Niet kunnen wachten op de toekomst

De laatste tijd vragen mensen steeds vaker naar mijn toekomstplannen. Blijkbaar vinden ze dat het wel weer eens tijd wordt om klaar te zijn met studeren. Of misschien zijn dat mijn eigen projecties: ik werk wel steeds gestructureerder naar mijn afstuderen toe. Maar het duurt nog een paar jaar. Ik denk er best veel over na, dus, maar echte keuzes maak ik niet. Het is nog niet nodig, dus ik kan lekker blijven mijmeren op basis van de huidige relaties met vrienden en familie, dingen die me in de nabije toekomst te wachten staan (zoals lesgeven en artikelen gepubliceerd krijgen), mijn dieet en zo… Kortom, mijn gemoedstoestand.

IMG-20180313-WA0000

Zelfs Cashew vraagt er soms naar!

Soms denk ik, ik kan ook gewoon niet teruggaan naar Nederland. Nooit. Gewoon blijven reizen, overal nagenoeg anoniem, zo ver weg mogelijk van alles wat als ‘normaal’ gezien kan worden. Met mijn anderhalf jaar in Den Haag heb ik al bewezen hoe goed ik ben in een ‘normaal’ leven. Naar zoiets wil ik liever niet terug. Dan kun je zeggen dat dat één poging was en dat niet al het ‘normale’ leven zo hoeft te zijn, en daar is mijn verstand het enigszins mee eens, maar mijn gevoel zeker niet. Die schreeuwt alleen maar heel hard: ‘Geef me nog even!’ Dat schreeuwt hij ondertussen al drie jaar.

Maar soms denk ik, hoe kan ik ooit níét teruggaan naar Nederland? Ik heb er zoveel vrienden en familie, zoveel warmte, het is al zo lang een soort van veilige basis, zij het abstract, en het lijkt me geweldig om een keer een écht sociaal leven te hebben (in plaats van een social-life-by-proxy via sociale media en de paar weken per jaar dat ik er ben). Hoe kan het überhaupt in me opkomen dat ik dat allemaal nóg veel langer zou willen opgeven? En daarnaast heb ik afgezien van Nederland geen constructieve plannen, en misschien wil ik ook wel eens een vaste baan en een huis ergens in een suburb van de Randstad of zo. Bij een bos of een strand, dan. Een inkomen en rust. Dat is een langetermijnplanning.

IMG_20180901_094344_405

De schoenen zijn er klaar voor.

Maar heb ik een langetermijnplanning nodig, dan? Voor mij zijn alleen de twee extremen reële opties: óf ik plan alles, ga aan mijn wetenschappelijke carrière werken en koop een huis in een rustige wijk of zo, óf ik plan niks, ga de wereld over wandelen en word instafamous met m’n honderd jaar oude schoenen met verschillende kleuren veters. Alles ertussenin (zoals, ik koop een huis en zie wel wat er gebeurt) is veel te richtingloos. Misschien kun je die tweede optie dan eigenlijk ook een langetermijnplanning noemen. Ik heb al uitgerekend dat het me 11 jaar zou kosten om van Amsterdam naar Buenos Aires te lopen, als ik 10 km per dag loop en een boot neem van Vladivostok naar Anchorage.

Dus ik plan dingen. Dat is geen verrassing. Misschien is dat het probleem wel: voor mijn PhD kan ik momenteel weinig plannen. Ik moet vooral afwachten tot mensen mijn artikelen hebben beoordeeld en Disney me toestemming geeft hun teksten te publiceren. Ik begrijp wel waarom mensen steeds vaker naar mijn toekomstplannen vragen. Ik vind zelf ook dat het wachten lang duurt. En zolang ik niet echt dingen doe waarvoor ik specifiek in Finland moet zijn, zoals vakken volgen of geven, waarom ben ik er dan nog?

IMG_20180809_223101

Ik bedoel, sure, de nachtelijke barbecues zijn een voordeel…

Praktische redenen, zoals dat ik met mijn huidige inkomen niet echt het soort woning kan huren of kopen dat ik wil. Maar dat is ook maar een front, want praktische redenen zijn zelden goede redenen. Erachter zit de bovengenoemde vage angst voor vastheid of serieusheid. Of misschien is het wel meer een afkeer. Angst en afkeer lijken toch op elkaar. Misschien schreeuwt mijn gevoel eigenlijk wel: ‘Hou het bij me weg! Laat het niet dichterbij komen!’ Maar ik ben nu ook niet de wereld over aan het wandelen. Dat lijkt ook weer wat extreem om te doen wanneer ik artikelen moet schrijven en bereikbaar moet zijn. Het is een fijne gedachte om te hebben wanneer het leven iets té saai wordt; ik kan altijd nog weg. Nu nog niet, maar over een jaar of zo.

DSC03738

In Ulaanbaatar hebben ze bijvoorbeeld ook een universiteit om aan te werken.

Misschien is op dit moment Finland wel precies ver weg genoeg. Niet de bekende serieusheid van Nederland en ook niet de onzekere isolatie van een wereldreis zolang ik nog niet geslaagd ben. Geef me nog even.

Advertenties

De laatste warmte van een bevroren nacht

Het is koud in het Lapse dorp. Winter, natuurlijk, en eeuwig donker. De wind huilt door de bomen en over het dichtgevroren meer jaagt een wervelwind van sneeuw. De trein schuift over een knarsend spoor het station binnen en komt stomend tot stilstand aan het perronnetje. Op dit uur is de stroom forensen allang opgedroogd, en de enige toeristen die dit gebied bezoeken, hebben off-roadauto’s en sledes en sneeuwscooters. Die gebruiken geen treinen. Er stapt één reiziger uit.

DSC02533

De man kijkt even om zich heen, ademt dankbaar de frisse lucht in na uren in het artificiële klimaat van de trein, maar lang blijft hij niet staan. Zijn voetstappen in het tapijt van bevroren sneeuw verbrijzelen de stilte. Ergens in het dorp wacht zijn hotel; een warme douche en een warm bed na een kille reis. Misschien aan de overkant van het spoor, of een paar straten verderop aan het meer. Het is ergens, in ieder geval.

Waar het ook is: hij gaat er niet heen. Hij negeert de lichten van de restaurants en bars langs de straten en beent verder, langzaam weg van de lichten, de duisternis van de eeuwige Finse nacht in. De gebouwen maken plaats voor plukken berkenbos en bemoste zwerfkeien. De straat gaat over in een snelweg en de stoep verdwijnt. Niet dat de reiziger veel had aan de stoep: in de sneeuw is alles hetzelfde.

DSC02561

Hij is moe. Zijn wekker ging in een oord waar zelfs ‘s winters daglicht komt, maar niet op dat tijdstip. Hij pakte zijn spullen in in een kleine dagrugzak, dat was alles wat hij nodig had. De trein sleepte hem het hele land door, langs akkers en gemêleerde loofbossen en steden waar sneeuwstormen door de kaarsrechte straten schreeuwden, langs meren en uitgedunde berkenbossen en dorpen waar buiten de oude huizen en rokende schoorstenen alleen goederentreinen met stapels besneeuwd hout zich samenpakten.

Op het eerste gezicht is dit dorp hetzelfde als alle andere. Gewoon één van de tientallen die vooral fungeren als verzamelplaats voor goederentreinen en winterfanaten. Maar winterfanaten alleen als ze niet willen skiën of schaatsen, want hier wacht hen alleen de hondenslee. Het is de laatste halte, een kopstation, dat is het enige dat het onderscheidt van de andere dorpen. Nou ja, dat, en de reden dat de reiziger juist hier is uitgestapt. Zijn eigen reden.

DSC02777

De weg leidt langs het meer, onzichtbaar in de intense duisternis. Verkeer is hier zo schaars dat er nooit straatverlichting is geïnstalleerd. Het maakt de reiziger niet uit. Hij beent door, hoofd naar beneden tegen de windmessen en ijsflarden. De warme douche en het warme bed van zijn hotel komen niet eens in hem op. Dat is iets voor later. Eerst dit.

Bij een afslag slaat hij af. De platgereden ijzellaag over het asfalt maakt plaats voor een pad dat bestaat uit een paar smalle bandensporen. Hier en daar staan wat clusters bomen. Links is misschien een bos, en rechts misschien nog steeds wel het meer. Wat de reiziger wel zeker weet, is dat aan het einde van het pad een tent staat. ‘s Zomers is het een redelijk populaire camping, maar nu is deze tent de enige.

De reiziger klopt op het canvas. Er schuift wat sneeuw naar beneden; geen reactie. Hij klopt nog een keer. Langzaam wordt de rits op een kier getrokken, en wanneer de avonturier die erin ligt, de reiziger ziet, ritst ze de tent verder open en stapt ze naar buiten. In haar wijde T-shirt en korte broek lijkt ze een geest. Haar schoenen staan bij een poort ergens ver weg, maar naast de tent staat een sneeuwpopje.

DSC03121

‘Ik sliep bijna,’ zegt ze.

‘Sorry,’ zegt de reiziger. ‘Het is te laat inderdaad. Ik… Ik wilde zeggen dat ik trots op je ben. Op hoe je blijft zoeken en keuzes blijft maken. Op hoe je om jezelf denkt en niet alleen om anderen. Ik ben trots op je reis.’

De avonturier wrijft even in haar ogen. ‘O.’

Wanneer ze weer op kijkt, loopt de reiziger al weg.

‘Ga naar binnen,’ zegt hij. ‘Je bevriest.’

Ze grinnikt. ‘Jij ook. Doe je jas dicht.’

‘Eindelijk durf je dat te zeggen.’

Hij knoopt zijn jas dicht, maakt een diepe buiging en vertrekt. De avonturier kijkt hem even na, totdat er een rilling door haar lichaam schiet en ze zich huiverend haar slaapzak in worstelt. Wanneer ze de tent dichtritst, blijft de reiziger staan.

‘Ik hou van je,’ mompelt hij. ‘Vaarwel.’

DSC02559

De reiziger stapt terug het licht van de straatlantaarns in, en de avonturier is eindelijk echt alleen. Alleen als een geest in een Lapse sneeuwstorm. Alleen en vrij. En de reiziger denkt eindelijk aan een warme douche en een warm bed.

Het einde van oude angsten?

Ik probeer elke dag ongeveer een uur te wandelen, maar met deze hitte is dat de laatste tijd niet zo rustgevend als ik had gehoopt. Het is al weken tegen de dertig graden, en zelfs als de wolken zich samenpakken voor een stortregen of een flinke storm, is het meteen daarna weer snikheet. Maar zo zal het overal ten zuiden van de straalstroom wel zijn, dus ik stop met klagen. Even.

Er zijn veel wandelroutes in de buurt waarmee ik een uur zoet ben. Vorig jaar was m’n favoriet de route achter de Minimani (enorme supermarkt, red.) langs en door een hele bups parken, maar omdat de laatste helft van die route meestal langs één van de autowegen aan die kant van Vaasa leidt, ging het snel vervelen. Het jaar daarvoor, m’n eerste in Vaasa, liep ik veel door de binnenstad, maar nu ik die ken, merk ik dat daar relatief weinig wind (voor verkoeling) of natuur (voor de rust) is.

IMG_20180801_122040

Nog niet eens halverwege voordat ik uitgedroogd ben…

M’n wandeling deze zomer is rechtlijniger: een rondje om Onkilahti. Eigenlijk ligt het voor de hand, want is Onkilahti een enorm meer in het midden van Vaasa met een park eromheen, en daarnaast scheidt het mijn appartement van de universiteit. Elke keer dat ik naar de universiteit ging, liep ik al om het halve meer heen. Dus nu ik minder op de universiteit hoef te zijn, loop ik er gewoon helemáál omheen. Vet wild.

Het is een fijne route, bijna verlaten en met genoeg schaduw, maar het doet me wel aan de universiteit denken. En dat is opeens vervelend. Hoewel ik nu ik al m’n vakken heb afgerond en officieel aan de universiteit van Jyväskylä studeer in plaats van de universiteit van Vaasa, er vrijwel nooit meer hoef te zijn, komt daar misschien komende september verandering in. Ik heb door de wijnstok gehoord (ja, dat is een uitdrukking) dat ik dit academische jaar misschien het bachelorvak voor scriptiebegeleiding mag geven. En ondanks dat er nog niks officieel is en het niet eens zeker is of ik dat vak ga geven, ben ik alvast voorzichtigaan zenuwachtig aan het worden.

IMG_20180727_153825

Van die dreigende universiteitsschoorstenen zou iedereen zenuwachtig worden.

Begrijp me niet verkeerd, ik zou het fijn vinden om ervaring op te doen en het lijkt me ontzettend leuk om scripties te begeleiden (en sowieso om les te geven). Lesgeven is een groot deel van m’n toekomstige werk, als het goed is, en het is één van de redenen waarom ik door blijf gaan met m’n PhD. Maar het is ook het eerste echte vak dat ik zou gaan geven. En dat is superspannend.

Maar niet meer zo spannend als een paar jaar geleden. Zoals sommigen misschien weten, had ik niet per se een goede eerste kennismaking met het beroep van leraar. M’n anderhalve jaar lerarenopleiding Engels had misschien beter lerarenopleiding CKV (of KCV, voor de cultuurbarbaren) kunnen zijn, want het was een drama (snap je? drama? ik ben hilarisch). Maar ik groeide daarna langzaam op en deed voorzichtig wat meer ervaring op met presenteren tijdens m’n bachelor en master. Presentatieskills heb je altijd wel nodig, denk ik. M’n gastcolleges in Leiden gingen me al veel comfortabeler af dan het lesgeven aan pubers – en waren zelfs een succes, als ik de feedback mag geloven (hoewel ik nog steeds niet zover ben dat ik dat echt kan).

IMG_20180721_152700

Maar, om even een kazige one-liner aan te halen, achter de wolken schijnt de zon!

Misschien zou ik met dit vak m’n angst voor het lesgeven eindelijk echt kunnen overwinnen. Als ik word aangesteld als docent, wordt het een stressvol jaar, en druk, met alle lesvoorbereidingen en de stapels huiswerk, maar ook leerzaam. Vroeger, en zelfs aan het begin van m’n PhD nog, was ik bang dat ik dat niet aan zou kunnen. Dat als ik elke week voor de klas zou moeten staan, ik als een doormidden gebroken wrak zou wegzinken en binnen de kortste keren m’n bed niet meer uit zou kunnen komen. Nu niet meer.

Daar denk ik over na tijdens het wandelen. Het is niet alleen fijn om even buiten te zijn en rustgevend om geen blauw licht in m’n ogen gestraald te krijgen, maar ook therapeutisch om niks anders te kunnen dan nadenken. Maar niet nu. Ik kan niet wachten op het einde van de hittegolf.

DSC04063

Nu m’n tas inpakken voor een lang weekend Boedapest!

Welkom terug!

Oké, dus zonder de discipline van een vaste structuur vergeet ik blijkbaar dat m’n blog bestaat totdat iemand me er vier maanden later aan herinnert. Niet dat er de afgelopen tijd veel bijzonders gebeurd is, maar in ieder geval wel meer dan niks. Geen één groot ding waar ik eindeloos over uitweid, dus, maar wel tijd voor een update: welkom op het Dwaalspoor 2.0!

 

De wedstrijd

DSC04062

Verplichte reconstructie van m’n schrijfproces

Het belangrijkste dat ik de afgelopen maanden heb gedaan, denk ik, is meedoen aan een verhalenwedstrijd. Ik schrijf nooit echt korte verhalen, dat vind ik al snel te beperkend. Verhaallijnen moeten klein zijn en je kunt je werelden niet te uitgebreid maken, wat precies is wat ik graag doe. Maar ik had wat tijd over in maart, kwam een sci-fi/fantasy-wedstrijd tegen en schreef in een creatieve bui de deadline in m’n agenda. Ik mocht maximaal twee verhalen insturen, dus ik, scherpschutter als ik ben, stuurde er twee op.

Daarna vergat ik het eigenlijk een beetje, want het werd drukker met m’n studie en m’n volgende boek en zo. De paar vrienden die ik erover had verteld, bleven optimistisch, maar ik had al eens eerder meegedaan aan een verhalenwedstrijd en die had ik verloren, dus ik verwachtte er niet al te veel van. Dat is ook beter voor m’n zelfvertrouwen. Schrijven vind ik belangrijk genoeg om onzeker over te zijn.

Halverwege april kreeg ik een mail dat allebei m’n verhalen op de longlist geplaatst waren. De longlist bleek een soort tussenstadium te zijn: van de bijna zeventig verhalen waren er veertig uitgekozen. En daarvan zouden er vijfentwintig ook echt gepubliceerd worden. De laatste twee weken van april kon ik er niet meer niet te veel van verwachten: ik stond al op de longlist! Natuurlijk had ik 65% kans gehad dat ik daarop kwam (keer twee, want twee verhalen, dus eigenlijk 130%), maar toch. Het leidde wel af.

Eind april kreeg ik een mail met de shortlist (de lijst verhalen die gepubliceerd worden, red.), en de opbouw van de afgelopen alinea’s zou wel een beetje voor niks zijn als m’n naam niet ook op die lijst had gestaan, dus. En niet één keer: gewoon allebei m’n verhalen waren gekozen! Eind mei worden er dus twee korte sci-fi-verhalen van mijn hand gepubliceerd: bestel de bundel hier alvast voor als je wilt lezen wat voor geweldigs m’n bijdrages geweest moeten zijn!

 

De basgitaar

IMG-20180319-WA0000

Dit is hem! Foto genomen met m’n mobiel, sorry voor de pixels.

Misschien hebben sommigen van jullie dit al op Instagram of WhatsApp gezien, maar in februari was het vijf jaar geleden dat ik voor het laatst een elektrische basgitaar in m’n handen had gehad. Oké, dat is niet helemaal waar, maar wel grotendeels en het klinkt dramatisch. Ik merkte dat vijf jaar wel erg lang is. Te lang, eigenlijk, voor iemand die zegt dat hij van muziek houdt.

Dus ik vroeg rond op Facebook, werd uiteindelijk verwezen naar een site voor Finse muzikanten (zonder Engelse versie, dus voor m’n taalvaardigheid was het ook goed), en plaatste een oproep voor een band. Vaasa is best een goede stad voor de muziek, maar vooral voor de death metal. Niet per se waar ik naar op zoek was (ik luister er niet echt naar en had het nog nooit gespeeld), maar ik was bereid te leren. Víjf jaar!

Zoals overal ter wereld, zijn in Vaasa bassisten een zeldzaamheid. Ik werd uitgenodigd voor drie bands en besloot auditie te doen voor een ervan: een melodic death metal-band met albumambities en een gaaf/kitsch wolventhema. Ik speel nu een paar maanden mee en het tempo is moordend voor m’n armspieren (ik ben te koppig en te wannabe-Geezer Butler om een plectrum te gebruiken), maar het is heerlijk om weer te spelen. We zoeken nog een gitarist (dus als iemand er een in Vaasa kent, houd ik me aanbevolen), dus ik hoop dat we ons album kunnen opnemen voordat ik klaar ben met m’n studie!

 

De studie

DSC04056

M’n bureau raakt er wel lekker vol van

Speaking of… Het derde grote ding in m’n leven! Wat studie betreft is er weinig nieuws. De afgelopen maanden heb ik gegevens verzameld, samengevat, geordend en lichtjes geanalyseerd, en ik ben nu net twee weken bezig met m’n artikelschrijfmarathon van deze zomer. Het idee is dat ik drie tot vijf artikelen publiceer om te slagen (of een boek schrijf, maar artikelen zijn beter, schijnt). Ik heb nu een hele bups data verzameld, dus ik kan qua materiaal voor artikelen even vooruit.

Maar het is wel vermoeiend. Het vereist veel tijd en concentratievermogen om een beetje een coherent en overtuigend artikel te schrijven, vooral als ik me bedenk dat de kans klein is dat het geaccepteerd wordt en dat het maanden of soms zelfs jaren kan duren voordat het in een wetenschappelijk blad verschijnt. Als ik deze zomer drie artikelen weet te schrijven, is er volgende zomer misschien één gepubliceerd. Dat houd ik mezelf voor. Geen idee of het realistisch is.

En zo niet, flans ik even snel een boek in elkaar. Dat kan ik ondertussen wel.

Maskerval komt er nog steeds aan hoor!

Tijd voor een nieuwe structuur!

Ik weet niet of u het heeft gemerkt, maar in december is er geen blogpost van mijn hand verschenen. Voor het eerst sinds ik dit blog begon! En voor een structuurperfectionist als ik, was dat zwaar. Er was gewoon even niks meer om over te schrijven.

Halverwege 2014 begon ik dit blog in een poging mijn soort-van-postreisdepressie-I-guess op te lossen door mezelf te dwingen elke maand iets te schrijven. Iets áf te maken. Mijn bachelorscriptie in de eerste helft van 2014 was een nachtmerrie die amper voorbij wilde raken, en ook met mijn nieuwe verhaal toentertijd (Maskerval, ja ja) schoot het niet op. Dus zoiets anders en kleins als een blogpost per maand moest me terug slepen op het juiste spoor.

DSC03966

Back when I still had hair. En ik nog wel eens in Frankrijk kwam.

En dat deed het zeker. Dus dat wat chill. Voor even. Want toen ging mijn relatie met Mieke uit en verhuisde ik naar Finland en had ik een heleboel om over te schrijven en om te verwerken. Dat gaf me allemaal weer zo’n twee jaar stof voor nieuwe blogposts.

Afgelopen zomer raakte die bron (van stof, dus) eindelijk wel eens uitgeput. Ik had het onderwerp Mieke ondertussen wel uitgekauwd, Finland was geen mysterie meer, en mijn leven lag/ligt wel aardig op de rails (voorlopig – laten we niet té optimistisch worden). Dat is fijn, maar dus niet heel goed voor mijn blog. Het wordt steeds moeilijker om elke maand een zinnige of diepgaande blogpost te schrijven, want er gebeurt gewoon niet elke maand iets zinnigs of diepgaands meer dat niet al eens eerder is gebeurd.

Dus ik luid 2018 in met een nieuwe blogstructuur – en wees bereid verstomd te zijn door deze ingenieuziteit: ik ga voorlopig alleen nog blogposts schrijven als er iets spannends of nieuws gebeurt!

DSC02133

Zoals een halve kilo nacho’s in Boekarest

Sorry als ik hiermee mensen en/of fans teleurstel. Ik hoop dat jullie het me niet al te kwalijk nemen. En ik heb het alvaker gezegd, maar nogmaals bedankt voor het iedere maand weer lezen van mijn blogposts de afgelopen jaren. Jullie bleven me motivatie geven om door te schrijven. Ik hoop dat deze verandering daar niet al te veel invloed op zal hebben. Ik blijf natuurlijk evengoed vet grappig en zeker het lezen waard!

Gelukkig nieuwjaar!

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Hopelijk komen jullie Chinese lantaarns niet vast te zitten!

Waarom licht de stad op?

Misschien beseffen de meeste lezers het niet, maar ik heb al ruim twee jaar geen verhalen meer gepubliceerd. Hier in het Nest, m’n meest recente uitgave (afgezien van Hunting the Echoes, een geweldige fantasyroman die ik jammer genoeg zonder al te veel marketing in september 2015 publiceerde, maar die eigenlijk al anderhalf jaar klaar was), komt uit juni 2015. Juni 2015! Het lijkt wel een heel leven geleden.

DSC01973.JPG

Toen stond Hugo de Bokkerijder nota bene op m’n meest recente blogpost!

En dat is niet gek. Het was toen net uit met Mieke, ik ging terug naar m’n ouders, en ik wist nog niet eens of ik ooit wel naar Finland zou gaan. In die tweede helft van 2015 hielden m’n vrienden en familie me boven water en aan de ene kant was het het meest ontspannende en bevrijdende halfjaar ooit (nóg een keer: bedankt daarvoor, vrienden en familie!), maar aan de andere kant was het ook het zwaarste halfjaar ooit. Geen tijd om m’n fantasie in te duiken en geweldige verhalen te schrijven.

En in Finland was het daarna niet veel rustiger. Sure, ik ging een nieuw leven tegemoet en zo, maar het opzetten van zo’n leven laat ook niet veel tijd en concentratievermogen vrij om te schrijven. Ik schreef in de loop van 2016 wel wat, maar het verhaal waar ik toen aan werkte (Maskerval, momenteel nog steeds in de revisie) vorderde traag en moeizaam, terwijl ik m’n vertaalbedrijfje opzette, begon met studeren, m’n kamer inrichtte, wat Fins leerde (dat ik nog stééds minimaal spreek), en bevriend probeerde te raken met de locals. En daarnaast nog worstelde met het feit dat ik überhaupt een nieuw leven aan het beginnen was, nadat m’n vorige zo plotseling was gestorven. Melodramatisch, hè?

DSC02207

Bruggetje naar de volgende alinea!

Ik had iets nieuws nodig. Iets dat minder abstract en, schokkend genoeg, meer gevestigd was in de realiteit dan Maskerval. Begrijp me niet verkeerd, ik was en ben ontzettend trots op Maskerval, op hoe de thema’s in de worldbuilding verweven zijn, maar het schrijven ervan kon mij op dat moment niet helpen. Het nieuws dat ik nodig had, was En de Stad Licht op.

In m’n nieuwe roman – novelle, eigenlijk, met 100 pagina’s – spelen de thema’s verlies en onzekerheid daarom een grote rol. Het verhaal draait heel erg om die thematiek, en om de visualisatie ervan. Het is niet per se het plot dat het verhaal drijft, maar minstens net zo erg de sfeer en ideeën die het schept tijdens het lezen. Klinkt misschien vaag, maar dit betekent zeker niet dat er helemaal geen verhaal in zit! Ik heb per slot van rekening een flaptekst kunnen schrijven:

Surra heeft haar hele leven zien verdwijnen voordat ze naar de stad kwam. Ze heeft zoveel verloren, dat ze niet eens meer weet wát ze precies heeft verloren. Te veel om het zich te herinneren.

Haar tocht om zichzelf weer terug te vinden, bracht haar hier, bij het mausoleum van een middeleeuwse Zuidoost-Europese Groothertogin. Ze weet niet waarom, maar eindelijk laait het vuur van de mysterieuze Paden weer op: de Paden die haar terug moeten leiden naar haar leven. Ze is klaar met dingen verliezen. Klaar om dingen te vinden.

DSC04049

Ik had zelf wel een kaart van Surra’s tocht, maar buiten de groene lijntjes is er ook niks…

Het thema van verlies is duidelijk: Surra, de hoofdpersoon, heeft alles verloren, en het is aan haar om uit te vinden hoe ze daarmee omgaat. Daarnaast is onzekerheid, onbekendheid of mysterie ook een belangrijk thema. Des te meer je verliest, des te onzekerder alles lijkt. Álles zou plotseling kunnen verdwijnen. Zelfs de meest basale dingen, zoals communicatie, of een zeker begrip van hoe de wereld werkt. Zelfs het idee van wie je zélf bent. Zoals Surra zegt:

Misschien is het natuurlijk om geen perfecte relaties te hebben. Het is onmogelijk om iemand perfect te kennen, zelfs als diegene jezelf is. En het is onmogelijk om altijd hetzelfde te doen, zelfs als datgene je heel natuurlijk af gaat. Daarvoor verdwijnt er te veel.

Het schrijven van de novelle heeft me geholpen om te gaan met alle veranderingen en me geleerd hoe ik in m’n nieuwe leven pas. Het échtere leven, misschien, dat dichter bij mijzelf staat (om even in clichés te vervallen). Wat ik zélf leuk vind, wat ik zélf wil en wat ik zélf kan. Ik heb al meerdere keren gezegd dat ik dat soort dingen de afgelopen jaren heb geleerd, en En de Stad Licht op is daar een enorme hulp voor geweest. Ik hoop dat hij dat ook voor u kan zijn.

IMG_9294

Als ik in dat echtere leven dan maar wel oppas met oversteken. Fotocredits: Miriam Rietveld Photography, Inc.

 

Tim Reus bij de Mongolen

Hoe vat je drie weken propvol mooiste uitzichten en ervaringen samen in 800 woorden? Geen idee, maar ik ga een dappere poging wagen!

DSC03757

Sfeerimpressie: glooiende heuvels en paarden en vooral veel leegte.

Eigenlijk begon m’n avontuur al in Finland, toen ik in het vliegtuig naar Moskou en daarna naar Ulaanbaatar stapte en ervoer hoe luxe Aeroflot stiekem is, of de dag dat ik aankwam, toen we taart gingen eten bij een luxe Franse tent en ik zo lang mogelijk opbleef om m’n jetlag te bestrijden, maar daar ga ik niet te veel op in. De echtere start was de dag dáárna, toen we onze gids en chauffeur ontmoetten en begonnen aan onze 19-daagse tour in een Russisch busje over de hobbelende zandweggetjes en graslanden van de Mongoolse hoogvlaktes.

Want dat was de structuur van onze dagen. Hobbelen, stinken naar benzine, daarnaast overnachten bij nomadenfamilies in gers (yurts) en stinken naar houtkachelvuur, plassen in winderige gaten in de grond tussen de yaks, paarden en honden, koukleumen omdat het ‘s nachts allang vroor, en daartussendoor, zoals gezegd, de meest geweldige dingen ooit zien en doen.

DSC03770

Lunchtijd: even pasta koken in de luwte van het busje.

De eerste paar dagen reden we vanuit Ulaanbaatar richting het zuidoosten. Zodra we de met rook gevulde, krakkemikkige wijken en gerkampen van de hoofdstad achter ons lieten, strekte de onaangetaste hoogvlakte zich eindeloos uit om ons heen. Toen we de asfaltweg verlieten, kwamen we alleen nog af en toe een ander toeristenbusje of een nomade op een motor of paard tegen.

We bezochten een heilige schildpadrots, een boeddhistische tempel hoog op een berghelling (zodat de monniken goed konden bidden), en een reusachtig standbeeld van Genghis Khan dat middenin de leegte van de vlakte stond. Op diezelfde vlakte overnachtten we, en zagen we de mooiste zonsondergang en sterrenhemel die we ooit hadden gezien. Maar dat gebeurde elke nacht, dus hoe bijzonder dat nou was…

DSC03754

Een soort Mongools Vrijheidsbeeld, I guess.

Het landschap verdorde, verrotste en verzande: we betraden de Gobiwoestijn. Warmer dan Ulaanbaatar, maar nog steeds verrassend koud, voor een plaats met “woestijn” in de naam. Hier klommen we als kleine kinderen over de rotsformaties, reden Kevin (onze Singaporese medereiziger) en ik op kamelen (heerlijk comfortabel en warm, tussen die twee bulten vet), worstelden we een 300 meter hoge zandduin (de hoogste in de wereld) op, en bezochten we prachtige kliffen van rood steen vol ijzer.

DSC03852

Klaar, we kunnen inpakken. Mooiste zonsondergang ooit.

Rond deze tijd begonnen we een patroon in ons dieet te herkennen. Onze gids kookte drie maaltijden per dag: gebakken ei dat droop van de olie, pasta, handgemaakte noedels of soep met vet vlees, en droog brood. Goed tegen de kou, zei hij, en we leidden geen honger, maar makkelijk weg te werken is anders. En met z’n paar woorden Engels en z’n dwingende “please”n was de gids ook te aardig en intimiderend om alles te laten staan (hoewel we daar niet allemaal even veel last van hadden).

Na de Gobi trokken we omhoog in het westen van Mongolië, waar de hoogvlakte ondertussen een dun laagje sneeuw aan het verzamelen was. Onze gers werden langzaamaan vrij koud: zó koud soms dat we de kachel gewoon de hele nacht aan hielden en ik er dus om de twee uur uit moest. Ik, ja. Maar ja, met mijn slaapskills moest ik er sowieso elke nacht al uit om naar de wc vijftig meter verderop te gaan.

DSC03797

Het is wat laag, maar dit wc-huisje had tenminste niet al te veel kieren.

Ook had Kevin ons in de Gobiwoestijn verlaten om naar Irkutsk te vliegen, wat jammer was, want er was net iets moois aan het opbloeien tussen hem en Lotus. Vond hij. Lotus wist van niks, maar was opgelucht dat ze nu niet meer de hele tijd Engels moest spreken. Totdat we kaartspelletjes gingen spelen met de enige andere groep toeristen in de wijde omtrek, maar eigenlijk was iedereen toen te dronken om überhaupt nog een taal te spreken.

DSC03901

Vanuit de verte zag je er niks van, totdat je opeens bijna op de bodem lag…

Op onze weg naar het noorden bezochten we een halfbevroren waterval, een traditionele Mongoolse bruiloft (wat volgens onze gids een enorme eer was en volgens ons vooral ongemakkelijk), een vulkaan (jammer genoeg zonder lava) en een warmwaterbron hoog in het Altajgebergte. Ook reden Nien en ik paard zoals dat natuurlijk hoort als je in Mongolië bent. Nou ja, misschien niet precíés zoals het hoort, maar we zaten in ieder geval op de rug van een paard.

DSC03964

Eigenlijk was die muts nergens voor nodig; het waaide die dag amper…

Ons noordelijkste punt (en nagenoeg eindpunt, afgezien van de driedaagse terugreis naar Ulaanbaatar) was Hövsgöl Nuur, met een afmeting van 40 bij 135 kilometer (groter dan Luxemburg) het grootste zoetwatermeer van Mongolië. Lekker wandelen door de eindeloze bossen en langs het meer: overdag was het warm maar ‘s nachts wederom ijzig koud. Hevige contrasten, dus de perfecte conclusie voor onze reis.

DSC03931

Een uurtje welkome warmte en, zo drukte onze gids ons keer op keer op het hart, gezonde mineralen. Mineralen die naar riool roken.

Want de contrasten waren overal sterk. Kou en warmte, zand en sneeuw, rondrennen en verkleumd stilzitten, de enorme leegte buiten en de knusse gezelligheid binnenin de ger. Maar daarnaast was het vooral het beste dat ik ooit heb meegemaakt. Het is moeilijk te beschrijven hoe het was zonder er een boek over te schrijven of mensen te laten sterven van verveling. Hoe vat je dus drie weken propvol mooiste uitzichten en ervaringen ooit samen in 800 woorden? Niet. Maar ja, het is een poging.