheid. Of misschien is het wel meer een afkeer. Angst en afkeer lijken toch op elkaar. Misschien schreeuwt mijn gevoel eigenlijk wel: ‘Hou het bij me weg! Laat het niet dichterbij komen!’ Maar ik ben nu ook niet de wereld over aan het wandelen. Dat lijkt ook weer wat extreem om te doen wanneer ik artikelen moet schrijven en bereikbaar moet zijn. Het is een fijne gedachte om te hebben wanneer het leven iets té saai wordt; ik kan altijd nog weg. Nu nog niet, maar over een jaar of zo.

DSC03738

In Ulaanbaatar hebben ze bijvoorbeeld ook een universiteit om aan te werken.

Misschien is op dit moment Finland wel precies ver weg genoeg. Niet de bekende serieusheid van Nederland en ook niet de onzekere isolatie van een wereldreis zolang ik nog niet geslaagd ben. Geef me nog even.

De laatste warmte van een bevroren nacht

Het is koud in het Lapse dorp. Winter, natuurlijk, en eeuwig donker. De wind huilt door de bomen en over het dichtgevroren meer jaagt een wervelwind van sneeuw. De trein schuift over een knarsend spoor het station binnen en komt stomend tot stilstand aan het perronnetje. Op dit uur is de stroom forensen allang opgedroogd, en de enige toeristen die dit gebied bezoeken, hebben off-roadauto’s en sledes en sneeuwscooters. Die gebruiken geen treinen. Er stapt één reiziger uit.

DSC02533

De man kijkt even om zich heen, ademt dankbaar de frisse lucht in na uren in het artificiële klimaat van de trein, maar lang blijft hij niet staan. Zijn voetstappen in het tapijt van bevroren sneeuw verbrijzelen de stilte. Ergens in het dorp wacht zijn hotel; een warme douche en een warm bed na een kille reis. Misschien aan de overkant van het spoor, of een paar straten verderop aan het meer. Het is ergens, in ieder geval.

Waar het ook is: hij gaat er niet heen. Hij negeert de lichten van de restaurants en bars langs de straten en beent verder, langzaam weg van de lichten, de duisternis van de eeuwige Finse nacht in. De gebouwen maken plaats voor plukken berkenbos en bemoste zwerfkeien. De straat gaat over in een snelweg en de stoep verdwijnt. Niet dat de reiziger veel had aan de stoep: in de sneeuw is alles hetzelfde.

DSC02561

Hij is moe. Zijn wekker ging in een oord waar zelfs ‘s winters daglicht komt, maar niet op dat tijdstip. Hij pakte zijn spullen in in een kleine dagrugzak, dat was alles wat hij nodig had. De trein sleepte hem het hele land door, langs akkers en gemêleerde loofbossen en steden waar sneeuwstormen door de kaarsrechte straten schreeuwden, langs meren en uitgedunde berkenbossen en dorpen waar buiten de oude huizen en rokende schoorstenen alleen goederentreinen met stapels besneeuwd hout zich samenpakten.

Op het eerste gezicht is dit dorp hetzelfde als alle andere. Gewoon één van de tientallen die vooral fungeren als verzamelplaats voor goederentreinen en winterfanaten. Maar winterfanaten alleen als ze niet willen skiën of schaatsen, want hier wacht hen alleen de hondenslee. Het is de laatste halte, een kopstation, dat is het enige dat het onderscheidt van de andere dorpen. Nou ja, dat, en de reden dat de reiziger juist hier is uitgestapt. Zijn eigen reden.

DSC02777

De weg leidt langs het meer, onzichtbaar in de intense duisternis. Verkeer is hier zo schaars dat er nooit straatverlichting is geïnstalleerd. Het maakt de reiziger niet uit. Hij beent door, hoofd naar beneden tegen de windmessen en ijsflarden. De warme douche en het warme bed van zijn hotel komen niet eens in hem op. Dat is iets voor later. Eerst dit.

Bij een afslag slaat hij af. De platgereden ijzellaag over het asfalt maakt plaats voor een pad dat bestaat uit een paar smalle bandensporen. Hier en daar staan wat clusters bomen. Links is misschien een bos, en rechts misschien nog steeds wel het meer. Wat de reiziger wel zeker weet, is dat aan het einde van het pad een tent staat. ‘s Zomers is het een redelijk populaire camping, maar nu is deze tent de enige.

De reiziger klopt op het canvas. Er schuift wat sneeuw naar beneden; geen reactie. Hij klopt nog een keer. Langzaam wordt de rits op een kier getrokken, en wanneer de avonturier die erin ligt, de reiziger ziet, ritst ze de tent verder open en stapt ze naar buiten. In haar wijde T-shirt en korte broek lijkt ze een geest. Haar schoenen staan bij een poort ergens ver weg, maar naast de tent staat een sneeuwpopje.

DSC03121

‘Ik sliep bijna,’ zegt ze.

‘Sorry,’ zegt de reiziger. ‘Het is te laat inderdaad. Ik… Ik wilde zeggen dat ik trots op je ben. Op hoe je blijft zoeken en keuzes blijft maken. Op hoe je om jezelf denkt en niet alleen om anderen. Ik ben trots op je reis.’

De avonturier wrijft even in haar ogen. ‘O.’

Wanneer ze weer op kijkt, loopt de reiziger al weg.

‘Ga naar binnen,’ zegt hij. ‘Je bevriest.’

Ze grinnikt. ‘Jij ook. Doe je jas dicht.’

‘Eindelijk durf je dat te zeggen.’

Hij knoopt zijn jas dicht, maakt een diepe buiging en vertrekt. De avonturier kijkt hem even na, totdat er een rilling door haar lichaam schiet en ze zich huiverend haar slaapzak in worstelt. Wanneer ze de tent dichtritst, blijft de reiziger staan.

‘Ik hou van je,’ mompelt hij. ‘Vaarwel.’

DSC02559

De reiziger stapt terug het licht van de straatlantaarns in, en de avonturier is eindelijk echt alleen. Alleen als een geest in een Lapse sneeuwstorm. Alleen en vrij. En de reiziger denkt eindelijk aan een warme douche en een warm bed.

Het einde van oude angsten?

Ik probeer elke dag ongeveer een uur te wandelen, maar met deze hitte is dat de laatste tijd niet zo rustgevend als ik had gehoopt. Het is al weken tegen de dertig graden, en zelfs als de wolken zich samenpakken voor een stortregen of een flinke storm, is het meteen daarna weer snikheet. Maar zo zal het overal ten zuiden van de straalstroom wel zijn, dus ik stop met klagen. Even.

Er zijn veel wandelroutes in de buurt waarmee ik een uur zoet ben. Vorig jaar was m’n favoriet de route achter de Minimani (enorme supermarkt, red.) langs en door een hele bups parken, maar omdat de laatste helft van die route meestal langs één van de autowegen aan die kant van Vaasa leidt, ging het snel vervelen. Het jaar daarvoor, m’n eerste in Vaasa, liep ik veel door de binnenstad, maar nu ik die ken, merk ik dat daar relatief weinig wind (voor verkoeling) of natuur (voor de rust) is.

IMG_20180801_122040

Nog niet eens halverwege voordat ik uitgedroogd ben…

M’n wandeling deze zomer is rechtlijniger: een rondje om Onkilahti. Eigenlijk ligt het voor de hand, want is Onkilahti een enorm meer in het midden van Vaasa met een park eromheen, en daarnaast scheidt het mijn appartement van de universiteit. Elke keer dat ik naar de universiteit ging, liep ik al om het halve meer heen. Dus nu ik minder op de universiteit hoef te zijn, loop ik er gewoon helemáál omheen. Vet wild.

Het is een fijne route, bijna verlaten en met genoeg schaduw, maar het doet me wel aan de universiteit denken. En dat is opeens vervelend. Hoewel ik nu ik al m’n vakken heb afgerond en officieel aan de universiteit van Jyväskylä studeer in plaats van de universiteit van Vaasa, er vrijwel nooit meer hoef te zijn, komt daar misschien komende september verandering in. Ik heb door de wijnstok gehoord (ja, dat is een uitdrukking) dat ik dit academische jaar misschien het bachelorvak voor scriptiebegeleiding mag geven. En ondanks dat er nog niks officieel is en het niet eens zeker is of ik dat vak ga geven, ben ik alvast voorzichtigaan zenuwachtig aan het worden.

IMG_20180727_153825

Van die dreigende universiteitsschoorstenen zou iedereen zenuwachtig worden.

Begrijp me niet verkeerd, ik zou het fijn vinden om ervaring op te doen en het lijkt me ontzettend leuk om scripties te begeleiden (en sowieso om les te geven). Lesgeven is een groot deel van m’n toekomstige werk, als het goed is, en het is één van de redenen waarom ik door blijf gaan met m’n PhD. Maar het is ook het eerste echte vak dat ik zou gaan geven. En dat is superspannend.

Maar niet meer zo spannend als een paar jaar geleden. Zoals sommigen misschien weten, had ik niet per se een goede eerste kennismaking met het beroep van leraar. M’n anderhalve jaar lerarenopleiding Engels had misschien beter lerarenopleiding CKV (of KCV, voor de cultuurbarbaren) kunnen zijn, want het was een drama (snap je? drama? ik ben hilarisch). Maar ik groeide daarna langzaam op en deed voorzichtig wat meer ervaring op met presenteren tijdens m’n bachelor en master. Presentatieskills heb je altijd wel nodig, denk ik. M’n gastcolleges in Leiden gingen me al veel comfortabeler af dan het lesgeven aan pubers – en waren zelfs een succes, als ik de feedback mag geloven (hoewel ik nog steeds niet zover ben dat ik dat echt kan).

IMG_20180721_152700

Maar, om even een kazige one-liner aan te halen, achter de wolken schijnt de zon!

Misschien zou ik met dit vak m’n angst voor het lesgeven eindelijk echt kunnen overwinnen. Als ik word aangesteld als docent, wordt het een stressvol jaar, en druk, met alle lesvoorbereidingen en de stapels huiswerk, maar ook leerzaam. Vroeger, en zelfs aan het begin van m’n PhD nog, was ik bang dat ik dat niet aan zou kunnen. Dat als ik elke week voor de klas zou moeten staan, ik als een doormidden gebroken wrak zou wegzinken en binnen de kortste keren m’n bed niet meer uit zou kunnen komen. Nu niet meer.

Daar denk ik over na tijdens het wandelen. Het is niet alleen fijn om even buiten te zijn en rustgevend om geen blauw licht in m’n ogen gestraald te krijgen, maar ook therapeutisch om niks anders te kunnen dan nadenken. Maar niet nu. Ik kan niet wachten op het einde van de hittegolf.

DSC04063

Nu m’n tas inpakken voor een lang weekend Boedapest!

Welkom terug!

Oké, dus zonder de discipline van een vaste structuur vergeet ik blijkbaar dat m’n blog bestaat totdat iemand me er vier maanden later aan herinnert. Niet dat er de afgelopen tijd veel bijzonders gebeurd is, maar in ieder geval wel meer dan niks. Geen één groot ding waar ik eindeloos over uitweid, dus, maar wel tijd voor een update: welkom op het Dwaalspoor 2.0!

 

De wedstrijd

DSC04062

Verplichte reconstructie van m’n schrijfproces

Het belangrijkste dat ik de afgelopen maanden heb gedaan, denk ik, is meedoen aan een verhalenwedstrijd. Ik schrijf nooit echt korte verhalen, dat vind ik al snel te beperkend. Verhaallijnen moeten klein zijn en je kunt je werelden niet te uitgebreid maken, wat precies is wat ik graag doe. Maar ik had wat tijd over in maart, kwam een sci-fi/fantasy-wedstrijd tegen en schreef in een creatieve bui de deadline in m’n agenda. Ik mocht maximaal twee verhalen insturen, dus ik, scherpschutter als ik ben, stuurde er twee op.

Daarna vergat ik het eigenlijk een beetje, want het werd drukker met m’n studie en m’n volgende boek en zo. De paar vrienden die ik erover had verteld, bleven optimistisch, maar ik had al eens eerder meegedaan aan een verhalenwedstrijd en die had ik verloren, dus ik verwachtte er niet al te veel van. Dat is ook beter voor m’n zelfvertrouwen. Schrijven vind ik belangrijk genoeg om onzeker over te zijn.

Halverwege april kreeg ik een mail dat allebei m’n verhalen op de longlist geplaatst waren. De longlist bleek een soort tussenstadium te zijn: van de bijna zeventig verhalen waren er veertig uitgekozen. En daarvan zouden er vijfentwintig ook echt gepubliceerd worden. De laatste twee weken van april kon ik er niet meer niet te veel van verwachten: ik stond al op de longlist! Natuurlijk had ik 65% kans gehad dat ik daarop kwam (keer twee, want twee verhalen, dus eigenlijk 130%), maar toch. Het leidde wel af.

Eind april kreeg ik een mail met de shortlist (de lijst verhalen die gepubliceerd worden, red.), en de opbouw van de afgelopen alinea’s zou wel een beetje voor niks zijn als m’n naam niet ook op die lijst had gestaan, dus. En niet één keer: gewoon allebei m’n verhalen waren gekozen! Eind mei worden er dus twee korte sci-fi-verhalen van mijn hand gepubliceerd: bestel de bundel hier alvast voor als je wilt lezen wat voor geweldigs m’n bijdrages geweest moeten zijn!

 

De basgitaar

IMG-20180319-WA0000

Dit is hem! Foto genomen met m’n mobiel, sorry voor de pixels.

Misschien hebben sommigen van jullie dit al op Instagram of WhatsApp gezien, maar in februari was het vijf jaar geleden dat ik voor het laatst een elektrische basgitaar in m’n handen had gehad. Oké, dat is niet helemaal waar, maar wel grotendeels en het klinkt dramatisch. Ik merkte dat vijf jaar wel erg lang is. Te lang, eigenlijk, voor iemand die zegt dat hij van muziek houdt.

Dus ik vroeg rond op Facebook, werd uiteindelijk verwezen naar een site voor Finse muzikanten (zonder Engelse versie, dus voor m’n taalvaardigheid was het ook goed), en plaatste een oproep voor een band. Vaasa is best een goede stad voor de muziek, maar vooral voor de death metal. Niet per se waar ik naar op zoek was (ik luister er niet echt naar en had het nog nooit gespeeld), maar ik was bereid te leren. Víjf jaar!

Zoals overal ter wereld, zijn in Vaasa bassisten een zeldzaamheid. Ik werd uitgenodigd voor drie bands en besloot auditie te doen voor een ervan: een melodic death metal-band met albumambities en een gaaf/kitsch wolventhema. Ik speel nu een paar maanden mee en het tempo is moordend voor m’n armspieren (ik ben te koppig en te wannabe-Geezer Butler om een plectrum te gebruiken), maar het is heerlijk om weer te spelen. We zoeken nog een gitarist (dus als iemand er een in Vaasa kent, houd ik me aanbevolen), dus ik hoop dat we ons album kunnen opnemen voordat ik klaar ben met m’n studie!

 

De studie

DSC04056

M’n bureau raakt er wel lekker vol van

Speaking of… Het derde grote ding in m’n leven! Wat studie betreft is er weinig nieuws. De afgelopen maanden heb ik gegevens verzameld, samengevat, geordend en lichtjes geanalyseerd, en ik ben nu net twee weken bezig met m’n artikelschrijfmarathon van deze zomer. Het idee is dat ik drie tot vijf artikelen publiceer om te slagen (of een boek schrijf, maar artikelen zijn beter, schijnt). Ik heb nu een hele bups data verzameld, dus ik kan qua materiaal voor artikelen even vooruit.

Maar het is wel vermoeiend. Het vereist veel tijd en concentratievermogen om een beetje een coherent en overtuigend artikel te schrijven, vooral als ik me bedenk dat de kans klein is dat het geaccepteerd wordt en dat het maanden of soms zelfs jaren kan duren voordat het in een wetenschappelijk blad verschijnt. Als ik deze zomer drie artikelen weet te schrijven, is er volgende zomer misschien één gepubliceerd. Dat houd ik mezelf voor. Geen idee of het realistisch is.

En zo niet, flans ik even snel een boek in elkaar. Dat kan ik ondertussen wel.

Maskerval komt er nog steeds aan hoor!