De onuitspreekbare toekomst

Op de rand van mei ging ik op avontuur. Op jacht naar het onbekende. Met m’n fototoestel als wapen en m’n pet als harnas, bereidde ik me vanochtend voor. Het was vroeg, maar de zon schitterde al in de kille lentelucht. Op het station stond de trein bevend van angst te wachten tot ik zou instappen en hem zou dwingen te vertrekken. De bestemming? Jyväskylä.

Dat klopt, waarde lezer! De vier onuitspreekbare lettergrepen die zich om m’n academische toekomst wikkelen als een wurgslang. Oké, dat is misschien wat overdreven, maar het begint steeds duidelijker te worden dat ze op de universiteit waar ik vanaf komend schooljaar officieel studeer, geen idee hebben wat ze met ons Vaasa-mensen aanmoeten. Dus in een poging iets meer grip op een glibberige situatie te krijgen, ging ik, zoals gezegd, op avontuur.

DSC03543

Jyväskyläänse eekhoorn, woop woop!

De trein doet er, inclusief overstap in Tampere, drie en een half uur over. Goed om te weten, maar geen forensenafstand. In de trein kwam ik Noora tegen, een mede-PhD-student, die ook op weg was naar Jyväskylä. Nu denkt u misschien, wat de fuck? Maar het is minder willekeurig dan het lijkt. De reden dat ik juist vandaag naar Jyväskylä ging, was dat ik na een methodologiefestival mee terug naar Vaasa kon rijden met Anu, een derde mede-PhD-student. Noora en Anu gingen naar het methodologiefestival, maar ik niet. Dat vond ik te duur. En wie heeft er nou onderzoeksmethodes nodig?

In Jyväskylä bezochten we eerst de universiteit. Noora en Anu woonden die middag verschillende lezingen bij, en ik had vier uur de tijd om de stad te verkennen. Jyväskylä is gelegen aan het Jyväsmeer (waar het, zo heb ik gededuceerd, naar vernoemd is, maar wat eigenlijk meer een baai is). Het ‘kylä’-gedeelte betekent ‘dorp’, en ondanks dat de stad twee keer zo groot is als Vaasa, snap ik waarom er voor ‘kylä’ is gekozen. Het voelt alsof de omringende bossen en heuvels elk moment de stad kunnen verzwelgen. De natuur is overal – nog overaller dan in Vaasa, en anderhalf jaar geleden dacht ik dat het dáár al overal was!

DSC03536

De universiteit, vanaf een brug.

Ik liep over een brug naar de zuidoever, beklom een heuvel, en toen bleek dat dat pad nergens heen ging, volgde ik de kust naar de volgende brug. Die leidde terug naar het station, erlangs verder naar het noorden en het centrum in. Nou ja, ik zeg ‘centrum’, maar het zijn zes straten. En dan ben ik nog vrijgevig. Evengoed was het er superdruk, vooral voor een Finse stad, en er zijn ongeveer honderd keer zoveel winkels als in Vaasa. Ook was er vandaag een internationale markt, maar ik weet niet hoeveel die m’n eerste indruk heeft beïnvloed.

DSC03537

Franse vlaggen, verderop Belgisch en Italiaans, en achter me Grieks en Amerikaans.

Het belangrijkste verschil met Vaasa is dat Jyväskylä wel een spellenwinkel heeft. Nou ja, de helft was Games Workshop, maar evengoed hadden ze er veel D&D-boeken, Magickaarten en dobbelstenen, en zelfs een kleine collectie alledaagsere bordspellen en fantasyboeken. Natuurlijk meteen nieuwe dobbelstenen gekocht. Ik hoopte ook dat ze er D&D-sessies organiseerde, maar van die kermis kwam ik helaas koud thuis. Alleen Magic. Maar wel meteen drie avonden, so that’s nice.

Ten noorden van het centrum was nog een heuvel, en deze had een uitkijktoren. Van bovenin viel het pas écht op hoe erg de stad is ingesloten door de bossen. Het is niks méér dan een vleugje wilde kleuren in een zee van grauwe dennen en berken. Hier en daar loopt er een smal strookje asfalt de stad uit, honderden kilometers tussen de onbewoonde heuvels door, totdat hij uiteindelijk een andere beschaving binnen zwoegt. Alles is ver weg. De stad kan niet snel bereikt worden: het is een beangstigende en isolerende gedachte. Áls de natuur het op een dag zou verzwelgen, zou de rest van de wereld er niks van merken. Niemand die er iets van merkt dat er hier ook ooit een plasje leven was.

DSC03538

Zoveel leegte er overal omheen…

Maar dat was wel genoeg existentiële crisis. Ik klom weer naar beneden en ging een ijsje eten. Ik ben sinds twee en een halve maand medevoorzitter van een IJsjesclub met als doel in elke stad het ijs te testen, dus ik moest wel. Toen ik m’n ijsje op had (best goed), zigzagde ik langzaam terug naar de universiteitscampus, tot het begon te regenen. Toen zigzagde ik sneller. Ik was een half uur te vroeg terug, dus ik las een paar hoofdstukken in m’n boek voordat ik met Noora, Anu en Anu’s man terug reisde naar Vaasa. Moe maar voldaan. Emotioneel uitgeput maar met een geslaagd avontuur op zak. Ik heb nog steeds geen idee waar ik volgend jaar ben, maar ik heb ik ieder geval Jyväskylä gezien. De universiteit heeft nu een gezicht. Spreekwoordelijk dan.

DSC03545

Een winkelcentrum. I don’t even know…

De maand van orde in de chaos

Omdat april weinig voorstelt dit jaar, gebruik ik in deze blogpost een aantal anekdotes om u op de hoogte te brengen van wat ik nu eigenlijk zoal doe. Op de universiteit, met mijn liefdesleven en met mijn schrijverscarrière, dat soort dingen. Nou ja, ik zeg “dat soort dingen”, maar eigenlijk zijn het gewoon die drie dingen. En ik zeg wel dat april weinig voorstelt, maar dat is alleen zo als je grote reizen verwacht.

En dat is niet altijd nodig.

DSC00618

Maar wel leuk. Oké, dat geef ik toe.

1. Vaasa? Jyväskylä? No one knows

Ik weet niet hoe goed u op de hoogte bent van de administratieve kant van mijn PhD, maar het komt hierop neer: de talenafdeling van de Universiteit van Vaasa (waar ik bij hoor) verhuist vanaf september naar de Universiteit van Jyväskylä (JYU), 300 km landinwaarts. Nu hoor ik u denken, geen probleem, toch? Gewoon naar een andere stad verhuizen. Je zit nog steeds in Finland.

Ach, was het maar zo simpel, mijn waarde lezer! Er zijn een aantal problemen met deze situatie.

  • JYU heeft geen vertaalwetenschappen, en ze nemen mijn huidige begeleider waarschijnlijk niet over. Maar ze nemen mij wel over. Ze moeten dus een nieuwe begeleider voor me regelen, maar ze hebben zelf geen vertaalwetenschappers. En met een nieuwe begeleider, kan mijn onderzoek ook weer een compleet andere wending krijgen, want begeleiders willen daar ook een invloed op hebben. Wie weet wat ik volgend jaar doe?
  • Er is nog steeds een heleboel onzekerheid over wat er überhaupt precies gaat gebeuren vanaf 1 september. Sure, we staan allemaal officieel ingeschreven bij JYU, maar we krijgen daar geen kantoor, als het goed is hoeven we daar geen vakken meer te volgen (want ik heb al m’n vakken al hier in Vaasa gehaald – als het goed is), en veel mede-PhD-studenten hebben hier gewoon hun levens – familie en vrienden en shit. Zelfs ík heb hier al genoeg vrienden om niet warm te lopen voor een verhuizing.

Dus wij PhD-studenten – vooral de vertaalwetenschappers – kunnen niks anders doen dan boze e-mails sturen en afwachten. En er zijn al zoveel boze e-mails verstuurd dat het effect daarvan ook wat is afgezwakt.

DSC03488

Ik blijf evengoed wel gewoon doorlezen.

Deze april gingen we uit eten met de kerngroep PhD-studenten. Misschien wel voor de laatste keer. Één van hen is het hele Jyväskylä-schip ontvlucht en verhuist binnenkort naar Turku. Een ander heeft zich aangemeld bij de Universiteit van Tampere. Geen idee of dat slim is. Maar het is wel jammer dat we zo uit elkaar vallen door onzekerheid. Elke bijeenkomst heeft tegenwoordig een sfeer van melancholie en nihilisme. Misschien is het de laatste keer dat we elkaar zien!

Maar aan de andere kant, brengt dit soort tegenspoed mensen ook dichter bij elkaar. Zonder Jyväskylä, waren we misschien nooit uit eten gegaan. So there’s that. Maar verder dus veel onzekerheid. Ik dacht, ik geef even een update.

DSC02729

Restaurant in Russisch bouwwerk!

2. Supermarktmedew— o. hm.

Oké, bear with me, want dit is een vrij zoetsappige en knullige anekdote. Ik ben ook maar gewoon een introverte nerd, oké? Nou weet ik niet of u zich dit herinnert (of überhaupt hebt gelezen), maar in februari schreef ik dat een supermarktmedewerkster van Lidl haar haar had geverfd en ik misschien binnenkort zou zeggen dat het awesome was. Dat heb ik in maart gezegd, en ik was even heel trots op mezelf, want ik had een vreemde aangesproken. Ik dacht, chill, dat is dat, over op de orde van de dag.

Maar toen kwam Marlijn op bezoek en zag hij de supermarktmedewerkster. Hij bevestigde wat ik eigenlijk onbewust ook al wel wist: ze is vet knap. En voordat u gaat schreeuwen over oppervlakkigheid: in “knap” neem ik ook mee, “lijkt aardig”, “lacht vriendelijk”, dat soort shit. Dus we sloten een weddenschap dat ik haar de eerstvolgende keer dat ik haar zag, mee uit moest vragen. Op een date. I weet het, probeer niet meteen in lachen uit te barsten. En als ik het niet deed, moest ik een milkshake met broccoli, saucijzenbroodje, mayonaise en nootmuskaat drinken, dus ik had een goede motivatie. Naast, you know, dat het gewoon chill zou zijn.

DSC03133

En de daaropvolgende twee weken was ze er niet…

Begin april zag ik haar weer – en godenzijdank niet achter de kassa maar gewoon het koekjesvak aan het bijvullen – en vroeg ik haar mee uit. Ze reageerde heel gevleid, maar ze had een vriend. En die zou dat waarschijnlijk niet fijn vinden. Evengoed kon mijn dag niet meer stuk. En dat kan hij nu, tweeëneenhalve week later, nog steeds niet.

Wat ik met deze anekdote wil zeggen, is dat m’n liefdesleven één grote hoop verwarring is. Wil ik een nieuwe relatie? Jawel, maar ik ben súper kieskeurig. Dus wil ik het dan écht wel?

Oké, misschien klinkt dat niet als één grote hoop verwarring. Ik beloof u dat er nog meer vragen zijn, maar die zijn (nog) te onzeker en conceptueel om te delen. Dus hiervoor heeft u alleen mijn woord. Ik ben druk aan het werk.

DSC02734

Aan het eind van de spoorweg van de zoektocht schijnt de zon van zelfplooiing. Heel vergezocht; ik had geen betere foto. Hoewel het wel passend was geweest, vond ik het ook weer zo wat om een foto van háár te maken…

3. Zoveel Woorden!

Daarnaast heb ik op creatief vlak wel weer ontdekt waar ik me mee bezig wil houden. Na het moeizame schrijfproces van Maskerval (hij ligt nu bij uitgeverijen voor overweging, btw!) en het nog moeizamere begin van m’n volgende Nederlandstalige fantasy (Waar de Deuren Fluisteren, mocht u zich interesseren in titels die niet gepubliceerd gaan worden), ben ik weer overgestapt op Engelstalige fantasy. Ja, Jord, lach maar; ik ben er nog steeds van overtuigd dat Nederlandse fantasy wel goed kán zijn. Er bestaat alleen te weinig van om het schrijfproces zo soepel te laten zijn als in het Engels…

Mijn nieuwe verhaal heet tot nu toe Lock, en is een biografie. Fantasy-biografie. Fictiobiografie? Ik zit pas in hoofdstuk één, maar afgelopen weekend heb ik meer woorden aan achtergrondinfo geschreven dan ik in de voorgaande maand had geschreven aan Waar de Deuren Fluisteren. Eindelijk weer motivatie!

Map Norrant

En als vanouds kaarten getekend op regenachtige zaterdagmiddagen.

En niet alleen motivatie voor Lock. Ik heb deze maand ook weer twee beeldgedichten geschreven, en vier à vijf liedjes (waarvan een niet nader te noemen aantal over die supermarktmedewerkster). Liefdesverdriet is blijkbaar een goede motivatie voor liedjes en gedichten. Misschien gaat dan ooit toch mijn beeldgedichtenalbum af zijn, en misschien neem ik dan toch ooit nog eens een muziekalbum op.

Tuurlijk, allemaal verre toekomstplannen of dromen, veel te optimistisch en onrealistisch, maar als ik íéts ben, is het een dromer. Dus dat is mijn excuus.

DSC03484

Ja, ik nam 100.000 foto’s tijdens het schrijven. Ik wist dat er een blogpost aan zat te komen en m’n haar zat goed.

En dat is momenteel mijn leven. Onderzoek doen, schrijven, en vooral veel nadenken en dromen. Eigenlijk is dat de afgelopen 5 jaar ook mijn leven geweest, sinds ik begon aan de bachelor Engels op de VU, dus wat dat betreft, verandert er weinig. Maar wat er wel verandert, is alles eromheen. Ik hoop dat u dit het waard vond om te lezen – ik kan helaas geen compensatie bieden voor uw verloren tijd. In ieder geval ben ik nu weer iets minder mysterieus, dus dat is misschien een geruststelling.

Vaasa Revisited

Gisterochtend nam ik bij de universiteit afscheid van Marlijn. Ik had vroeg college en hij had een trein te halen en een Finse hoofdstad te verkennen. Helsinki, mocht u zich afvragen welke. Maar Marlijn was niet de enige die deze maand in de kalme plas van m’n doordeweekse colleges en artikels kwam springen. Eerder kwam Nien al op bezoek, en zelfs tussen m’n buitenlandse bezoekers door, gebeurde er veel spannends. Dus, in de onsterfelijke woorden van Ted Bear: try and keep up!

DSC03444

Zelfs de oude kerk speelt in de sneeuw

Nien was m’n eerste bezoeker dit jaar. Ondanks dat we maar een lang weekend hadden, konden we rustig aan doen. Vaasa is niet de meest toeristische plaats ter wereld. We deden een rondje binnenstad, bezochten de universiteit, wandelden over de nog stevig vastgevroren baaien en maakten de grootste sneeuwpop die we volgens mij ooit hebben gemaakt. De tweede dag gingen we naar de ruïnes van oud Vaasa, die halverwege de negentiende eeuw zijn afgebrand. Ook daar zetten we een sneeuwpop neer.

Nien werkt boven de VVV in Enkhuizen, en zoals het een echte VVV betaamt, hadden ze het beste café in Vaasa al voor ons opgezocht. En dwongen ze ons ernaartoe te gaan. Het piepkleine cafeetje is de verzamelplaats voor alle hipsters van Vaasa (want het is duur, dus origineel), maar ze hebben er wel lekkere taartjes. Toen we de verkiezingsuitslag bespraken, waar blijkbaar heel Nederland ontevreden over was, besefte ik hoe erg ik al uit de roulatie ben. Ik heb amper een idee meer van wat er in het land speelt. En gelukkig maar, want dat was wel één van m’n doelen toen ik hier kwam. Vrij van al die negatieve stemmingmakerij.

DSC03446

We zijn allemaal trekvogels

Om Niens bezoek heen, hielp ik een vage bekende met verhuizen (want het was dichtbij) en woonde ik de housewarmingparty bij. Ineens ken ik twee keer zoveel mensen in de buurt. En het is heel fijn om mensen uit landen zoals Rusland, Libië en Iran te ontmoeten, want die zijn veel betrouwbaarder en weten veel meer dan wat onze Westerse media over hen vertelt. En als je de xenofobische angst die momenteel wild om zich heen grijpt, wilt bestrijden, helpt het om wat van andere culturen af te weten. Zoals het als je een ruzie hebt, ook altijd goed is om de ander te proberen te begrijpen.

Maar genoeg libtard-gepreek: het volgende weekend stond Marlijn alweer voor de deur! De sneeuw was grotendeels gesmolten en de typische bergen stof die er in de lente onder vandaan komen, stoven alweer over de straten. Voor de tweede keer deze maand deed ik een tour van Vaasa. Het gaat niet snel vervelen, want in de lente kan het elke week anders zijn. En het zijn wel mooie wandelingen.

DSC03456

Een week later is de oude kerk een ijsbaan

Naast het rondlopen, keken we veel cabaret en films. Ik weet niet hoe vaak ik Robin Hood: Men in Tights al heb gezien, maar hij blijft hilarisch. Of misschien groei ik gewoon niet op. Ook werkten we de hele discografieën van Ilvis en Kollektivet af, en we speelden ontelbare potjes Piña Pirata, een kaartspel dat ik van Nien en Jord kreeg voor m’n verjaardag. De halve week dat hij er was, was, zoals gewoonlijk, een grote explosie van hilariteit en diepgaande gesprekken.

Maar zelfs dit was niet alles dat er is gebeurd deze maand! Ik zat even twee weken bij een koor, ging met de D&D-groep en wat vrienden van hen naar de bioscoop (Logan is de derde Marvel-film die ik leuk vind, way to go!), en vierden we St. Patrick’s op de universiteit. Met zoveel gezellige en sociale dingen, is het wel eens moeilijk om te bedenken wat ik qua onderzoek eigenlijk nog aan het doen ben. Daarentegen is het wel makkelijker om te bedenken wat ik qua léven aan het doen ben. Chillen en de wereld ontdekken. Wat anders?

DSC03452

Why yes, I do want to build a snowman

Deze maart stond dus in het teken van vriendschap. Natuurlijk waren er verkiezingen in Nederland die het land in duizend stukken uiteen reten, en natuurlijk schreef ik m’n artikel en heb ik minstens elke maandag college, maar met alle bezoekers en evenementen, was dat niet zo belangrijk. Wat wel belangrijk is – wat verbindingen met plaatsen schept en wat goede herinneringen creëert – is vrienden.

Maar dat gezegd hebbende, is het nu hoog tijd voor wat rust. Introvert, yo.

 

Mijn eerste conferentie!

Mijn vorige blogpost is nog maar kort geleden, dus ten eerste excuses voor deze overvloed. Ik heb niet echt controle op wanneer ik blogwaardige dingen beleef. En gelukkig maar, anders zou ik helemaal geen avonturen meer beleven. Ondanks dat het misschien niet altijd even leuk is.

dsc02602

Terug bij de universiteit

Zoals degenen die de afgelopen twee weken het slachtoffer zijn geweest van een constante stroom van lichtelijk panische zorgen en zenuwen van mijn kant, zich misschien wel herinneren, heb ik afgelopen donderdag en vrijdag mijn eerste wetenschappelijke conferentie bijgewoond. En er ook gepresenteerd over mijn onderzoek. En ze hadden me ook gevraagd om een sessie voorzitter te spelen, maar dat vond ik te veel van het goede. Ik wist niet eens wat een voorzitter dééd. Blijkt achteraf dat dat heel weinig is, maar ja.

Vlak voordat ik eind januari Nederland verliet, begonnen de zenuwen zich al op te kroppen. Ik had zes weken niet aan mijn onderzoek gewerkt en niks met de universiteit te maken gehad, dus het was allemaal erg ver weg. En daarmee erg moeilijk. Hoe kon ik ooit iets zinnigs presenteren als ik niet eens meer wist wat ik aan het doen was? Daarom las ik tijdens mijn eerste week in Vaasa meteen álles wat ik het afgelopen jaar had geschreven. Het meeste wist ik eigenlijk ook nog wel, en natuurlijk had ik het allemaal heel gestructureerd achtergelaten, maar toch vierden de zenuwen hoogtij. Presenteren is nog steeds één van mijn grootste vijanden.

ftftifr-joke

Maar ze zeiden geen “okay, bye”…

Het onderzoek waarover ik wilde presenteren – een pilotstudy om mijn analytische model te testen – had ik grotendeels al gedaan voordat ik naar Nederland ging. Alles wat ik tijdens de tweede week dus nog hoefde te doen, was mijn gegevens samenvatten en mijn presentatie uitschrijven. Langzaam verdween de ergste stres en kon ik weer nadenken. Niet zó goed dat ik meteen weer mijn onderzoek in dook of aan een nieuw verhaal begon of zo, want daarvoor was de presentatie te dichtbij en was er te veel wat ik niet wist over de conferentie, maar ik kon wel andere dingen gaan doen.

Dingen waar ik al eeuwen niet echt aan toe was gekomen, zoals lekker veel lezen, weer eens World of Warcraft opstarten (for old times’ sake), en wat verhalen bewerken die ik nog had liggen. Vooral veel consumptie, want dat is stukken makkelijker dan productie als je weinig concentratievermogen hebt.

Ondertussen raakte ik ook alweer meer op mijn gemak in Vaasa. Het begon eindelijk te vriezen (rond de -8: nog steeds zomers vergeleken met de -25 van vorig jaar) en een supermarktmedewerkster van de Lidl had haar haar blauw geverfd en dat ziet er supergaaf uit, maar verder was er weinig veranderd. Ik praatte bij met mijn huisgenoten en we gingen verder met D&D. Op de universiteit gingen de gesprekken vooral over Jyväskylä en de conferentie. Dat klinkt misschien niet fijn (want ik probeer presentaties altijd zoveel mogelijk te vergeten voordat ik ze moet doen), maar het is heerlijk om weer terug te zijn.

dsc03112

Lekker aan het eind van de dag door de lege hallen slenteren…

Op donderdag begon de conferentie met een introductielezing en een koffiepauze. Daarna woonde ik de presentaties van mijn mede-PhD-studenten bij en werd ik voorgesteld aan mensen van de universiteit van Turku en van een universiteit in Engeland waarvan ik de naam ben vergeten. Gedurende de afgelopen twee weken werd ik de organisatie steeds dankbaarder dat ik pas op vrijdag hoefde te presenteren. Zo kon ik eerst zien hoe het er aan toe gaat op zo’n conferentie, mijn toekomstige publiek leren kennen, en de juiste ruimtes vinden in het ondoorgrondelijke hoofdgebouw.

Maar vrijdagochtend was het dan echt zover. Als laatste van de sessie (van drie presentaties) was ik aan de beurt. Als een speer raasde ik door de terminologie en concepten heen, en daarna volgde een verzameling aan willekeurige voorbeelden uit mijn pilotstudy. Maar het publiek bleef begrijpend knikken, dus dat was hoopgevend. En eigenlijk was het presenteren zélf, met goed voorbereide Powerpoint en aantekeningen, ook best leuk. Niet dat ik de twee weken ervóór graag over zou doen – of de presentatie zelf, wat dat betreft – maar het was geen drama. Dat stadium ben ik blijkbaar eindelijk ontgroeid. Er zit tóch vooruitgang in mijn ontwikkeling als presentator.

16683451_1409005345808026_1565156869_n

Met naamkaartje! Fotocredits: Carola, een mede-PhD-student

Na afloop (en na het bombardement aan goede vragen en opmerkingen) kreeg ik van mijn begeleider het beste compliment dat ik me kan voorstellen: qua presentatieskills zat ik op het niveau van Johan Franzon, die mijn begeleider vorig jaar in Aarhus zag en op wiens werk ik erg steun in mijn onderzoek. Ook is presenteren goed om erachter te komen waar ik écht goed in ben (“You’re some kind of organisation wizard”), naast, dus, goed voor mijn ego. Dus nu, na twee weken in Vaasa, heb ik alweer vertrouwen in mijn onderzoek. Ondanks de chaos rond Jyväskylä en het lot van mijn begeleider (en, dus, mijn woonplaats), weet ik dat ik dit kan.

Misschien zeg ik binnenkort zelfs wel tegen die supermarktmedewerkster dat haar haar supergaaf is.

 

Van alleen naar samen

Dit is mijn moeilijkste blogpost ooit. Nog nooit heb ik zo geworsteld met motivatie en inspiratie om iets zinvols op papier te krijgen. Niet omdat het zo’n emotioneel zwaar onderwerp is of omdat ik het ben vergeten (wat allebei ook erg aannemelijk was geweest, en ook wel een beetje het geval is), maar gewoon omdat er zoveel is om over te schrijven. Het is moeilijk om anderhalve maand tjokvol belangrijke herenigingen, grote avonturen en emotionele ontwikkelingen samen te vatten. “Maar als er zoveel is om over te schrijven,” vraagt u zich wellicht af, “waarom schrijft hij dat dan niet gewoon, in plaats van dit verhaal over hoe moeilijk het wel niet is?” Tja, eigenlijk alleen maar voor de structuur.

dsc03158

Zuiderkerk in Enkhuizen: het begin van mijn Grand Tour!

Halverwege december barstte mijn Grand Tour des Pays-Bas los op explosieve wijze. Ik liet met Peer een tattoo zetten om onze vriendschap (alle 17 jaren en ontelbare avonturen ervan, goed en slecht) te vieren, en ik speelde voor het eerst in jaren D&D in Enkhuizen. En aan het einde van de week sprong ik voor het eerst de Nederlandse trein weer in (en besefte ik hoe slordig de NS is, vergeleken met de Finse VR) voor een bezoek aan Mieke in Amsterdam en Jord in Groningen.

Plotseling viel het me op hoeveel er altijd verandert. Plotseling hadden eeuwige vrijgezellen relaties, en degenen die de laatste keer dat ik ze zag, nog relaties hadden, waren nu alweer máánden single. Plotseling waren er mensen verhuisd en nieuwe huisgenoten of baby’s verschenen en nieuwe ideeën en ontwikkelingen ontstaan binnenin mensen, die er zomaar waren gekomen. Eindelijk bewijs dat de wereld toch wel verder gaat, ongeacht of mijn bewustzijn zich ermee bezig houdt of niet. Hele geruststellende gedachte.

dsc03166

In de reflectie in mijn herinneringen, lijkt iedereen nog maar vaagjes op zichzelf

Op een zonnige, bijna tropisch warme eerste kerstdag kwamen Jord, Jaana (Jords vriendin, red.) en ik terug in Enkhuizen. Kerst vierden we in huize Reus (of “huize Eddie Reus”, voor degenen die geen aanstoot nemen aan verwijzen naar een gezin met de voor- en achternaam van de man/vader en die in de war waren omdat er méér dan één “huize Reus” in de wereld is). Voor mij was het heerlijk rustig, want ik had mezelf vrij gegeven van mijn vertaalopdracht en ik hoefde niet uren rond te reizen. Maar ook de midweek erna was heerlijk rustig, ondanks dat we toen wel reisden: naar Schoorl met het gezin, voor pakjesavond en gezelligheid. Kerstsintoudennieuw was geweldig, inclusief eeuwenlange wandelingen waarin we honderd keer verdwaalden (want we hebben allemaal het richtingsgevoel van een gebarsten theekopje) en het cadeauspel waaruit voor mij vooral stapels nieuw leesvoer voortkwam.

wp_20161229_14_06_21_pro__highres

Ergens verdwaald en bevroren, maar altijd lachend! Fotocredits: Eddie

Zoals u nog wel weet (als u een geweldig geheugen heeft of als het misschien buitenproportioneel veel indruk op u maakte) ging mijn tweede blogpost in 2014 over Miek en mijn bezoek aan de Hondsbossche Zeewering. Ik had er toen vrede en geluk teruggevonden – althans, voor even. Nu, ruim twee jaar later, waren de duinen flink gegroeid. Het dal van weggedrukte emoties waar ik toen uit was geklommen, lag er nu begraven onder tonnen zand en helmgras. De afgelopen twee jaar ben ik vaak genoeg met geschaafde handen door andere, nog veel diepere dalen gestruikeld, maar emoties wegdrukken, daar doe ik niet echt meer aan. Toch zal ik nooit zonder enorme genegenheid naar die Hondsbossche Zeewering kunnen kijken. Daarvoor was het dal te diep, de top die ik er bereikte, te belangrijk, en mijn liefde voor Mieke te groot. Vooral nu de woede weg is.

dsc03239

En de dalen te mistig

Voor oud en nieuw was ik in Amsterdam met Merl (de beste filosoof van onze tijd) en Zoë (met wie ik over zes jaar een huis ga kopen) en speelden we Skye (een soort Kolonisten van Catan) en negeerden we het vuurwerk, want dat was te veel gedoe. De twee weken daarna zette mijn Grand Tour zich in alle hevigheid voort, met nachten in Amsterdam, Hilversum, Bovenkarspel en Voorschoten. Daaromheen rondde ik nog een enorme vertaalopdracht af, dus tijd om na te denken had ik niet. Nu was dat tijdens het rondreizen niet erg, want het was geweldig om iedereen weer te zien en vreselijk om iedereen weer achter te laten, maar tijdens het vertalen overviel het me wel eens. Ik heb zoveel achtergelaten door naar Finland te verhuizen. Is dat het wel waard?

Waarom ging ik eigenlijk naar Finland? Natuurlijk, er waren honderden bewuste, expliciete redenen, maar daarmee hield ik mezelf in ieder geval niet voor de gek. Ik wil Fins leren, maar daarvoor hoef je niet in Finland te wonen. Die PhD is meer tijdverdrijf dan echt iets dat ik graag doe. “Andere landen en culturen ontdekken” is een goede reden, natuurlijk, maar ook zo vaag en abstract dat ik niet weet of verhuizen naar Finland echt zin heeft. Elke keer als ik zo’n reden gaf, was ik blij dat ik de vraag had afgeslagen, maar ik wist dat het niet de échte reden was.

dsc02643

Dat was de sneeuw, natuurlijk

De echte reden dat ik naar Finland ging, zo heb ik ontdekt, is dat ik alles in Nederland had verloren. Natuurlijk had ik dat niet, maar zo voelde het wel. Mieke was zo’n groot onderdeel van mijn leven, dat toen onze relatie verdween, voor mij meteen álles verdween. Alles, behalve mijn herinneringen aan het buitenland. In Australië had ik ook vier maanden zonder haar overleefd, en dat was ook gaaf. Dus zou een nieuw verblijf in het buitenland dat ook zijn. Misschien was dit al eeuwen overduidelijk voor iedereen om me heen, maar ik had daar een jaar Finland voor nodig.

Pas op dat moment, na een jaar in Finland te hebben gewoond en drie weken terug te zijn in Nederland, besefte ik dat ik lang niet alles was verloren. Dat Miek toch níét mijn hele leven was geweest. En dat ik een veel groter en voller leven heb in Nederland dan in Finland. Niet dat Nederland alles heeft wat Finland heeft en méér, maar wel dat ik in Finland altijd de buitenstaander ben, en ik in Nederland een stabielere plek heb, omringd door vrienden en zekerheden. En überhaupt een taal die ik spreek.

dsc03262

Maar ook Italië. Yay, bruggetje!

Halverwege januari ging ik ook samen met Miriam naar Italië. Om een onbekende reden waren we daar allebei nog nooit geweest. In onze eerste paar dagen konden we meteen al genieten van de authentieke Italiaanse cultuur (lees: automobilisten die midden op het kruispunt stoppen zodat ze voetgangers kunnen uitschelden en McDonaldsmedewerkers die in je gezicht staan te schreeuwen omdat ze boos zijn dat ze geen Engels spreken en jij geen Italiaans). Ondanks de prachtige steden en natuur en de diepgaande en mysterieuze geschiedenis van steden als San Marino en Venetië, zou ik daar nooit een jaar kunnen leven. Daarvoor wil iedereen te veel met je te maken hebben. In Finland geven ze me tenminste de ruimte om te leven.

De vakantie was heerlijk, ondanks een kort ziektebed in het bevroren éénsterrenhotel in Florence, en Mir is een ideale reispartner voor mij. Dat merkten we al snel toen we in twee dagen lachend heel Rome doorrenden. Met bussen en metro’s zie je toch niks van de stad. Maar ik was ook blij om na elf dagen rondreizen weer even naar Nederland te gaan. Zó lang blijft die Italiaanse keuken nou ook weer niet lekker. Uit Venetië nam ik een carnavalsmasker mee, want zonder het Venetiaanse carnaval zou Maskerval niet bestaan, en uit Florence nam ik een ouderwets kompas mee dat nu ergens in Miekes huis rondslingert, want zonder kompas zou… Nou ja. Ik kan Italië in ieder geval best aanbevelen, voor één keer.

dsc03363

Al is het maar voor San Marino

Het thema van mijn zes weken Nederland is, voor mij, dus, relaties. Ik ben dan misschien over Mieke heen, maar niet over het verdwijnen van onze relatie. De afgelopen anderhalf jaar heb ik dingen verwerkt, maar niet alles. Láng niet. Nog steeds ben ik zoekende en bang om te verdwijnen. Nu ik dat gevoel niet meer kan afschuiven op een zondebok – nu mijn irrationele woede voor Mieke grotendeels is gaan liggen – kan ik het inzien. Blijkbaar had ik daar anderhalf jaar voor nodig. En wie weet hoelang ik er nog voor nodig ga hebben om niet meer bang te zijn om te verdwijnen. Misschien is het wel iets dat nu gewoon bij me hoort.

Wat het ook is: het helpt in ieder geval om dit allemaal op te schrijven, deze twee en een half jaar dat ik nu bezig ben met dit blog. Bedankt, lezer, voor het meelezen.dsc03399

De grote terugreis

Ik weet het, het ging wat onopgemerkt, zo met maar twee posts op Facebook, maar na een jaar avonturen beleven in Finland, ben ik weer in Nederland! Aan de ene kant is alles hier hetzelfde, maar aan de andere kant is alles veranderd. Dat laatste vooral aan de rechterkant.

dsc03134

De zon gaat onder in de universiteit

De afgelopen week was mijn laatste week van het jaar in Vaasa, en stond daarom in het teken van afscheid nemen. Op zaterdag eerst van mijn huisgenoten, met een uitgebreid kerstmaal van tortilla’s met karakteristiek veel chilisaus en ongekend veel moeite (inclusief blauwschimmelkaassaus en salade). Op zondag nam ik afscheid van de D&D-groep, waar we eindelijk de bank opbliezen en de draak die daar aan het hoofd stond, ernstig verwondden. En op woensdag van Mira, met een bezoek aan Rogue One (wat goed de beste Star Wars-film ooit kan zijn). Donderdag liep ik voor het laatst naar de universiteit om mijn boarding pass uit te printen, voordat ik vrijdagochtend Vaasa achter me liet.

dsc03144

Sorry voor de overkill aan zon: dat ding bleef maar ondergaan in Vaasa

Die ochtend ging om half zes mijn wekker. In de duisternis van de Finse winternacht controleerde ik mijn tas, ruimde ik de laatste dingen op en zette ik mijn laatste bakje havermoutpap in de magnetron. Een half jaar geleden, toen ik Stefan terugbracht naar het station, waren we bijna te laat voor de trein, dus dit keer trok ik een half uur van tevoren de voordeur achter me dicht en beende ik twintig minuten te vroeg het station op. Pas bij de meren van Tampere, halverwege de drie en een half uur durende treinreis, verschenen de eerste zonnestralen boven de eindeloze dennenbossen van het land waar ik het afgelopen jaar heb geleefd.

In Helsinki stapte ik over op de pas geopende lijn naar het vliegveld, wat me een busreis en een uur scheelde. Zonder deze treinverbinding had ik niet op tijd op het vliegveld kunnen zijn en had ik een dag eerder naar Helsinki moeten komen – met alle prijzige gevolgen van dien. Maar nu was ik er net op tijd en kon ik met mijn boarding pass meteen door naar de gate. Tenminste, als mijn vlucht niet anderhalf uur vertraagd was. Helsinki-Vantaa is best een mooi vliegveld, maar wel dure chocola.

dsc03152

Enkhuizen vanaf het beste uitzichtspunt, volgens Nina

Ondanks de vertraging was het een comfortabele vlucht. In plaats van een broodje kregen we een bakje pasta (Italiaanse, geen chocolade-) en een koekje, en ondanks dat ruim de helft van de passagiers hun aansluiting op Schiphol miste, leek iedereen te vertrouwen op een goede afwikkeling in Amsterdam. Evengoed was ik blij dat Amsterdam mijn eindbestemming was wat vliegen betrof.

Ik kwam bij gate 4 naar buiten en vond mijn ouders bij gate 2. Niemand snapt de aankomsthal van Schiphol. Ik had ze in augustus nog gezien, maar evengoed was dat alweer lang geleden. We sprongen in de auto en waadden door de spits heen naar Enkhuizen. Het zag er precies hetzelfde uit als ik me herinnerde, alleen echter. Levender. Opeens waren overal weer de historische straatjes, de kale winterbomen en de kerstverlichting van de oude stad. Na een jaar vervagen herinneringen blijkbaar genoeg om alles méér te waarderen dan ooit.

dsc03150

Ze noemen het Lichtjesavond, maar er is vooral duisternis

Dit weekend besteed ik aan spullen uitpakken, langzaam wennen aan het feit dat ik weer even in Nederland ben, en familie bezoeken. Zaterdagavond ging ik met pap naar de Lichtjesavond langs de grachten van Enkhuizen, en zondag dwong ik mezelf te beginnen met mijn volgende vertaalproject. Het is moeilijk daar motivatie voor te vinden als ik op vakantie ben, en als er weer zoveel vrienden om me heen zijn die ik zo lang al niet heb gezien. Ik heb nog een volle planning voor de boeg, dus tot zo allemaal!

Een kijkje achter de schermen

Het lijkt ondertussen een trend te zijn dat er in oktober, november en december niks gebeurt. In 2014, toen ik met deze blog begon, schreef ik in december een absurdistische allegorie over een scriptietrein en in 2015 schreef ik in die periode over het bezoek aan een metaforische kloof en de betekenis van vriendschap. Vorige maand schreef ik over Maskerval, en deze maand schrijf ik, in plaats van absurdisme, een metablogpost. Welkom achter de schermen.

dsc03111

Lege parkeerplaatsen van grote supermarkten zijn altijd een soort magische, mysterieuze plaatsen. Sorry voor de vage foto; mijn fotografeerskills bereiken hier hun limiet.

Ik ben nooit goed geweest in blogposts schrijven – het is te non-fictie – maar in de 28 blogposts die ik de afgelopen 25 maanden heb geschreven, heb ik toch een soort routine ontwikkeld. Als je het maar vaak genoeg doet, wordt je er blijkbaar vanzelf beter in.

Mijn proces begint met het materiaal: de reis waar ik over ga schrijven. Of dat nou een echte, fysieke reis is of een psychologische, is niet belangrijk. Vaak is het een combinatie van beide, want puur fysiek of puur psychologisch vind ik lastig om boeiend te maken. Om deze reden heb ik altijd mijn fototoestel bij me, want wie weet wanneer er zomaar iets blogwaardigs kan gebeuren? Zelfs als ik niet op reis ben, is er genoeg moois om me heen om een blogpost mee te verrijken; of dat nu een babysneeuwpop is die veel schattiger werd dan verwacht, een zonsondergang om half drie ‘s middags, of een sneeuwstorm om middernacht.

dsc03120

Een sneeuwpopje die bezorgd is om mensen.

Als ik mijn reis heb gemaakt en de foto’s op mijn laptop heb gezet, vind ik het belangrijk om af te bakenen waarover ik wil schrijven. Het is onmogelijk om álles van een reis te beschrijven, want blogposts moeten geen rapporten van boeklengte worden. Er moet ook nog wat snelheid en lijn in zitten, want dat leest fijn. Meestal wacht ik een paar dagen na de reis met schrijven, zodat ik even de tijd kan nemen voor dat afbakenen. Dat is vaak een grotendeels onbewust proces, dus wat ik in de tussentijd ook doe: het afbakenen gebeurt toch wel.

Maar soms is de reis al afgebakend genoeg van zichzelf, zodat ik gewoon meteen mijn blogpost kan schrijven. De blogpost over Juhannus afgelopen juni had bijvoorbeeld geen afbakening nodig: dat was al een vrij rechtlijnige reis. Meestal begin ik dan ‘s ochtends te schrijven, als mijn concentratievermogen en creativiteit op een hoogtepunt zijn. Als ik klaar ben, laat ik het even rusten. Aan het einde van de middag lees ik het nog een keer door, verbeter ik de vele ongelukkige verwoordingen en onuitgewerkte ideeën, en upload ik het zodat u ook van mijn avonturen kunt genieten.

dsc03127

De schrijver is druk bezig. Vooral met zijn thee.

Door de jaren hebben het proces en het eindresultaat behoorlijk wat ontwikkelingen doorgemaakt. De meest zichtbare is het ontwerp van mijn blog: foto’s zijn nu groter en staan niet meer in de kantlijn weggepropt alsof we nog in de jaren negentig leven, en er staan nu links naar mijn boeken op mijn blog. Aan de rechterkant. Die ronde dingen. Klik erop. Nu. Ik wacht wel.

dsc03110

Dit is mijn wachtafbeelding.

Minder opvallende veranderingen hebben te maken met mijn persoonlijke ontwikkeling en mijn ontwikkeling als schrijver. Ik begon mijn blog in september 2014, aan het begin van het einde van mijn Mieke en mijn relatie, en tijdens dat proces heb ik veel inzichten opgedaan. Over hoe de wereld werkt, mijn rol in de samenleving, en, natuurlijk, wie ik zélf ben, zonder me constant met iemand anders te vergelijken. Maar ik zal niet te veel in herhaling vallen.

Als schrijver heb ik deze afgelopen twee jaar mijn lezers beter leren kennen en mijn gedachten duidelijker leren ordenen. Waar Where Frogs Whistle and Tadpoles Sing een willekeurig samenraapsel aan thema’s en metaforen was, is Hunting the Echoes een stuk gestructureerder en gemakkelijker te lezen. En Maskerval is, als ik mijn proeflezers tot dusver mag geloven, nóg beter. En ook mijn blogposts meanderen minder. Waar ik begon als ietwat egocentrische, richtingloze schrijver, heb ik nu een stuk duidelijker besef van mijn lezers en mijn richting. En ik ben natuurlijk nog steeds aan het leren. Kortom: deze blog beginnen was één van mijn beste keuzes ooit. Bedankt dat u mee blijft lezen.

dsc05768

Ik hoop dat jullie van foto’s tegen de zon in houden.

Volgende maand komt er weer wat over een échte reis. En ik ga mijn best doen in 2017 deze trend van een leeg laatste kwartaal te doorbreken!