De Witte Poort

Net zoals vorig jaar rond deze tijd, gebeurt er niet zoveel. Ik werk vooral hard aan m’n studie, speel D&D en Magic in de weekenden, en typ ‘s avonds af en toe eens wat aan een verhaal. Het sneeuwt om de dag, is gemiddeld nog steeds -10 en overal is het spekglad, dus ik kom ook niet vaak buiten of zo. Komende zomer plan ik een eerste draft van m’n proefschrift af te hebben en weer even naar Nederland te komen (want m’n verstandskiezen moeten eruit), maar nu ben ik dus nog hard bezig.

Daarom dacht ik, tijd voor een verhaaltje! Heb je ooit gehoord van de Witte Poort? Leuk om eens heen te gaan hoor. Wie weet wat je er vindt…

 

De Witte Poort

DSC03856

Verstuivend zand! Oeoeoeoeoe!

‘Ooit gehoord van de Witte Poort?’

‘De wat?’

‘De Witte Poort. Het is een, eh, nou ja… witte poort. Op Tenerife. Van één van die stranden is het tien minuutjes zwemmen, maar er zitten vaak haaien, dus eigenlijk doet bijna niemand dat.’

‘Of ze gaan met een roeiboot.’

‘Ja, of… dat. Maar ik ging dus zwemmen, en—’

‘Ik heb hem wel gezien, trouwens, die poort. Maar m’n vrouw had er geen zin in. We konden zo snel geen boot vinden en het was tien euro per persoon, dus ja…’

‘Laat hem uitpraten.’

‘Ja ja. Wanneer was je er?’

‘Vorige week, met m’n gezin. Leuke vakantie hoor. Maar goed—’

‘O ja, leuk. Ik was er twee jaar geleden.’

‘Juist, oké. Dus tien euro per persoon, inderdaad, en dan mag je naar binnen. Als je door die poort stapt, op zo’n piepklein rotsje naast Tenerife, dus, moet je door een klein gangetje, en dan kom je uit bij een ijskoud dorpje ergens middenin de bergen, echt met mist en ijzel en alles. Op een berghelling, ligt het, vrij stijl. En dan—’

‘Dus… huh? Je loopt door een tunnel naar… waar?’

‘Laat hem nou gewoon eens vertellen!’

‘Door een tunnel ja, maar niet zo’n lange. Je verwacht niet dat je ineens op de zuidpool zit of zo. Maar daar leek het dus wel op. We kregen daar allemaal dikke bontjassen en zo, en van die kaki avonturierskleding alsof we allemaal Indiana Jonesen waren, en—’

‘“Indiana Joneses”, lijkt mij.’

‘Ik dacht “Indiana’s Jones”.’

‘Nu praat je er zelf doorheen, hè?’

‘O, sorry.’

‘Hoe dan ook, we waren dus verkleed als avonturiers met bontjassen, en er was een gids die ons meenam de berg op, door allemaal kleine straatjes met sneeuw en zo. Hartstikke glad en je zag geen hand voor ogen. Totdat we helemaal boven waren. Toen was de mist ineens weg.’

‘Raar man.’

‘En we stonden bovenop een muur, met van die middeleeuwse kantelen en torentjes om de zoveel meter, beetje Russische of Aziatische stijl, en aan de andere kant was een veld, rotsachtig en met gras en zo, dat zo’n twintig, dertig kilometer doorliep, denk ik. En daarachter was weer een berg, en erop stond een enorme, echt… prachtige stad. De daken glinsterden in de zon, echt heel indrukwekkend. En de gids zei: “Dit is de Poort naar Ulaanbaatar, de grootste verboden stad ter wereld”. Echt een privilege, schijnt, om dat te zien.’

‘Ulaanbaatar, de hoofdstad van Mongolië?’

‘De enige echte. Ik heb misschien nog wel een foto op m’n telefoon, even kijken…’

‘Kon je er ook in?’

‘Zeker, er waren wandelaars buiten de muur. Je kon erheen hiken. Hebben wij ook gedaan. O nee, ik kan geen foto meer vinden. Maar ja, als je de kans krijgt…’

‘Dus van Tenerife is het een dagwandeling naar Mongolië?’

‘Ja.’

‘Goh. Ik ga morgen eens kijken voor tickets.’

DSC03778

Sorry, Ulaanbaatar zelf is niet te zien…

Advertenties

Valentijnsupdate

Valentijnsdag! De dag dat iedereen bla bla bla. Zo, dat lijkt me wel weer genoeg standaard valentijnsbegin. Ik dacht, ik grijp vandaag even de kans aan om m’n liefdesleven uiteen te zetten. Hoewel dat misschien nogal stom klinkt, kan het best verhelderend zijn om er overzicht in te krijgen. Hoop ik. En anders is het op z’n minst fijn voor anderen om wat vergelijkingsmateriaal te hebben. Jullie doen het niet zo slecht als je denkt, hoor!

Vrouw

Even een oud liefdesgedichtje tussendoor!

Dus hoe zag dat er de afgelopen drie jaar uit? Niet heel spannend of zo. Zo heb ik een jaar Tinder geprobeerd, zoals iedereen. Dat bestond vooral uit foto’s kijken, me afvragen wat mensen bezielde om die foto’s te uploaden, en naar links swipen. Soms had ik wel eens een match, hoor, met iemand die wel leuke foto’s had en een leuke profieltekst, en soms had ik zelfs een gesprek, maar ook dat was raar. Wie had ooit kunnen denken dat het ongemakkelijk is om te proberen een relatie te beginnen op basis van wat foto’s en drie zinnen?

Maar toch een jaar gedaan. Dat klinkt best lang. Zo voelde het niet, hoor; zo’n fervent Tinderer was ik nou ook weer niet. Ik keek er misschien een of twee keer per week op. Er waren weinig nieuwe mensen in Vaasa, en de meesten daarvan leken me raar of waren vooral op zoek naar one-night-stands. Ik kwam erachter dat ik best kieskeurig ben. En dat dat ook mag. Je kunt iemand nog zo leuk vinden: als hun idee van een relatie heel anders is dan het jouwe, is het alleen maar vermoeiend om daar iets mee te doen. Dat is niemands schuld. Dat gebeurt gewoon.

IMG_20190128_122333

Valentijnsdag in Finland! No one cares!

Voor de mensen die vaker m’n blog lezen: weet u die supermarktmedewerkster met het blauwe haar nog? Ik heb haar dus een keer mee uit gevraagd, maar hoewel ze erg gevleid reageerde, had ze een vriend, dus dat zag ze niet zitten. En ik vond het niet eens erg om zo afgewezen te worden. Het was de eerste keer dat ik iemand ‘in het wild’ mee uit vroeg, het was supereng, dus het was al een enorme overwinning dat ik het überhaupt had gevraagd. Sinds ik dat heb gedaan, is alles wat met daten te maken heeft een stuk minder intimiderend.

Maar daten is natuurlijk niet alleen maar leuk. Eerder het tegenovergestelde. Ik heb een paar keer een date gehad (waarbij zowel mijn date als ik niet altijd even op de hoogte waren van het feit dat het een date was), en elke keer (dat ik het een date vond) was het behoorlijk spannend. Ik kon me de paar dagen ervoor amper concentreren en praatte met meer pauzes dan woorden. Heel irritant. Maar dat was de eerste keer ook een stuk erger dan de laatste keer. Het went best om vreemden te ontmoeten.

IMG_20190129_113304

Net zoals dit er eerst doods uitziet, maar dan toch ook wel mooi. I know, I know, vergezocht.

Oké, dus het went, maar wat is er dan niet leuk aan daten? De dates zelf zijn meestal best gezellig, en het is dan misschien even spannend, maar ook meestal leuk om nieuwe mensen te ontmoeten. Het probleem is dat dat gevoel zelden even wederzijds is. En dat is geen probleem als je iemand leert kennen op een feestje of, om in m’n eigen belevingswereld te blijven, een Magic/boardgames-club, maar als je probeert uit te vogelen of je een relatie met iemand kunt beginnen, is dat niet altijd even makkelijk.

Soms is het moeilijk om afgewezen te worden. Twee jaar geleden vond ik iemand een paar maanden leuk, maar ze reageerde uiteindelijk niet meer op m’n apps, dus toen begreep ik de hint. Dat was daarna een paar maanden moeilijk; ik vroeg me continu af wat ik allemaal wel niet verkeerd had gedaan. Niks, bleek, maar er was gewoon geen klik. Dat zag ik achteraf ook wel. Maar soms is niet altijd, en ik zou geen optimist zijn als ik niet ook een goed voorbeeld zou geven van worden afgewezen. Afgelopen december zei iemand na een eerste dat ze niet geïnteresseerd was in een romantische relatie, en dat vond ik geen probleem. Ondanks dat ik haar wel leuk vond. Misschien omdat ik haar minder goed kende, of misschien omdat ik tegen die tijd had geleerd ermee om te gaan. Ik hoop het tweede.

IMG_20190130_153735

En als het toch pijnlijk is, heb ik altijd nog chocoladenootjes.

Eigenlijk is het moeilijker om aan de andere kant te staan. Ruim twee jaar geleden leerde ik iemand kennen op een talencursus, en we zagen elkaar twee maanden supervaak. Ik dacht dat ze gewoon een goede vriend was – we hielpen elkaar met talen leren en keken veel Star Wars, vooral. Toen ze uiteindelijk zei dat ze me leuk vond, probeerde ik haar zo voorzichtig mogelijk af te wijzen, maar ik heb haar daarna nooit meer gesproken. Blijkbaar was ik niet heel voorzichtig.

Dat was de eerste keer dat zoiets me overkwam, maar het is wel vaker gebeurd. En het is nooit makkelijk om mensen af te moeten wijzen. Toen ik Nien laatst om advies vroeg, zei ze: ‘afkappen en wegwezen’. Op dat moment vond ik dat erg cru klinken, maar nu denk ik dat het de enige reële optie is in dat soort situaties. Sure, het is even moeilijk, maar ook dat gebeurt gewoon. Daar kan niemand iets aan doen. Moet je jezelf opofferen om met iemand anders om te kunnen gaan?

IMG_20180906_232653

Steven is hierin vrij stellig.

Vorige week zag ik Mieke weer, voor het eerst in anderhalf jaar. We hebben vijf uur in het restaurant gezeten en het was heel gezellig en vertrouwd (en soms emotioneel), maar het was een fout. De paar dagen erna was ik depressief en verward. Verdrietig, om de band die was verdwenen en die ik nooit meer zou voelen. Boos en gekwetst (nog steeds), omdat Mieke daar toentertijd zo schijnbaar moeiteloos overheen stapte en omdat we daar nu niet over kunnen praten. Maar daardoorheen was er ook liefde.

Geen liefde op de romantische manier, geen zorgen, maar misschien meer op een soort familiale manier. We zijn toch van ons 12e tot ons 25e behoorlijk intensief met elkaar omgegaan, we hebben elkaar enorm gevormd. Het was verwarrend, dus, en het is niet eens constructief, want ik kan er toch niks aan doen. Zij heeft haar leven, ik heb het mijne, en er is niks om op te lossen. Zo’n band krijg ik misschien nooit meer, maar we hoeven onszelf niet op te offeren om met elkaar te blijven omgaan. Maar als ik weer eens met haar wil afspreken, kom me dan alsjeblieft in elkaar slaan.

IMG_20190128_122719

En toen verlieten we elkaar bij het besneeuwde spoor.

Dus in de praktijk is er weinig veranderd op liefdesgebied. Ik ben nog steeds alleen, maar, zoals Elsa het zo treffend uitdrukt, wel alleen en vrij. Drie jaar geleden dacht ik dat die vrijheid niet zoveel voorstelde. Dat het een zwakke compensatie was voor het alleen-zijn. Maar nu zie ik steeds duidelijker in dat het dat helemaal niet is. Die vrijheid is heel waardevol om te hebben. Je kunt het niet zomaar voor iedereen opofferen, gewoon om maar even niet alleen te hoeven zijn. Haal je waarde uit jezelf in plaats van uit anderen, dat idee.

Maar ik quote Frozen als ik over de liefde praat, dus neem niks van mij aan.

 

 

Een nieuwe zee van mogelijkheden

Vanaf vandaag zit m’n wintervakantie er weer op. Ruim vijf weken rondreizen in Nederland, vrienden en familie zien, D&D’en, muziek maken, spelletjes spelen en feest vieren. En níét vertalen, onderzoek doen, aan m’n scriptie werken of eindeloze administratieve mails versturen. Heerlijk.

Toen ik halverwege december aankwam, was net het koudste weekend tot dan toe bezig. De temperatuur verschilde dus niet zoveel van die in Vaasa. Wat wel verschilde, was de reistijd om te D&D’en: waar ik in Vaasa misschien vijf minuten moet lopen om te spelen, moest ik in Nederland 20 minuten lopen. En twee uur in de trein zitten. Het zuidoosten van Leiden is verrassend moeilijk bereikbaar vanuit Enkhuizen. Normaal woon ik deze sessies bij via Skype, en dat gaat, maar het is wel veel leuker om er IRL bij te zijn. Open deur misschien, maar het verbaast me telkens weer hoe groot dat verschil eigenlijk is. We hebben heerlijk een fort vol vijanden en valstrikken geïnfiltreerd.

4. brillbrothers

Maar eerst een selfie van de Brill Brothers (zie onderstaande alinea)!

De eerste week vond tevens de oprichting plaats van de beste band ooit. Oké, dat is sarcastisch, maar zonder sarcasme zou de band niet bestaan. Peer en ik hebben vaak grootse ideeën, en als dat toevallig in juni gebeurt en ik er in november weer aan herinnerd wordt, komt daar ook nog iets van terecht. De laatste keer dat ik met Peer samenspeelde, was in 2010, en de laatste keer dat ik met Merl samenspeelde, mocht dan misschien in 2013 zijn, maar toen drumde hij en speelde ik gitaar. Nu speelde Merl gitaar en ik bas. Met plectrum, want we maken jaren-tachtig-gothic-rockachtige muziek. Heel dramatisch. Heel leuk om te spelen.

En daarna was het alweer tijd voor kerst! Dat was de eerste keer die vakantie dat ik Jord en Jaana zag, en de eerste keer dat we met z’n zevenen weer even compleet waren. We hadden wel een gezellige kerst hoor, thanks. Beetje gegeten, gechilld, selfies gemaakt voor de selfiecollage in deze blogpost… En tweede kerstdag stoven we allemaal weer andere kanten op (schoonfamilies, en ik naar Amsterdam, want Merl is ook een soort familie – geen idee waarom hij niet bij deze reeks selfies zit).

collage 2

Familie!

De afgelopen paar jaar gingen we vaak tussen kerst en oud en nieuw een midweek of lang weekend weg, maar dit keer deden we dat rond driekoningen. Je zou zeggen dat een strandhuisje ‘s winters koud is en dat Hoek van Holland saai is, maar allebei was het niet waar, eigenlijk. Er was een verwarming en de zware industrie was alleen aan de overkant van de Nieuwe Waterweg. Indrukwekkend om van een afstandje te zien.

Het tweede weekend van januari besteedde ik in de buurt van Arnhem, waar Stefan en ik een hotel hadden gehuurd. Nou ja, maar één kamer. Dan konden we even rustig bijpraten en had Stefan even vrij van z’n kinderen. Ik was vijf jaar geleden ook al in hetzelfde hotel geweest, maar daar kwam ik pas achter toen we er waren en het was niet heel erg. We speelden bordspelletjes, liepen rond in de regen in Arnhem en het kasteel van Doorwerth, en besloten unaniem dat een wandeling over de Veluwe minder verstandig was dan een uurtje sauna. Voor het echte Finland-gevoel, natuurlijk. Ik voorzie dat het iets nostalgisch wordt.

3. stefan

Kasteel Doorwerth! Natuurlijk gaan we daar helemaal in op.

Op zondag reden we terug en mocht ik bij Stefan en Joyce thuis mee-eten, zodat ik ook de kinderen nog even kon zien. Nora was een hele vrolijke baby, maar Lucas was erg bang voor me. Geen idee wat ik fout had gedaan. Pas toen hij na het eten met z’n vrachtwagen naar het vliegveld was gereden (honderden kilometers verderop, als ik de lengte van de tocht mocht geloven), konden we wat meer praten. En toen was hij ook erg aardig.

Maar ook tussen dit alles door, zat ik niet stil. Ik reisde heen en weer tussen Amsterdam, Haarlem, Leiden en Hilversum. Oud en nieuw met Merl en Peter; Mario Kart met Mir, Dana en Eline; etentjes met Sjoero en Freija: heel veel vakantiedingen. Of dingen die voelen als vakantie, maar voor de meeste mensen waarschijnlijk normaal zijn. En dat is ook wel iets waar ik naar uit kijk. Misschien wordt het dan toch bijna tijd om terug naar Nederland te verhuizen? De antipathie zakt in ieder geval steeds meer af.

collage 1

Vrienden!

Eind januari maakten de Brill Brothers nog een keer muziek en probeerden we wat op te nemen (maar de microfoon van m’n laptop bleek te slecht dus de helft van de opname is ruis). Mam vierde haar verjaardag, en daarna sloot ik m’n vakantie af zoals ik hem was begonnen: met D&D in zuidoost-Leiden. We infiltreerden het fort dieper dan ooit, losten een puzzel op die via Skype nooit zo awesome zou zijn geweest, en reisden in het donker terug naar Amsterdam en Enkhuizen. Het was alweer bijna hetzelfde weer als in Vaasa.

5. zoëmerlpeterlarstessa

D&D-groep! Ik was totaal niet vergeten een selfie te maken voordat we Lars en Tessa alweer hadden verlaten. Hoe kom je erbij?

Dit weekend staat volgepland met D&D en bezoekjes in Finland. En daar kijk ik ontzettend naar uit, begrijp me niet verkeerd, maar nu ik hier net weer ben, merk ik echt hoe tijdelijk alles is gaan voelen. In 2016 was dit m’n toevluchtsoord, een nieuwe start, een schijnbaar eindeloze zee van mogelijkheden en spanning. In 2017 reisde ik veel rond (zomer in Nederland, herfst in Roemenië, winter in Mongolië) en in 2018 maakte ik een boel nieuwe vrienden en concentreerde ik me hard op m’n studie. Vandaag heb ik nog even niks van dat alles, en dan valt het op hoe erg alles is veranderd door de jaren heen.

De zee van mogelijkheden en spanning is niet eindeloos. De oevers van die zee zijn de reden dat ik in 2018 amper blogposts heb geschreven. M’n PhD in Finland is geen nieuwe start meer; ik ben bijna klaar. Of in ieder geval ver over de helft. En ik heb geen toevluchtsoord meer nodig. Kan ik dan echt ooit klaar zijn om terug naar Nederland te komen? Wie weet. Maar tot die tijd heb ik hier nog genoeg te doen!

Bijna vakantie!

Over vijf dagen is het alweer zover: dan begint mijn kerstvakantie! Maar voordat ik me in die vijf weken reünies, vrijheid en lol stort, moet ik hier in Finland nog een boel afmaken. Vorige week heb ik veel van mijn vrienden voor het laatst gezien dit jaar, en deze week ga ik op de universiteit en voor mijn studie veel afronden. Ik doe het zodat ik in Nederland vrij kan zijn, maar hoe je het ook wendt of keert: de eerste helft van december staat in het teken van eindes.

IMG_20181117_155410

Zoals het einde van de dag in Jyväskylä op deze foto van een maand geleden. Vet soepel bruggetje.

December begon met de laatste keer D&D’en met een groep waarmee ik al bijna drie jaar speel. In het spel staan we op het punt in te breken in het landhuis van een machtige tovenares, waar we voor een groot deel van het avontuur naar opgebouwd hebben, dus mooie cliffhanger voor zes of zeven weken.

En dat was niet de enige laatste D&D-sessie van het jaar, want donderdag (bevrijdingsdag van Finland, dus een feestdag) doorbraken de spelers van de groep waarmee ik sinds september speel, de piratenblokkade van een havenstad en konden ze eindelijk naar een nabijgelegen Prinsendom reizen. Geen cliffhanger, maar een einde van de ene reis en het begin van een andere is ook een goede plek om een lange pauze in te lassen. Een betere plek, zelfs…

IMG-20181003-WA0000

Oostwaarts! (Ook heb ik geëxperimenteerd met hoogtelijnen ipv icoontjes voor bergen.)

Ook was afgelopen dinsdag de laatste Magic-draft van het jaar (waarin ik dacht eens iets aggroïgs te spelen en finaal in de pan werd gehakt), en afgelopen vrijdag de laatste keer oefenen met de band hier (waar we dingen opgenomen hebben voor twee demo’s, dus hopelijk hebben jullie wanneer jullie het horen niet door hoe moeilijk ik die nummers vind). Dus dat was de leuke week. Komende week wordt serieuzer.

Dan is namelijk mijn laatste les van het jaar, de laatste vergadering met mensen in Jyväskylä, en de laatste daadwerkelijke dag van mijn jaar in Finland (donderdag, red.). Ook leg ik de laatste hand aan een artikel en hoop ik eindelijk mijn copyrightdiscussie met Disney af te sluiten, dus dan is er ineens vet veel af. En kan er vet veel nieuws beginnen, zowel op studiegebied (artikels gepubliceerd krijgen, mijn data in een online databank gooien) als op vriendengebied (D&D in het Nederlands zonder Skype, muziek maken, bioscoop).

IMG_20181125_134140

Tijdens die laatste D&D-sessie hadden we ook tijd voor artistieke foto’s.

Het mag dan even een drukke periode zijn, maar ik kijk ernaar uit om klaar te zijn. Om vrij te zijn in Nederland en iedereen weer even te zien. Ik kijk er zelfs méér naar uit dan de vorige jaren. En dat terwijl ik in Finland ook steeds meer heb om achter te laten. Ik wil niet zo ver gaan dat ik weer graag in Nederland zou wonen of zo, maar het is misschien wel een teken dat de reden dat ik uit Nederland wegging, langzaamaan wegzakt. Natuurlijk is Den Haag (de stad, red., niet de overheid of zo, want daar weet ik niks meer van) nog steeds (irrationeel) kut, en natuurlijk zijn er in Nederland buitenproportioneel veel mensen waar ik het liefst niks mee te maken wil hebben, maar dat is niet per se de overstemmende tendens meer.

Maar een andere reden dat ik nu liever naar Nederland kom dan de voorgaande paar jaar, is ook dat mijn einde hier in Finland in zicht komt. Vooral nu ik een iets langere periode wegga, voelt dat confronterend dichtbij. Misschien nog een jaar, of anderhalf, als het tegenzit, en dan moet ik iets anders gaan doen met mijn leven. Dan moet ik kiezen of ik echt naar Nederland terug wil, of ergens anders iets heel nieuws wil beginnen.

Want in Finland blijf ik niet, dat was altijd maar tijdelijk. Geweldig, maar tijdelijk. Of: geweldig, wánt tijdelijk?

IMG_20181206_110016

Mijn schaduw wordt langer. Jeetje, zoveel metaforen voor eindes!

Maar dat is voorlopig wel genoeg gewauwel: ik kom in ieder geval binnen een week weer even op vakantie!

De bar van al mijn werelden

“Dat was Float Away, van De Auteur, beschikbaar op Soundcloud”, zegt de geanimeerde metalen stem van de radio-dj. Het volgende nummer begint meteen, en vanaf de eerste pianonoten herken ik “Guiding Light” van IQ. Rare keuze, voor een radiozender, maar het is dan ook een rare radiozender.

De muziek is het enige geluid hier. De barman stoft voorzichtig de flessen drank achter de bar af en verder is er niemand. Alleen ik, op een barkruk, met een glas thee. Het is niet eens echt goede thee, ik kon kiezen uit oude kamille of framboos, alleen suiker. Geen honing of melk. Maar ondanks de kleur van het zakje en de verkreukelde inhoud, is het de beste kamillethee die ik ooit heb gehad. Misschien heeft dat vooral met de sfeer te maken.

DSC03825

Buiten de ramen

Het licht van de ondergaande zon werpt lange oranje strepen over de bar en de flessen erachter. Vier uur ‘s middags, doordeweekse herfstdag, er is geen rustigere plaats in de stad. Ik kom hier graag, in deze bar, verborgen in een schaduwrijke nis van het centrum. Elke dag ziet het er anders uit, van yurt tot tempel tot bospad. Geen idee waarom er altijd zoveel verandert. Misschien is dat wel gewoon hoe het leven werkt.

Volgens mij vinden de mensen die ik mee naar binnen neem het ook geen onaangename plek, maar niet iedereen is zo tevreden. Dat kan niet. Sommige zullen vast weggaan en nooit meer terugkomen. Of misschien komen ze alleen maar terug omdat ík er ben, en ze bereid zijn dat offer te maken voor mij. Dat hoeft niet per se, hoor, ze mogen ook naar andere bars gaan als het daar veel gezelliger is. Er zijn genoeg bars. Maar voor mij is deze speciaal.

IMG_20181109_184046

Voor de sfeer maakt het niet uit of de thee slecht is

“Iets sterkers, misschien?” vraagt de barman, en hij pakt m’n lege theeglas weg. “Ik zal voor de volgende keer meer thee inslaan.”

De eerste paar coupletten van “Guiding Light” zijn voorbij en het instrumentale middelste deel is net begonnen.

“Dank je. Ik ben voorlopig voorzien.”

“Het is leeg vandaag. Zware dag?”

Ik knik. Zware dagen zijn niet erg, zolang ik maar een uitlaatklep heb om aan het einde mee tot rust te komen. Zoals deze bar, en iedereen die ik er uitnodig. Niet dat ik vandaag veel mensen heb uitgenodigd. Alleen degenen die per ongeluk komen aanwaaien, om wat voor reden dan ook.

“Wat vind je van de indeling vandaag?” De barman gebaart groots om zich heen.

Houten krukjes bij houden tafels, ruw alsof het gewoon onbewerkte plakken van een enorme boomstam zijn. Flakkerende kaarsen, smoezelige raampjes, netten en zeventiende-eeuwse scheepsroeren aan de muren. “Sfeervol. Precies goed.”

De barman grinnikt en gaat verder met z’n flessen. Het instrumentale deel maakt plaats voor een couplet, en daarna een refrein met piano-outro. Dit keer zegt de dj niks wanneer het nummer eindigt, maar gaat de zachte synthesizer soepel over in die van “Childhoods End?” van Marillion. Rare radiozender.

De barman maakt de flessen schoon. De zon glijdt langzaam omhoog, het plafond op, en de kaarsen vullen de achtergebleven duisternis op met schaduwen. “Childhoods End?” eindigt, en de radio blijft stil. Ik duw mezelf omhoog, trek m’n jas aan en zeg: “Bedankt, weer.”

“Ik doe niks”, antwoordt de barman. “Ik ben hier alleen maar.”

“Precies.”

DSC04074

In de stad

Ik stap naar buiten en kijk omhoog, langs de grijze flats en kale bomen van de stad, langs de zwartgeverfde lantaarns en de reclameborden in de verte, naar de groeiende duisternis van de wolken.

“Sorry dat ik je hierheen blijf slepen”, mompel ik, tegen niemand die het buiten kan horen. “Als je een beter idee hebt…”

Dan loop ik weg, het laatste nummer van de radio neuriënd.

Mijmeringen van een expat

Dus ik geef les. Wie had gedacht dat ik dat ooit nog zou durven, na m’n desastreuze uitstapje naar de leraaropleiding bijna tien jaar geleden? En durven is niet het enige wat ik het doe: ik vind het zelfs leuk! I know, echt idioot. Maar wel goed voor m’n zelfvertrouwen. Misschien moest ik iets ouder zijn, of iets oudere slash beleefdere studenten hebben (blijkbaar zijn brugklassers niet de beleefdste mensen ter wereld). Wat het ook is, het werkt.

IMG_20180906_233556

May verwoordt het treffend.

Het vak dat ik geef is geen vak in de traditionele zin van het woord: ik begeleid bachelorscripties, en daar gaan een aantal contacturen mee gepaard waarin ik uitleg hoe de studenten academisch Engels moeten schrijven en hoe ze een beetje degelijk onderzoek kunnen doen en waarin ik vooral vaak zeg dat hun onderzoeksvragen te algemeen zijn. Wat ik ervoor terugkrijg zijn bezorgde blikken. Dus als ik terugdenk aan m’n eigen bachelorscriptie gaat dat helemaal de goede kant op.

De rest van dit schooljaar geef ik elke twee weken twee uur les. Dat klinkt niet als veel, maar ik vind het eerlijk gezegd heel wat. De voorbereidingen en het huiswerk kosten me al dágen. Het is vooral druk naast het reviseren van m’n tweede artikel, dat hopelijk in november gepubliceerd wordt, en m’n tweede D&D-groep, waarmee we tot nu toe elke zondag in september en oktober hebben gespeeld. Élke zondag. Met zes man! Ik weet niet hoe dit wonder heeft kunnen plaatsvinden.

Maar nu ik zoveel nieuwe mensen leer kennen (studenten, D&D-spelers) en alles (even) soepel gaat, valt het me op hoe erg ik me thuis voel in Vaasa. (En een interview dat ik gaf over m’n leven hier, hielp vast ook.) Sure, ik spreek amper Fins, maar wanneer ik het om me heen hoor, kan ik het redelijk volgen, en ik spreek het genoeg om me te redden in supermarkten en restaurants. En daarnaast spreekt iedereen op de universiteit en in de D&D- en Magic-groepen Engels (en niet alleen voor mij, gelukkig). Het is blijkbaar niet nodig om een taal te spreken om je ergens thuis te voelen.

DSC04089

We sloten de fotoshoot voor bovenstaand interview af met een drankje. Dat ik in het Engels bestelde omdat ik niet wist wat “warme chocolademelk” was in het Fins. Ik red me niet áltijd.

Maar ik woon hier dan ook al bijna drie jaar. Natuurlijk mis ik iedereen in Nederland, maar ik merk dat ik hier ondertussen ook een leven heb, met alle voor- en nadelen van dien. Het is hier moeilijk om met willekeurige mensen op straat spontaan een praatje te maken, maar het is heerlijk om een outsider te zijn. Ik heb de helft van de tijd geen idee wat er om me heen gebeurt, maar dat is ook nergens voor nodig. Ik ben geen onderdeel van de cultuur, dus ik ben vrij. Natuurlijk ga ik ooit weg, dat weet ik al sinds ik hier kwam, maar dat afscheid zal even pijnlijk worden als m’n afscheid uit Nederland eind 2015.

Oktober is dus een maand van wonderen. Lesgeven is leuk, m’n tweede artikel wordt gepubliceerd, elke zondag D&D, en ik heb een leven. Het enige nadeel is dat ik dit jaar niet net zoals vorig jaar in Mongolië ben. Maar in Vaasa is de herfst ook mooi.

IMG_20181014_110844

Niet kunnen wachten op de toekomst

De laatste tijd vragen mensen steeds vaker naar mijn toekomstplannen. Blijkbaar vinden ze dat het wel weer eens tijd wordt om klaar te zijn met studeren. Of misschien zijn dat mijn eigen projecties: ik werk wel steeds gestructureerder naar mijn afstuderen toe. Maar het duurt nog een paar jaar. Ik denk er best veel over na, dus, maar echte keuzes maak ik niet. Het is nog niet nodig, dus ik kan lekker blijven mijmeren op basis van de huidige relaties met vrienden en familie, dingen die me in de nabije toekomst te wachten staan (zoals lesgeven en artikelen gepubliceerd krijgen), mijn dieet en zo… Kortom, mijn gemoedstoestand.

IMG-20180313-WA0000

Zelfs Cashew vraagt er soms naar!

Soms denk ik, ik kan ook gewoon niet teruggaan naar Nederland. Nooit. Gewoon blijven reizen, overal nagenoeg anoniem, zo ver weg mogelijk van alles wat als ‘normaal’ gezien kan worden. Met mijn anderhalf jaar in Den Haag heb ik al bewezen hoe goed ik ben in een ‘normaal’ leven. Naar zoiets wil ik liever niet terug. Dan kun je zeggen dat dat één poging was en dat niet al het ‘normale’ leven zo hoeft te zijn, en daar is mijn verstand het enigszins mee eens, maar mijn gevoel zeker niet. Die schreeuwt alleen maar heel hard: ‘Geef me nog even!’ Dat schreeuwt hij ondertussen al drie jaar.

Maar soms denk ik, hoe kan ik ooit níét teruggaan naar Nederland? Ik heb er zoveel vrienden en familie, zoveel warmte, het is al zo lang een soort van veilige basis, zij het abstract, en het lijkt me geweldig om een keer een écht sociaal leven te hebben (in plaats van een social-life-by-proxy via sociale media en de paar weken per jaar dat ik er ben). Hoe kan het überhaupt in me opkomen dat ik dat allemaal nóg veel langer zou willen opgeven? En daarnaast heb ik afgezien van Nederland geen constructieve plannen, en misschien wil ik ook wel eens een vaste baan en een huis ergens in een suburb van de Randstad of zo. Bij een bos of een strand, dan. Een inkomen en rust. Dat is een langetermijnplanning.

IMG_20180901_094344_405

De schoenen zijn er klaar voor.

Maar heb ik een langetermijnplanning nodig, dan? Voor mij zijn alleen de twee extremen reële opties: óf ik plan alles, ga aan mijn wetenschappelijke carrière werken en koop een huis in een rustige wijk of zo, óf ik plan niks, ga de wereld over wandelen en word instafamous met m’n honderd jaar oude schoenen met verschillende kleuren veters. Alles ertussenin (zoals, ik koop een huis en zie wel wat er gebeurt) is veel te richtingloos. Misschien kun je die tweede optie dan eigenlijk ook een langetermijnplanning noemen. Ik heb al uitgerekend dat het me 11 jaar zou kosten om van Amsterdam naar Buenos Aires te lopen, als ik 10 km per dag loop en een boot neem van Vladivostok naar Anchorage.

Dus ik plan dingen. Dat is geen verrassing. Misschien is dat het probleem wel: voor mijn PhD kan ik momenteel weinig plannen. Ik moet vooral afwachten tot mensen mijn artikelen hebben beoordeeld en Disney me toestemming geeft hun teksten te publiceren. Ik begrijp wel waarom mensen steeds vaker naar mijn toekomstplannen vragen. Ik vind zelf ook dat het wachten lang duurt. En zolang ik niet echt dingen doe waarvoor ik specifiek in Finland moet zijn, zoals vakken volgen of geven, waarom ben ik er dan nog?

IMG_20180809_223101

Ik bedoel, sure, de nachtelijke barbecues zijn een voordeel…

Praktische redenen, zoals dat ik met mijn huidige inkomen niet echt het soort woning kan huren of kopen dat ik wil. Maar dat is ook maar een front, want praktische redenen zijn zelden goede redenen. Erachter zit de bovengenoemde vage angst voor vastheid of serieusheid. Of misschien is het wel meer een afkeer. Angst en afkeer lijken toch op elkaar. Misschien schreeuwt mijn gevoel eigenlijk wel: ‘Hou het bij me weg! Laat het niet dichterbij komen!’ Maar ik ben nu ook niet de wereld over aan het wandelen. Dat lijkt ook weer wat extreem om te doen wanneer ik artikelen moet schrijven en bereikbaar moet zijn. Het is een fijne gedachte om te hebben wanneer het leven iets té saai wordt; ik kan altijd nog weg. Nu nog niet, maar over een jaar of zo.

DSC03738

In Ulaanbaatar hebben ze bijvoorbeeld ook een universiteit om aan te werken.

Misschien is op dit moment Finland wel precies ver weg genoeg. Niet de bekende serieusheid van Nederland en ook niet de onzekere isolatie van een wereldreis zolang ik nog niet geslaagd ben. Geef me nog even.