Van herhaling naar primeur

Het is ondertussen traditie dat Mieke en ik in januari weg zijn. Albums schrijven in de zonnige, verlaten heuvels van Languedoc, rondreizen in New South Wales en Canberra in de oogverblindende Australische zomer… Maar hoe volg je dat op? Dat was wat Mieke en ik ons afvroegen, voordat plotseling het antwoord ons te binnen schoot. Het Ruhrgebied.

Roestige troep...

Roestige troep…

Oké, het mag dan niet als de meest inspirerende omgeving ter wereld te boek staan, maar sinds de vlam van de industrie er is opgegaan in de duisternis van werkeloosheid en het rokende lontje van afbrokkelende fabrieken, komen er toeristen. De oude industriële complexen zijn omgevormd tot ‘Landschaftsparken’ (wat, zo vertaal ik maar even voor u, ‘Landschapsparken’ betekent) met musea, cafés, uitzichtpunten, en attracties.

De ochtend van vertrek dacht ik, Ruhrgebied, landklimaat, zal niet kouder zijn dan Nederland. Maar dat laat weer zien hoe ik in m’n geografie zit. Gelukkig had ik m’n muts nog. Een ander voordeel is dat ze er ook winkels hebben, dus ik kon zelfs aan een paraplu komen. De volgende dagen was het prachtig weer. Nog steeds koud, dat wel, maar de lucht was strakblauw (tussen het raamwerk van vliegtuigsporen door) en de zon scheen zo fel als hij kon.

We zijn vooral (lees: exclusief) in Essen en Duisburg geweest, waar we vooral (lees: vooral) rondgestruind hebben over industrieterreinen die eind negentiende eeuw hun hoogtijdagen beleefd hebben en in de jaren ‘80 door de agressie van de economische crisis en de milieubeweging hun deuren moesten sluiten. Maar goed ook, want die werklui zouden ons toch maar in de weg lopen.

De kunstenaar aan het werk.

De kunstenaar aan het werk.

In Essen hadden ze een ijsbaan aangelegd tussen de schoorstenen en verroeste pijpleidingen, die ons twee uur bezig heeft gehouden. Er waren alleen kunstschaatsen te huur, wat voor Mieke nog een behoorlijke uitdaging was. Voor mij natuurlijk niet, want ik schaats niet goed genoeg om het verschil tussen noren en kunstschaatsen te merken. Ja, ik kon nu tenminste een beetje behoorlijk de bocht om, maar verder…

In Essen was ook het Ruhrmuseum, waar we wat over de geschiedenis van het gebied en de industrie hadden kunnen leren. In plaats daarvan leerde ik dat ik geen informatiebordjes meer kan lezen zonder de toegepaste vertaalstrategieën te onderwerpen aan een kritische analyse. Ik werd schor en Mieke liep snel weg als we weer een bordje tegenkwamen, maar ja. Sommige vertaalkeuzes waren ook wel erg dubieus.

Tiger & Turtle Magic Mountain: een achtbaan voor voetgangers. Ik weet het ook niet...

Tiger & Turtle Magic Mountain: een achtbaan voor voetgangers. Ik weet het ook niet…

Duisburg bestond vooral uit uitzichtpunten. Een hoogoven op het Landschaftspark, de Tiger & Turtle Magic Mountain, alles bood uitzicht over de stad. Bijna alsof hij mooi was. En dat was hij eigenlijk ook wel, in de verblindende winterzon. De meeste fabrieken stonden uit (behalve die langs de Rijn), en de negentiende-eeuwse huizen stonden er gelaten bij tussen het kale struweel en het lege asfalt. Ik denk dat iedereen tegenwoordig op kantoor werkt.

Maar het was niet alleen maar industrieel gedartel: er moest ook gewerkt worden. We hebben drie middagen in verschillende Starbucks’s in Essen doorgebracht en onder het genot van literkoppen thee en chocolademelk hard geschreven, gelezen, gecomponeerd (nu alleen nog een pianist met drie handen vinden) en gereviseerd. Ik was nog nooit in een Starbucks geweest, maar het werkt er best fijn. Misschien kwam dat vooral omdat ik het geroezemoes niet verstond, maar m’n nieuwe verhaal (ik ben op drie-achtste, mochten mensen het zich afvragen) heeft in ieder geval weer structuur.

Het theater geeft een goed beeld van het slag mensen dat er komt.

Het theater geeft een goed beeld van het slag mensen dat er komt.

De Starbucks van dinsdag en donderdag keek uit over één van de theaters van Essen (dríé, hebben ze er!), dus het mag als vanzelfsprekend gelden dat we donderdagavond de vakantie afsloten met een concert van het philharmonisch orkest. Ze speelden vijf stukken van vijf verschillende Bachs (ik was eerst ook verbaasd, maar eigenlijk kún je ook weinig anders, met zo’n achternaam). Het orkest dijde langzaam uit: eerst alleen strijkers (zestien violisten en zes altviolisten tegenover twee contrabassisten – tijd voor een revolutie), maar daarna ook pauken, klarinetten, toeters en fagotten. Best indrukwekkend, goed gespeeld, maar vijf symfonieën wordt wel saai en ik had m’n boek in m’n tas bij de garderobe achtergelaten. Daarbovenop heeft Mieke op weg naar het hotel de belangrijkste passages (en dat waren er véél, volgens haar) nageneuried, dus nu ken ik Symfonie in Es Majeur van Carl Philipp Emanuel Bach uit m’n hoofd. Maar leuk om een keer meegemaakt te hebben.

Het was een week van primeurs. Verlaten industrieparken, West-Duitsland, hipsterkoffietenten en aristocratenconcerten (maar serieus, wie komt er nou in pak als je € 25 voor een kaartje betaalt?) – allemaal dingen die ik nooit zou doen. En in meer of mindere mate zijn het nu dingen die ik wel zou doen. Ik, uit een stadje dat vierhonderd jaar geleden voor het laatst in was, met een studie waarvan iedereen zich afvraagt hoe je ermee kunt leven, met hobby’s die de echte wereld uitsluiten en vrienden die aan het draadje van depressie boven hun eindeloze leegte bungelen, met een klein appartementje in Den Haag dat m’n vriendin volledig betaalt… Zou ik dan toch hip worden?

Tim en de zon

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s