Welkom terug!

Oké, dus zonder de discipline van een vaste structuur vergeet ik blijkbaar dat m’n blog bestaat totdat iemand me er vier maanden later aan herinnert. Niet dat er de afgelopen tijd veel bijzonders gebeurd is, maar in ieder geval wel meer dan niks. Geen één groot ding waar ik eindeloos over uitweid, dus, maar wel tijd voor een update: welkom op het Dwaalspoor 2.0!

 

De wedstrijd

DSC04062

Verplichte reconstructie van m’n schrijfproces

Het belangrijkste dat ik de afgelopen maanden heb gedaan, denk ik, is meedoen aan een verhalenwedstrijd. Ik schrijf nooit echt korte verhalen, dat vind ik al snel te beperkend. Verhaallijnen moeten klein zijn en je kunt je werelden niet te uitgebreid maken, wat precies is wat ik graag doe. Maar ik had wat tijd over in maart, kwam een sci-fi/fantasy-wedstrijd tegen en schreef in een creatieve bui de deadline in m’n agenda. Ik mocht maximaal twee verhalen insturen, dus ik, scherpschutter als ik ben, stuurde er twee op.

Daarna vergat ik het eigenlijk een beetje, want het werd drukker met m’n studie en m’n volgende boek en zo. De paar vrienden die ik erover had verteld, bleven optimistisch, maar ik had al eens eerder meegedaan aan een verhalenwedstrijd en die had ik verloren, dus ik verwachtte er niet al te veel van. Dat is ook beter voor m’n zelfvertrouwen. Schrijven vind ik belangrijk genoeg om onzeker over te zijn.

Halverwege april kreeg ik een mail dat allebei m’n verhalen op de longlist geplaatst waren. De longlist bleek een soort tussenstadium te zijn: van de bijna zeventig verhalen waren er veertig uitgekozen. En daarvan zouden er vijfentwintig ook echt gepubliceerd worden. De laatste twee weken van april kon ik er niet meer niet te veel van verwachten: ik stond al op de longlist! Natuurlijk had ik 65% kans gehad dat ik daarop kwam (keer twee, want twee verhalen, dus eigenlijk 130%), maar toch. Het leidde wel af.

Eind april kreeg ik een mail met de shortlist (de lijst verhalen die gepubliceerd worden, red.), en de opbouw van de afgelopen alinea’s zou wel een beetje voor niks zijn als m’n naam niet ook op die lijst had gestaan, dus. En niet één keer: gewoon allebei m’n verhalen waren gekozen! Eind mei worden er dus twee korte sci-fi-verhalen van mijn hand gepubliceerd: bestel de bundel hier alvast voor als je wilt lezen wat voor geweldigs m’n bijdrages geweest moeten zijn!

 

De basgitaar

IMG-20180319-WA0000

Dit is hem! Foto genomen met m’n mobiel, sorry voor de pixels.

Misschien hebben sommigen van jullie dit al op Instagram of WhatsApp gezien, maar in februari was het vijf jaar geleden dat ik voor het laatst een elektrische basgitaar in m’n handen had gehad. Oké, dat is niet helemaal waar, maar wel grotendeels en het klinkt dramatisch. Ik merkte dat vijf jaar wel erg lang is. Te lang, eigenlijk, voor iemand die zegt dat hij van muziek houdt.

Dus ik vroeg rond op Facebook, werd uiteindelijk verwezen naar een site voor Finse muzikanten (zonder Engelse versie, dus voor m’n taalvaardigheid was het ook goed), en plaatste een oproep voor een band. Vaasa is best een goede stad voor de muziek, maar vooral voor de death metal. Niet per se waar ik naar op zoek was (ik luister er niet echt naar en had het nog nooit gespeeld), maar ik was bereid te leren. Víjf jaar!

Zoals overal ter wereld, zijn in Vaasa bassisten een zeldzaamheid. Ik werd uitgenodigd voor drie bands en besloot auditie te doen voor een ervan: een melodic death metal-band met albumambities en een gaaf/kitsch wolventhema. Ik speel nu een paar maanden mee en het tempo is moordend voor m’n armspieren (ik ben te koppig en te wannabe-Geezer Butler om een plectrum te gebruiken), maar het is heerlijk om weer te spelen. We zoeken nog een gitarist (dus als iemand er een in Vaasa kent, houd ik me aanbevolen), dus ik hoop dat we ons album kunnen opnemen voordat ik klaar ben met m’n studie!

 

De studie

DSC04056

M’n bureau raakt er wel lekker vol van

Speaking of… Het derde grote ding in m’n leven! Wat studie betreft is er weinig nieuws. De afgelopen maanden heb ik gegevens verzameld, samengevat, geordend en lichtjes geanalyseerd, en ik ben nu net twee weken bezig met m’n artikelschrijfmarathon van deze zomer. Het idee is dat ik drie tot vijf artikelen publiceer om te slagen (of een boek schrijf, maar artikelen zijn beter, schijnt). Ik heb nu een hele bups data verzameld, dus ik kan qua materiaal voor artikelen even vooruit.

Maar het is wel vermoeiend. Het vereist veel tijd en concentratievermogen om een beetje een coherent en overtuigend artikel te schrijven, vooral als ik me bedenk dat de kans klein is dat het geaccepteerd wordt en dat het maanden of soms zelfs jaren kan duren voordat het in een wetenschappelijk blad verschijnt. Als ik deze zomer drie artikelen weet te schrijven, is er volgende zomer misschien één gepubliceerd. Dat houd ik mezelf voor. Geen idee of het realistisch is.

En zo niet, flans ik even snel een boek in elkaar. Dat kan ik ondertussen wel.

Maskerval komt er nog steeds aan hoor!

Advertenties

Tijd voor een nieuwe structuur!

Ik weet niet of u het heeft gemerkt, maar in december is er geen blogpost van mijn hand verschenen. Voor het eerst sinds ik dit blog begon! En voor een structuurperfectionist als ik, was dat zwaar. Er was gewoon even niks meer om over te schrijven.

Halverwege 2014 begon ik dit blog in een poging mijn soort-van-postreisdepressie-I-guess op te lossen door mezelf te dwingen elke maand iets te schrijven. Iets áf te maken. Mijn bachelorscriptie in de eerste helft van 2014 was een nachtmerrie die amper voorbij wilde raken, en ook met mijn nieuwe verhaal toentertijd (Maskerval, ja ja) schoot het niet op. Dus zoiets anders en kleins als een blogpost per maand moest me terug slepen op het juiste spoor.

DSC03966

Back when I still had hair. En ik nog wel eens in Frankrijk kwam.

En dat deed het zeker. Dus dat wat chill. Voor even. Want toen ging mijn relatie met Mieke uit en verhuisde ik naar Finland en had ik een heleboel om over te schrijven en om te verwerken. Dat gaf me allemaal weer zo’n twee jaar stof voor nieuwe blogposts.

Afgelopen zomer raakte die bron (van stof, dus) eindelijk wel eens uitgeput. Ik had het onderwerp Mieke ondertussen wel uitgekauwd, Finland was geen mysterie meer, en mijn leven lag/ligt wel aardig op de rails (voorlopig – laten we niet té optimistisch worden). Dat is fijn, maar dus niet heel goed voor mijn blog. Het wordt steeds moeilijker om elke maand een zinnige of diepgaande blogpost te schrijven, want er gebeurt gewoon niet elke maand iets zinnigs of diepgaands meer dat niet al eens eerder is gebeurd.

Dus ik luid 2018 in met een nieuwe blogstructuur – en wees bereid verstomd te zijn door deze ingenieuziteit: ik ga voorlopig alleen nog blogposts schrijven als er iets spannends of nieuws gebeurt!

DSC02133

Zoals een halve kilo nacho’s in Boekarest

Sorry als ik hiermee mensen en/of fans teleurstel. Ik hoop dat jullie het me niet al te kwalijk nemen. En ik heb het alvaker gezegd, maar nogmaals bedankt voor het iedere maand weer lezen van mijn blogposts de afgelopen jaren. Jullie bleven me motivatie geven om door te schrijven. Ik hoop dat deze verandering daar niet al te veel invloed op zal hebben. Ik blijf natuurlijk evengoed vet grappig en zeker het lezen waard!

Gelukkig nieuwjaar!

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Hopelijk komen jullie Chinese lantaarns niet vast te zitten!

Waarom licht de stad op?

Misschien beseffen de meeste lezers het niet, maar ik heb al ruim twee jaar geen verhalen meer gepubliceerd. Hier in het Nest, m’n meest recente uitgave (afgezien van Hunting the Echoes, een geweldige fantasyroman die ik jammer genoeg zonder al te veel marketing in september 2015 publiceerde, maar die eigenlijk al anderhalf jaar klaar was), komt uit juni 2015. Juni 2015! Het lijkt wel een heel leven geleden.

DSC01973.JPG

Toen stond Hugo de Bokkerijder nota bene op m’n meest recente blogpost!

En dat is niet gek. Het was toen net uit met Mieke, ik ging terug naar m’n ouders, en ik wist nog niet eens of ik ooit wel naar Finland zou gaan. In die tweede helft van 2015 hielden m’n vrienden en familie me boven water en aan de ene kant was het het meest ontspannende en bevrijdende halfjaar ooit (nóg een keer: bedankt daarvoor, vrienden en familie!), maar aan de andere kant was het ook het zwaarste halfjaar ooit. Geen tijd om m’n fantasie in te duiken en geweldige verhalen te schrijven.

En in Finland was het daarna niet veel rustiger. Sure, ik ging een nieuw leven tegemoet en zo, maar het opzetten van zo’n leven laat ook niet veel tijd en concentratievermogen vrij om te schrijven. Ik schreef in de loop van 2016 wel wat, maar het verhaal waar ik toen aan werkte (Maskerval, momenteel nog steeds in de revisie) vorderde traag en moeizaam, terwijl ik m’n vertaalbedrijfje opzette, begon met studeren, m’n kamer inrichtte, wat Fins leerde (dat ik nog stééds minimaal spreek), en bevriend probeerde te raken met de locals. En daarnaast nog worstelde met het feit dat ik überhaupt een nieuw leven aan het beginnen was, nadat m’n vorige zo plotseling was gestorven. Melodramatisch, hè?

DSC02207

Bruggetje naar de volgende alinea!

Ik had iets nieuws nodig. Iets dat minder abstract en, schokkend genoeg, meer gevestigd was in de realiteit dan Maskerval. Begrijp me niet verkeerd, ik was en ben ontzettend trots op Maskerval, op hoe de thema’s in de worldbuilding verweven zijn, maar het schrijven ervan kon mij op dat moment niet helpen. Het nieuws dat ik nodig had, was En de Stad Licht op.

In m’n nieuwe roman – novelle, eigenlijk, met 100 pagina’s – spelen de thema’s verlies en onzekerheid daarom een grote rol. Het verhaal draait heel erg om die thematiek, en om de visualisatie ervan. Het is niet per se het plot dat het verhaal drijft, maar minstens net zo erg de sfeer en ideeën die het schept tijdens het lezen. Klinkt misschien vaag, maar dit betekent zeker niet dat er helemaal geen verhaal in zit! Ik heb per slot van rekening een flaptekst kunnen schrijven:

Surra heeft haar hele leven zien verdwijnen voordat ze naar de stad kwam. Ze heeft zoveel verloren, dat ze niet eens meer weet wát ze precies heeft verloren. Te veel om het zich te herinneren.

Haar tocht om zichzelf weer terug te vinden, bracht haar hier, bij het mausoleum van een middeleeuwse Zuidoost-Europese Groothertogin. Ze weet niet waarom, maar eindelijk laait het vuur van de mysterieuze Paden weer op: de Paden die haar terug moeten leiden naar haar leven. Ze is klaar met dingen verliezen. Klaar om dingen te vinden.

DSC04049

Ik had zelf wel een kaart van Surra’s tocht, maar buiten de groene lijntjes is er ook niks…

Het thema van verlies is duidelijk: Surra, de hoofdpersoon, heeft alles verloren, en het is aan haar om uit te vinden hoe ze daarmee omgaat. Daarnaast is onzekerheid, onbekendheid of mysterie ook een belangrijk thema. Des te meer je verliest, des te onzekerder alles lijkt. Álles zou plotseling kunnen verdwijnen. Zelfs de meest basale dingen, zoals communicatie, of een zeker begrip van hoe de wereld werkt. Zelfs het idee van wie je zélf bent. Zoals Surra zegt:

Misschien is het natuurlijk om geen perfecte relaties te hebben. Het is onmogelijk om iemand perfect te kennen, zelfs als diegene jezelf is. En het is onmogelijk om altijd hetzelfde te doen, zelfs als datgene je heel natuurlijk af gaat. Daarvoor verdwijnt er te veel.

Het schrijven van de novelle heeft me geholpen om te gaan met alle veranderingen en me geleerd hoe ik in m’n nieuwe leven pas. Het échtere leven, misschien, dat dichter bij mijzelf staat (om even in clichés te vervallen). Wat ik zélf leuk vind, wat ik zélf wil en wat ik zélf kan. Ik heb al meerdere keren gezegd dat ik dat soort dingen de afgelopen jaren heb geleerd, en En de Stad Licht op is daar een enorme hulp voor geweest. Ik hoop dat hij dat ook voor u kan zijn.

IMG_9294

Als ik in dat echtere leven dan maar wel oppas met oversteken. Fotocredits: Miriam Rietveld Photography, Inc.

 

Tim Reus bij de Mongolen

Hoe vat je drie weken propvol mooiste uitzichten en ervaringen samen in 800 woorden? Geen idee, maar ik ga een dappere poging wagen!

DSC03757

Sfeerimpressie: glooiende heuvels en paarden en vooral veel leegte.

Eigenlijk begon m’n avontuur al in Finland, toen ik in het vliegtuig naar Moskou en daarna naar Ulaanbaatar stapte en ervoer hoe luxe Aeroflot stiekem is, of de dag dat ik aankwam, toen we taart gingen eten bij een luxe Franse tent en ik zo lang mogelijk opbleef om m’n jetlag te bestrijden, maar daar ga ik niet te veel op in. De echtere start was de dag dáárna, toen we onze gids en chauffeur ontmoetten en begonnen aan onze 19-daagse tour in een Russisch busje over de hobbelende zandweggetjes en graslanden van de Mongoolse hoogvlaktes.

Want dat was de structuur van onze dagen. Hobbelen, stinken naar benzine, daarnaast overnachten bij nomadenfamilies in gers (yurts) en stinken naar houtkachelvuur, plassen in winderige gaten in de grond tussen de yaks, paarden en honden, koukleumen omdat het ‘s nachts allang vroor, en daartussendoor, zoals gezegd, de meest geweldige dingen ooit zien en doen.

DSC03770

Lunchtijd: even pasta koken in de luwte van het busje.

De eerste paar dagen reden we vanuit Ulaanbaatar richting het zuidoosten. Zodra we de met rook gevulde, krakkemikkige wijken en gerkampen van de hoofdstad achter ons lieten, strekte de onaangetaste hoogvlakte zich eindeloos uit om ons heen. Toen we de asfaltweg verlieten, kwamen we alleen nog af en toe een ander toeristenbusje of een nomade op een motor of paard tegen.

We bezochten een heilige schildpadrots, een boeddhistische tempel hoog op een berghelling (zodat de monniken goed konden bidden), en een reusachtig standbeeld van Genghis Khan dat middenin de leegte van de vlakte stond. Op diezelfde vlakte overnachtten we, en zagen we de mooiste zonsondergang en sterrenhemel die we ooit hadden gezien. Maar dat gebeurde elke nacht, dus hoe bijzonder dat nou was…

DSC03754

Een soort Mongools Vrijheidsbeeld, I guess.

Het landschap verdorde, verrotste en verzande: we betraden de Gobiwoestijn. Warmer dan Ulaanbaatar, maar nog steeds verrassend koud, voor een plaats met “woestijn” in de naam. Hier klommen we als kleine kinderen over de rotsformaties, reden Kevin (onze Singaporese medereiziger) en ik op kamelen (heerlijk comfortabel en warm, tussen die twee bulten vet), worstelden we een 300 meter hoge zandduin (de hoogste in de wereld) op, en bezochten we prachtige kliffen van rood steen vol ijzer.

DSC03852

Klaar, we kunnen inpakken. Mooiste zonsondergang ooit.

Rond deze tijd begonnen we een patroon in ons dieet te herkennen. Onze gids kookte drie maaltijden per dag: gebakken ei dat droop van de olie, pasta, handgemaakte noedels of soep met vet vlees, en droog brood. Goed tegen de kou, zei hij, en we leidden geen honger, maar makkelijk weg te werken is anders. En met z’n paar woorden Engels en z’n dwingende “please”n was de gids ook te aardig en intimiderend om alles te laten staan (hoewel we daar niet allemaal even veel last van hadden).

Na de Gobi trokken we omhoog in het westen van Mongolië, waar de hoogvlakte ondertussen een dun laagje sneeuw aan het verzamelen was. Onze gers werden langzaamaan vrij koud: zó koud soms dat we de kachel gewoon de hele nacht aan hielden en ik er dus om de twee uur uit moest. Ik, ja. Maar ja, met mijn slaapskills moest ik er sowieso elke nacht al uit om naar de wc vijftig meter verderop te gaan.

DSC03797

Het is wat laag, maar dit wc-huisje had tenminste niet al te veel kieren.

Ook had Kevin ons in de Gobiwoestijn verlaten om naar Irkutsk te vliegen, wat jammer was, want er was net iets moois aan het opbloeien tussen hem en Lotus. Vond hij. Lotus wist van niks, maar was opgelucht dat ze nu niet meer de hele tijd Engels moest spreken. Totdat we kaartspelletjes gingen spelen met de enige andere groep toeristen in de wijde omtrek, maar eigenlijk was iedereen toen te dronken om überhaupt nog een taal te spreken.

DSC03901

Vanuit de verte zag je er niks van, totdat je opeens bijna op de bodem lag…

Op onze weg naar het noorden bezochten we een halfbevroren waterval, een traditionele Mongoolse bruiloft (wat volgens onze gids een enorme eer was en volgens ons vooral ongemakkelijk), een vulkaan (jammer genoeg zonder lava) en een warmwaterbron hoog in het Altajgebergte. Ook reden Nien en ik paard zoals dat natuurlijk hoort als je in Mongolië bent. Nou ja, misschien niet precíés zoals het hoort, maar we zaten in ieder geval op de rug van een paard.

DSC03964

Eigenlijk was die muts nergens voor nodig; het waaide die dag amper…

Ons noordelijkste punt (en nagenoeg eindpunt, afgezien van de driedaagse terugreis naar Ulaanbaatar) was Hövsgöl Nuur, met een afmeting van 40 bij 135 kilometer (groter dan Luxemburg) het grootste zoetwatermeer van Mongolië. Lekker wandelen door de eindeloze bossen en langs het meer: overdag was het warm maar ‘s nachts wederom ijzig koud. Hevige contrasten, dus de perfecte conclusie voor onze reis.

DSC03931

Een uurtje welkome warmte en, zo drukte onze gids ons keer op keer op het hart, gezonde mineralen. Mineralen die naar riool roken.

Want de contrasten waren overal sterk. Kou en warmte, zand en sneeuw, rondrennen en verkleumd stilzitten, de enorme leegte buiten en de knusse gezelligheid binnenin de ger. Maar daarnaast was het vooral het beste dat ik ooit heb meegemaakt. Het is moeilijk te beschrijven hoe het was zonder er een boek over te schrijven of mensen te laten sterven van verveling. Hoe vat je dus drie weken propvol mooiste uitzichten en ervaringen ooit samen in 800 woorden? Niet. Maar ja, het is een poging.

Want ik houd zo van warmte

Terwijl Maskerval, m’n nieuwe fantasyverhaal, nog in de redigeerfase zit, en weggepropt is tussen de stoffige stapels natuurlijk veel slechtere verhalen op de bureaus van uitgeverijen die het genre onwijselijk te riskant vinden, nadert een ander fantasyverhaal de afronding. En de stad licht op is een verhaal van novellelengte die hopelijk in november het licht van de commercie ziet. Maar voordat hij kan worden uitgegeven, moest ik eerst één groot probleem oplossen. Het speelde zich nergens af.

DSC03712.JPG

En we namen de zon mee! Lekker regen in Nederland en Finland.

Nou ja, dat is wel een érg dramatische versie van de waarheid. Waar het in praktische zin op neerkwam, is dat ik met Miriam naar Boekarest moest. Niet dat En de stad licht op zich daar wél afspeelt, maar als je dat mysterie wilt oplossen, zie ik je voorbestelling (wellicht als Sinterklaas- of kerstcadeau?) tegemoet.

In praktische zin ontmoette ik vrijdagavond dus Miriam op het vliegveld van Boekarest. Ik vloog vanaf Helsinki en zij vanaf Schiphol: allebei van de 15 graden naar de 30. We namen een taxi naar het stadscentrum, werden, ondanks de vele waarschuwingen die we hadden gelezen, afgezet maar betaalden nog steeds de helft van een taxi in Amsterdam, en checkten in in ons hostel. Onze missie: een weekendlange fotoshoot van de Oost-Europese metropool. En voor fotoshoots moet je lijden.

Mircompilatie

Het is een privilege om met een professioneel fotograaf op reis te zijn.

We stonden twee dagen om zes uur op en schoten honderdduizend keer de zonsopkomst. We marcheerden uren door de droge, brandende hitte die op de asfaltvelden schitterde opzoek naar extremen, van ruïnes tot paleizen. We mengden ons avondenlang in het uitgaanspubliek en leerden langzaam de stad kennen. M’n novelle speelt zich misschien niet af in Boekarest, maar de stad lichtte voor ons zeker op.

Bijvoorbeeld: steden laten je herinneringen herbeleven. Zelfs als je er nog nooit bent geweest. Het mengsel van voedsel en putlucht sleepte m’n geest terug naar Bali, en de hitte naar Australië, vier jaar geleden, toen ik voor het eerst van het avontuur dat reizen heet, proefde. Toen ik voor het eerst alleen een vliegtuig in stapte en voor het eerst buiten Europa kwam en voor het eerst een derdewereldland zag. Ik herinner me de schokken: blijkbaar bestaat dit écht en blijkbaar kun je zo óók leven. Slechts vier jaar geleden. Sindsdien lijkt wel álles veranderd.

DSC03699.JPG

Werd bewoond. Dus.

En tussen ons gemarcheer en gezweet door, licht de stad ook op voor de restaurants en cafés. Als brave toeristen probeerden we Roemeense goulash en mici, en als ware cultuurbarbaren McChickens en emmers van de KFC. De McDonald’sen werden bevolkt door tieners op siësta en de restaurants door geschminkte jongvolwassenen met naveltruitjes voor de dames en ladingen spieren voor de heren. Wat ik probeer te zeggen: het vermaak tijdens de maaltijden was ook hoogstaand.

DSC03683

Maar verder was het net Parijs of Rome.

Het klinkt misschien NatGeo, maar Boekarest is een stad van extremen. Glanzende glazen kantoorpanden tegenover ingestorte zeventiende-eeuwse monumenten bedekt met gescheurde doeken. Nachtelijke steegjes gevuld met opgepompte jongeren en dancemuziek waar er negen uur later de middagzon op de hoofden van de paar verdwaalde toeristen bakt. 10 graden vlak voordat de zon uit de rivier omhoog kruipt en 30 graden wanneer hij aan de andere kant weer in het water wegzinkt. Reusachtige paleizen gebouwd onder het communistische regime. Als extremen iets voor je zijn, is Boekarest het bezoek zeker waard!

Pas toen Mir en ik maandagavond weer het vliegtuig in stapten en we onze kleding afstemden op onze thuisbases, doofde de stad. Het was een ware uitputtingsslag en ik ben voor het eerst in vier jaar verbrand, maar het was ook geweldig inspirerend, hilarisch en ontspannen. En met de legioenen foto’s op Mirs camera’s, is onze missie geslaagd.

DSC03708

Hier komt het parlement bijeen. De communistische dictator in de jaren 70 had iets megalomaans.

Maar hoewel wij uit de stad ontsnapten, en voor ons het vuur tussen de straatstenen doofde, is dat wel anders voor Surra. Voor de hoofdpersoon van de novelle is het namelijk niet zo makkelijk om haar weg te vinden. Niet tussen de vreemde gebouwen, en niet tussen haar oude herinneringen. Want in Surra’s leven zijn herinneringen alles wat ze nog over heeft. Er is niks anders meer.

En de stad licht ook op voor hen die méér verliezen dan ze lief is.

Tim Reus en het Visumavontuur

Er zijn honderdduizend diensten die alles tegen een kleine vergoeding voor je regelen. Stuur je paspoort op en alles komt goed. Lekker makkelijk, hoef je zelf nergens heen en niks te doen. Het is volledig veilig met de post, dat weet ik ook wel. Maar ik ben genoeg dingen verloren in de post om er te zenuwachtig voor te zijn. En ik was nog nooit echt in de hoofdstad van Europa geweest, dus ook dat.

DSC03656

Jeetje, compensatie? whahah iksdee

Want dat is waar Nederlanders heen moeten om een visum voor Mongolië aan te vragen. In Nederland zelf is geen ambassade of consulaat met visumdiensten meer; ik weet niet wat we fout hebben gedaan. Misschien hebben we ooit Dzjengis Khan beledigd, of iets slechts gezegd over kustloze landen of zo. Het is natuurlijk ook dom om geen kust te hebben, maar dat hoef je niet meteen zo te zeggen. Wat het ook is, gelukkig hebben de Belgen niet dezelfde fout gemaakt.

Op dinsdag mocht ik Miekes nieuwe huis bezichtigen in Schiedam, want dan was ik al iets dichterbij. Ik zag Schiedam altijd als één van de vele dorpen die omringd zijn door de rest van de Randstad, maar blijkbaar ligt het aan de rand van het Groene Hart. En blijkbaar heeft Mieke er vrienden, dus oké. Het is daarnaast ook gewoon een heel mooi huis, lekker nieuw, open en licht. Dus als u nog eens in Schiedam komt…

DSC03631

Onverwachte wildernis aan de rand van Schiedam

De volgende dag gingen we samen op stedentrip naar Brussel. Om zes uur ‘s ochtends. De ambassade is maar tot half één open, dus we moesten snel zijn. Tenminste, dat dachten we. Om tien uur landden we op Brussel Zuid, om half elf stapten we zwetend van de klim bij de ambassade naar binnen, en om vijf over half elf liepen we weer naar buiten.

De overige vier uur van ons verblijf struinden we door de stad met slechts een vaag idee van centrum en bezienswaardigheden. Zo bezochten we een geschiedenismuseum waar we over struikelden en waar we (nog een keer, na de middelbare school en een extra vak op de universiteit) kennis maakten met de geschiedenis van Brussel en de Lage Landen in het algemeen. En vanaf het uitzichtpunt op het dak konden we perfect de rest van onze dag plannen.

DSC03636

Museum! Alleen het gebouw; de bomen staan er voor de sier.

Zo ontdekten we dat het centrum van Brussel vol goud en beelden hangt. Blijkbaar is de Grote Markt vet beroemd. Het was ook wel indrukwekkend, met al dat Gotische priegelwerk, maar ook de drukte was indrukwekkend. En waar het niet druk is in Brussel, worden de straten bevolkt voor afvalzakken, troep, en een indringende plasgeur. En het was er te warm. Ik mag dan fan van Europa zijn, maar ik ben het niet van Brussel.

Aan het einde van de middag reisden we onder het genot van een zwaar gesprek (waar ik niet te veel op in zal gaan) terug naar Nederland. Mieke naar Schiedam, ik naar Enkhuizen, waar pap en mam net terug van vakantie waren en de thee klaar hadden.

Nu denkt u misschien, mooi, dat verhaal ook weer af, maar als u dat doet, begaat u een grote fout! O nee! Zo makkelijk krijg je geen visum voor Mongolië! Ik moest de maandag erop nog een keer heen, dit keer om m’n paspoort (met visum, hopelijk) op te halen. Ik ging alleen, want twee keer zo vlak achter elkaar een stedentrip met iemand in dezelfde stad is raar.

DSC03635

Mooi terug naar hui— O nee.

Dit keer rekende ik iets ruimer met de trein – vooral omdat ik uit Enkhuizen moest komen in plaats van Schiedam – en om kwart voor elf betrad ik opnieuw de ambassade. Ware het niet dat er iemand anders vóór me aan de beurt was, was ik binnen de minuut klaar geweest. Nu duurde het er weer vijf. Daarna liep ik een klein rondje door de stad en een groter rondje door een boekwinkel, waar ik een boek kocht die ik voor de helft las voordat ik terug de trein in moest.

Twee dagen internationaal reizen (de tweede keer zelfs zónder geldig identiteitsbewijs!), m’n weg vinden in een stinkende, overzonnige stad, en eindeloos hopen dat alles goed is ingevuld en uitgeprint (ook omdat mijn Frans en Mongools te slecht waren om gemakkelijk te communiceren met de baliemedewerkster, en haar Nederlands en Engels): het klinkt als gedoe. Maar het is vooral een contrast. Aan de ene kant kostte het twee volle dagen; aan de andere kant twee keer vijf minuten. Aan de ene kant was het in Brussel; aan de andere kant was de ambassade heerlijk schoon en koel. Aan de ene kant konden we amper communiceren; aan de andere kant was de baliemedewerkster de beleefdste persoon in Brussel.

DSC03660

Ik vind het een mooie ambassade; Mieke vond hem raar.

En na zo’n avontuur is het ook wel een ontlading om die sticker in je paspoort te zien staan. So there’s that.

 

Let’s be honest here…

Ik kan wel weer een verhaal ophangen over wat ik deze maand allemaal voor spannends heb beleefd, maar daar heb ik eerlijk gezegd weinig zin in. In theorie zijn juni en juli druk genoeg om eindeloos over te kunnen schrijven, daar ligt het niet aan. Genoeg dingen ook die traditioneel prima in m’n blog passen, zoals de Juhannusviering dit jaar, m’n halve week bij het Saimaameer, en Stefans bezoek. Dus aan avonturen ontbreekt het niet, zou je zeggen.

Maar dat doet het wel.

DSC03585

Ik bedoel, ik was al wel vaker in sauna’s geweest, of ze nou aan een meer staan of niet.

Juhannus vieren en met diezelfde vriendengroep naar het Saimaameer zijn geen avonturen meer. Stefan is al een keer op bezoek geweest, en er zijn ondertussen ook veel andere vrienden uit Nederland langsgekomen. Begrijp me niet verkeerd, ik vind het geweldig – zowel om een halve week met jullie op te trekken of rond te reizen als gewoon het feit dat jullie 250 euro of zo willen betalen, alleen maar om naar mij toe te komen – maar het is niet meer de stof voor spannende blogposts zoals het dat vorig jaar rond deze tijd wel was. De enige reden dat ik vorige maand over Miekes bezoek schreef, was dat het Míéke was. Dat was spannend genoeg voor een hele eigen blogpost.

Dit is geen nieuw inzicht. Ik probeer al minstens een week een blogpost over het Saimaameer te schrijven, want “dat is blogwaardig”. En ook daarvoor liep ik hier continu tegenaan. Maart, april en mei waren moeilijke maanden, en februari en juni waren alleen makkelijk omdat er totaal nieuwe dingen gebeurden (m’n eerste wetenschappelijke conferentie en Miekes bezoek, respectievelijk). En dat is de crux van dit verhaal: er begint structuur te komen in m’n leven. Bah.

DSC03614

Zelfs ondanks dat ik niet vaak de zonsopkomst om vier uur ’s ochtends boven een verlaten Fins meer bekijk en er inadequate foto’s van maak.

Begrijp me niet verkeerd, tot op zekere hoogte is structuur best chill. Maar ik vergat even dat dingen die ooit nieuw en spannend waren, veranderen in structuur als je ze te vaak doet. Één keer Juhannus vieren is spannend; twee keer is structureel. Nog steeds leuk, maar geen avontuur meer. Ondanks dat structurele dingen geweldig en heerlijk en het beste ooit kunnen zijn, missen ze altijd iets. Nieuwheid. Spanning. Ondanks dat structurele dingen geweldig etc. kunnen zijn, zijn de perioden daartussen saaier, langer en leger naarmate de dingen structureler worden.

En de afgelopen tijd is er te veel structureel geworden, zonder dat ik nieuwe dingen ging najagen. Ik woon al anderhalf jaar in Finland; geen wonder dat er een structuur ontstaat. Maar er zijn nog genoeg nieuwe dingen om te doen in dit bestaan. Elke keer als ik probeer te bedenken wat ik met m’n leven zou kunnen doen, blijken de barrières waarvan ik dacht dat ze bestonden, illusies te zijn. Een product, zoals Stefan en ik concludeerden, van onze culturele opvoeding. Het Westfriese “doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg”. Maar “gewoon” ís niet gek genoeg voor mij. “Gek genoeg” is niet eens gek genoeg, want wie bepaalt wat “gek” is?

DSC03357

Zoals de barrière om naar Zuid-Europa te gaan, omdat dat “alleen voor mensen is die van de zon houden”.

Da’s wel een abstract verhaal, hè? Ik gooi er even wat voorbeelden in. Zo verhuisde ik, zoals u misschien wel weet, naar Finland om een PhD in de vertaalwetenschappen te doen. Sorry dat ik er wéér over begin. Het was een vrij ondoordachte keuze om naar Finland te verhuizen. Één van de beste keuzes van m’n leven, maar wel ondoordacht. Intuïtief, zo u wilt. En, zo heb ik vernomen, gek. Want het is niet “normaal”. Maar voor mij dus wel. Ik onderzoek niet voor niets “Let it Go”.

Andere opties die toen ik de keus voor Finland maakte, op m’n lijstje stonden, waren Groenland, Mongolië en Japan. Maar naar één van die landen verhuizen leek op dat moment onmogelijk: zelfs Finland leek al bijna onmogelijk. Er waren zoveel barrières. Niemand had het nog gedaan, niemand begreep waarom ik het wilde doen, Mieke zag het niet zitten (toen we nog bij elkaar waren), het was moeilijk om te regelen of zelfs om uit te vinden wát ik allemaal moest regelen. Maar die barrières waren allemaal illusies. Natuurlijk was het waar dat niemand die ik kende, naar Finland was verhuisd, dat niemand begreep waarom ik het wilde, dat Mieke niet mee wilde, en dat het wat tijd kostte om alles uit te zoeken, maar dat waren niet per se barrières. Dat maakte m’n hóófd er alleen maar van.

DSC02545.JPG

En onmogelijk was het verre van, hoewel wel fris.

Nu ik anderhalf jaar in Finland woon, blijven er barrières verdwijnen. Misschien is dat wel gewoon het effect dat op jezelf wonen heeft op mensen. Des te meer je zelf moet doen, des te meer je zelf kunt verzinnen, of zo. Waar het ook vandaan komt: het is één van de meest spannende, bevrijdende en meeslepende dingen voor me om na te denken over alles dat kán. Zo ga ik in oktober Nina een maand lang opzoeken in Mongolië, moet ik nog een stedentrip naar Boekarest plannen om foto’s te nemen voor één van m’n boeken, en probeer ik een artikel te publiceren in het meest prestigieuze muziekwetenschappelijke tijdschrift ter wereld. Goede ideeën? Praktisch? Geen idee en maakt me niet uit. Ik vind het gewoon gaaf.

Misschien kwam m’n verhuizing naar Finland voor sommigen als een verrassing. Voor mij was het gewoon een voortzetting van m’n leven, waarin de eindeloze mogelijkheden van de menselijke verbeelding altijd al centraal hebben gestaan. Tot dan toe had dat zich vooral gemanifesteerd in m’n fantasie, boeken schrijven, muziek maken, D&D en Magic spelen, en zelfs m’n fashion sense (ja, lach maar), maar langzaamaan begon dat sinds m’n bachelor ook steeds meer vorm aan te nemen in de “realiteit”: in wat ik in m’n leven wil doen. Ongeacht wat er van me wordt verwacht. Ik besef dat dit mogelijk is dankzij m’n educated white male privilege, waar ik dankbaar voor ben en me tegelijkertijd voor schaam en natuurlijk hoop dat het ooit niet meer bestaat, maar toch. Ik kan iedereen aanbevelen Elsa’s advies op te volgen. Let it go.

DSC03440

The cold never bothered us anyway.

Maar daarnaast was het ook leuk dat Stefan er weer was.