Mijn eerste conferentie!

Mijn vorige blogpost is nog maar kort geleden, dus ten eerste excuses voor deze overvloed. Ik heb niet echt controle op wanneer ik blogwaardige dingen beleef. En gelukkig maar, anders zou ik helemaal geen avonturen meer beleven. Ondanks dat het misschien niet altijd even leuk is.

dsc02602

Terug bij de universiteit

Zoals degenen die de afgelopen twee weken het slachtoffer zijn geweest van een constante stroom van lichtelijk panische zorgen en zenuwen van mijn kant, zich misschien wel herinneren, heb ik afgelopen donderdag en vrijdag mijn eerste wetenschappelijke conferentie bijgewoond. En er ook gepresenteerd over mijn onderzoek. En ze hadden me ook gevraagd om een sessie voorzitter te spelen, maar dat vond ik te veel van het goede. Ik wist niet eens wat een voorzitter dééd. Blijkt achteraf dat dat heel weinig is, maar ja.

Vlak voordat ik eind januari Nederland verliet, begonnen de zenuwen zich al op te kroppen. Ik had zes weken niet aan mijn onderzoek gewerkt en niks met de universiteit te maken gehad, dus het was allemaal erg ver weg. En daarmee erg moeilijk. Hoe kon ik ooit iets zinnigs presenteren als ik niet eens meer wist wat ik aan het doen was? Daarom las ik tijdens mijn eerste week in Vaasa meteen álles wat ik het afgelopen jaar had geschreven. Het meeste wist ik eigenlijk ook nog wel, en natuurlijk had ik het allemaal heel gestructureerd achtergelaten, maar toch vierden de zenuwen hoogtij. Presenteren is nog steeds één van mijn grootste vijanden.

ftftifr-joke

Maar ze zeiden geen “okay, bye”…

Het onderzoek waarover ik wilde presenteren – een pilotstudy om mijn analytische model te testen – had ik grotendeels al gedaan voordat ik naar Nederland ging. Alles wat ik tijdens de tweede week dus nog hoefde te doen, was mijn gegevens samenvatten en mijn presentatie uitschrijven. Langzaam verdween de ergste stres en kon ik weer nadenken. Niet zó goed dat ik meteen weer mijn onderzoek in dook of aan een nieuw verhaal begon of zo, want daarvoor was de presentatie te dichtbij en was er te veel wat ik niet wist over de conferentie, maar ik kon wel andere dingen gaan doen.

Dingen waar ik al eeuwen niet echt aan toe was gekomen, zoals lekker veel lezen, weer eens World of Warcraft opstarten (for old times’ sake), en wat verhalen bewerken die ik nog had liggen. Vooral veel consumptie, want dat is stukken makkelijker dan productie als je weinig concentratievermogen hebt.

Ondertussen raakte ik ook alweer meer op mijn gemak in Vaasa. Het begon eindelijk te vriezen (rond de -8: nog steeds zomers vergeleken met de -25 van vorig jaar) en een supermarktmedewerkster van de Lidl had haar haar blauw geverfd en dat ziet er supergaaf uit, maar verder was er weinig veranderd. Ik praatte bij met mijn huisgenoten en we gingen verder met D&D. Op de universiteit gingen de gesprekken vooral over Jyväskylä en de conferentie. Dat klinkt misschien niet fijn (want ik probeer presentaties altijd zoveel mogelijk te vergeten voordat ik ze moet doen), maar het is heerlijk om weer terug te zijn.

dsc03112

Lekker aan het eind van de dag door de lege hallen slenteren…

Op donderdag begon de conferentie met een introductielezing en een koffiepauze. Daarna woonde ik de presentaties van mijn mede-PhD-studenten bij en werd ik voorgesteld aan mensen van de universiteit van Turku en van een universiteit in Engeland waarvan ik de naam ben vergeten. Gedurende de afgelopen twee weken werd ik de organisatie steeds dankbaarder dat ik pas op vrijdag hoefde te presenteren. Zo kon ik eerst zien hoe het er aan toe gaat op zo’n conferentie, mijn toekomstige publiek leren kennen, en de juiste ruimtes vinden in het ondoorgrondelijke hoofdgebouw.

Maar vrijdagochtend was het dan echt zover. Als laatste van de sessie (van drie presentaties) was ik aan de beurt. Als een speer raasde ik door de terminologie en concepten heen, en daarna volgde een verzameling aan willekeurige voorbeelden uit mijn pilotstudy. Maar het publiek bleef begrijpend knikken, dus dat was hoopgevend. En eigenlijk was het presenteren zélf, met goed voorbereide Powerpoint en aantekeningen, ook best leuk. Niet dat ik de twee weken ervóór graag over zou doen – of de presentatie zelf, wat dat betreft – maar het was geen drama. Dat stadium ben ik blijkbaar eindelijk ontgroeid. Er zit tóch vooruitgang in mijn ontwikkeling als presentator.

16683451_1409005345808026_1565156869_n

Met naamkaartje! Fotocredits: Carola, een mede-PhD-student

Na afloop (en na het bombardement aan goede vragen en opmerkingen) kreeg ik van mijn begeleider het beste compliment dat ik me kan voorstellen: qua presentatieskills zat ik op het niveau van Johan Franzon, die mijn begeleider vorig jaar in Aarhus zag en op wiens werk ik erg steun in mijn onderzoek. Ook is presenteren goed om erachter te komen waar ik écht goed in ben (“You’re some kind of organisation wizard”), naast, dus, goed voor mijn ego. Dus nu, na twee weken in Vaasa, heb ik alweer vertrouwen in mijn onderzoek. Ondanks de chaos rond Jyväskylä en het lot van mijn begeleider (en, dus, mijn woonplaats), weet ik dat ik dit kan.

Misschien zeg ik binnenkort zelfs wel tegen die supermarktmedewerkster dat haar haar supergaaf is.

 

Advertenties

Van alleen naar samen

Dit is mijn moeilijkste blogpost ooit. Nog nooit heb ik zo geworsteld met motivatie en inspiratie om iets zinvols op papier te krijgen. Niet omdat het zo’n emotioneel zwaar onderwerp is of omdat ik het ben vergeten (wat allebei ook erg aannemelijk was geweest, en ook wel een beetje het geval is), maar gewoon omdat er zoveel is om over te schrijven. Het is moeilijk om anderhalve maand tjokvol belangrijke herenigingen, grote avonturen en emotionele ontwikkelingen samen te vatten. “Maar als er zoveel is om over te schrijven,” vraagt u zich wellicht af, “waarom schrijft hij dat dan niet gewoon, in plaats van dit verhaal over hoe moeilijk het wel niet is?” Tja, eigenlijk alleen maar voor de structuur.

dsc03158

Zuiderkerk in Enkhuizen: het begin van mijn Grand Tour!

Halverwege december barstte mijn Grand Tour des Pays-Bas los op explosieve wijze. Ik liet met Peer een tattoo zetten om onze vriendschap (alle 17 jaren en ontelbare avonturen ervan, goed en slecht) te vieren, en ik speelde voor het eerst in jaren D&D in Enkhuizen. En aan het einde van de week sprong ik voor het eerst de Nederlandse trein weer in (en besefte ik hoe slordig de NS is, vergeleken met de Finse VR) voor een bezoek aan Mieke in Amsterdam en Jord in Groningen.

Plotseling viel het me op hoeveel er altijd verandert. Plotseling hadden eeuwige vrijgezellen relaties, en degenen die de laatste keer dat ik ze zag, nog relaties hadden, waren nu alweer máánden single. Plotseling waren er mensen verhuisd en nieuwe huisgenoten of baby’s verschenen en nieuwe ideeën en ontwikkelingen ontstaan binnenin mensen, die er zomaar waren gekomen. Eindelijk bewijs dat de wereld toch wel verder gaat, ongeacht of mijn bewustzijn zich ermee bezig houdt of niet. Hele geruststellende gedachte.

dsc03166

In de reflectie in mijn herinneringen, lijkt iedereen nog maar vaagjes op zichzelf

Op een zonnige, bijna tropisch warme eerste kerstdag kwamen Jord, Jaana (Jords vriendin, red.) en ik terug in Enkhuizen. Kerst vierden we in huize Reus (of “huize Eddie Reus”, voor degenen die geen aanstoot nemen aan verwijzen naar een gezin met de voor- en achternaam van de man/vader en die in de war waren omdat er méér dan één “huize Reus” in de wereld is). Voor mij was het heerlijk rustig, want ik had mezelf vrij gegeven van mijn vertaalopdracht en ik hoefde niet uren rond te reizen. Maar ook de midweek erna was heerlijk rustig, ondanks dat we toen wel reisden: naar Schoorl met het gezin, voor pakjesavond en gezelligheid. Kerstsintoudennieuw was geweldig, inclusief eeuwenlange wandelingen waarin we honderd keer verdwaalden (want we hebben allemaal het richtingsgevoel van een gebarsten theekopje) en het cadeauspel waaruit voor mij vooral stapels nieuw leesvoer voortkwam.

wp_20161229_14_06_21_pro__highres

Ergens verdwaald en bevroren, maar altijd lachend! Fotocredits: Eddie

Zoals u nog wel weet (als u een geweldig geheugen heeft of als het misschien buitenproportioneel veel indruk op u maakte) ging mijn tweede blogpost in 2014 over Miek en mijn bezoek aan de Hondsbossche Zeewering. Ik had er toen vrede en geluk teruggevonden – althans, voor even. Nu, ruim twee jaar later, waren de duinen flink gegroeid. Het dal van weggedrukte emoties waar ik toen uit was geklommen, lag er nu begraven onder tonnen zand en helmgras. De afgelopen twee jaar ben ik vaak genoeg met geschaafde handen door andere, nog veel diepere dalen gestruikeld, maar emoties wegdrukken, daar doe ik niet echt meer aan. Toch zal ik nooit zonder enorme genegenheid naar die Hondsbossche Zeewering kunnen kijken. Daarvoor was het dal te diep, de top die ik er bereikte, te belangrijk, en mijn liefde voor Mieke te groot. Vooral nu de woede weg is.

dsc03239

En de dalen te mistig

Voor oud en nieuw was ik in Amsterdam met Merl (de beste filosoof van onze tijd) en Zoë (met wie ik over zes jaar een huis ga kopen) en speelden we Skye (een soort Kolonisten van Catan) en negeerden we het vuurwerk, want dat was te veel gedoe. De twee weken daarna zette mijn Grand Tour zich in alle hevigheid voort, met nachten in Amsterdam, Hilversum, Bovenkarspel en Voorschoten. Daaromheen rondde ik nog een enorme vertaalopdracht af, dus tijd om na te denken had ik niet. Nu was dat tijdens het rondreizen niet erg, want het was geweldig om iedereen weer te zien en vreselijk om iedereen weer achter te laten, maar tijdens het vertalen overviel het me wel eens. Ik heb zoveel achtergelaten door naar Finland te verhuizen. Is dat het wel waard?

Waarom ging ik eigenlijk naar Finland? Natuurlijk, er waren honderden bewuste, expliciete redenen, maar daarmee hield ik mezelf in ieder geval niet voor de gek. Ik wil Fins leren, maar daarvoor hoef je niet in Finland te wonen. Die PhD is meer tijdverdrijf dan echt iets dat ik graag doe. “Andere landen en culturen ontdekken” is een goede reden, natuurlijk, maar ook zo vaag en abstract dat ik niet weet of verhuizen naar Finland echt zin heeft. Elke keer als ik zo’n reden gaf, was ik blij dat ik de vraag had afgeslagen, maar ik wist dat het niet de échte reden was.

dsc02643

Dat was de sneeuw, natuurlijk

De echte reden dat ik naar Finland ging, zo heb ik ontdekt, is dat ik alles in Nederland had verloren. Natuurlijk had ik dat niet, maar zo voelde het wel. Mieke was zo’n groot onderdeel van mijn leven, dat toen onze relatie verdween, voor mij meteen álles verdween. Alles, behalve mijn herinneringen aan het buitenland. In Australië had ik ook vier maanden zonder haar overleefd, en dat was ook gaaf. Dus zou een nieuw verblijf in het buitenland dat ook zijn. Misschien was dit al eeuwen overduidelijk voor iedereen om me heen, maar ik had daar een jaar Finland voor nodig.

Pas op dat moment, na een jaar in Finland te hebben gewoond en drie weken terug te zijn in Nederland, besefte ik dat ik lang niet alles was verloren. Dat Miek toch níét mijn hele leven was geweest. En dat ik een veel groter en voller leven heb in Nederland dan in Finland. Niet dat Nederland alles heeft wat Finland heeft en méér, maar wel dat ik in Finland altijd de buitenstaander ben, en ik in Nederland een stabielere plek heb, omringd door vrienden en zekerheden. En überhaupt een taal die ik spreek.

dsc03262

Maar ook Italië. Yay, bruggetje!

Halverwege januari ging ik ook samen met Miriam naar Italië. Om een onbekende reden waren we daar allebei nog nooit geweest. In onze eerste paar dagen konden we meteen al genieten van de authentieke Italiaanse cultuur (lees: automobilisten die midden op het kruispunt stoppen zodat ze voetgangers kunnen uitschelden en McDonaldsmedewerkers die in je gezicht staan te schreeuwen omdat ze boos zijn dat ze geen Engels spreken en jij geen Italiaans). Ondanks de prachtige steden en natuur en de diepgaande en mysterieuze geschiedenis van steden als San Marino en Venetië, zou ik daar nooit een jaar kunnen leven. Daarvoor wil iedereen te veel met je te maken hebben. In Finland geven ze me tenminste de ruimte om te leven.

De vakantie was heerlijk, ondanks een kort ziektebed in het bevroren éénsterrenhotel in Florence, en Mir is een ideale reispartner voor mij. Dat merkten we al snel toen we in twee dagen lachend heel Rome doorrenden. Met bussen en metro’s zie je toch niks van de stad. Maar ik was ook blij om na elf dagen rondreizen weer even naar Nederland te gaan. Zó lang blijft die Italiaanse keuken nou ook weer niet lekker. Uit Venetië nam ik een carnavalsmasker mee, want zonder het Venetiaanse carnaval zou Maskerval niet bestaan, en uit Florence nam ik een ouderwets kompas mee dat nu ergens in Miekes huis rondslingert, want zonder kompas zou… Nou ja. Ik kan Italië in ieder geval best aanbevelen, voor één keer.

dsc03363

Al is het maar voor San Marino

Het thema van mijn zes weken Nederland is, voor mij, dus, relaties. Ik ben dan misschien over Mieke heen, maar niet over het verdwijnen van onze relatie. De afgelopen anderhalf jaar heb ik dingen verwerkt, maar niet alles. Láng niet. Nog steeds ben ik zoekende en bang om te verdwijnen. Nu ik dat gevoel niet meer kan afschuiven op een zondebok – nu mijn irrationele woede voor Mieke grotendeels is gaan liggen – kan ik het inzien. Blijkbaar had ik daar anderhalf jaar voor nodig. En wie weet hoelang ik er nog voor nodig ga hebben om niet meer bang te zijn om te verdwijnen. Misschien is het wel iets dat nu gewoon bij me hoort.

Wat het ook is: het helpt in ieder geval om dit allemaal op te schrijven, deze twee en een half jaar dat ik nu bezig ben met dit blog. Bedankt, lezer, voor het meelezen.dsc03399

De grote terugreis

Ik weet het, het ging wat onopgemerkt, zo met maar twee posts op Facebook, maar na een jaar avonturen beleven in Finland, ben ik weer in Nederland! Aan de ene kant is alles hier hetzelfde, maar aan de andere kant is alles veranderd. Dat laatste vooral aan de rechterkant.

dsc03134

De zon gaat onder in de universiteit

De afgelopen week was mijn laatste week van het jaar in Vaasa, en stond daarom in het teken van afscheid nemen. Op zaterdag eerst van mijn huisgenoten, met een uitgebreid kerstmaal van tortilla’s met karakteristiek veel chilisaus en ongekend veel moeite (inclusief blauwschimmelkaassaus en salade). Op zondag nam ik afscheid van de D&D-groep, waar we eindelijk de bank opbliezen en de draak die daar aan het hoofd stond, ernstig verwondden. En op woensdag van Mira, met een bezoek aan Rogue One (wat goed de beste Star Wars-film ooit kan zijn). Donderdag liep ik voor het laatst naar de universiteit om mijn boarding pass uit te printen, voordat ik vrijdagochtend Vaasa achter me liet.

dsc03144

Sorry voor de overkill aan zon: dat ding bleef maar ondergaan in Vaasa

Die ochtend ging om half zes mijn wekker. In de duisternis van de Finse winternacht controleerde ik mijn tas, ruimde ik de laatste dingen op en zette ik mijn laatste bakje havermoutpap in de magnetron. Een half jaar geleden, toen ik Stefan terugbracht naar het station, waren we bijna te laat voor de trein, dus dit keer trok ik een half uur van tevoren de voordeur achter me dicht en beende ik twintig minuten te vroeg het station op. Pas bij de meren van Tampere, halverwege de drie en een half uur durende treinreis, verschenen de eerste zonnestralen boven de eindeloze dennenbossen van het land waar ik het afgelopen jaar heb geleefd.

In Helsinki stapte ik over op de pas geopende lijn naar het vliegveld, wat me een busreis en een uur scheelde. Zonder deze treinverbinding had ik niet op tijd op het vliegveld kunnen zijn en had ik een dag eerder naar Helsinki moeten komen – met alle prijzige gevolgen van dien. Maar nu was ik er net op tijd en kon ik met mijn boarding pass meteen door naar de gate. Tenminste, als mijn vlucht niet anderhalf uur vertraagd was. Helsinki-Vantaa is best een mooi vliegveld, maar wel dure chocola.

dsc03152

Enkhuizen vanaf het beste uitzichtspunt, volgens Nina

Ondanks de vertraging was het een comfortabele vlucht. In plaats van een broodje kregen we een bakje pasta (Italiaanse, geen chocolade-) en een koekje, en ondanks dat ruim de helft van de passagiers hun aansluiting op Schiphol miste, leek iedereen te vertrouwen op een goede afwikkeling in Amsterdam. Evengoed was ik blij dat Amsterdam mijn eindbestemming was wat vliegen betrof.

Ik kwam bij gate 4 naar buiten en vond mijn ouders bij gate 2. Niemand snapt de aankomsthal van Schiphol. Ik had ze in augustus nog gezien, maar evengoed was dat alweer lang geleden. We sprongen in de auto en waadden door de spits heen naar Enkhuizen. Het zag er precies hetzelfde uit als ik me herinnerde, alleen echter. Levender. Opeens waren overal weer de historische straatjes, de kale winterbomen en de kerstverlichting van de oude stad. Na een jaar vervagen herinneringen blijkbaar genoeg om alles méér te waarderen dan ooit.

dsc03150

Ze noemen het Lichtjesavond, maar er is vooral duisternis

Dit weekend besteed ik aan spullen uitpakken, langzaam wennen aan het feit dat ik weer even in Nederland ben, en familie bezoeken. Zaterdagavond ging ik met pap naar de Lichtjesavond langs de grachten van Enkhuizen, en zondag dwong ik mezelf te beginnen met mijn volgende vertaalproject. Het is moeilijk daar motivatie voor te vinden als ik op vakantie ben, en als er weer zoveel vrienden om me heen zijn die ik zo lang al niet heb gezien. Ik heb nog een volle planning voor de boeg, dus tot zo allemaal!

Een kijkje achter de schermen

Het lijkt ondertussen een trend te zijn dat er in oktober, november en december niks gebeurt. In 2014, toen ik met deze blog begon, schreef ik in december een absurdistische allegorie over een scriptietrein en in 2015 schreef ik in die periode over het bezoek aan een metaforische kloof en de betekenis van vriendschap. Vorige maand schreef ik over Maskerval, en deze maand schrijf ik, in plaats van absurdisme, een metablogpost. Welkom achter de schermen.

dsc03111

Lege parkeerplaatsen van grote supermarkten zijn altijd een soort magische, mysterieuze plaatsen. Sorry voor de vage foto; mijn fotografeerskills bereiken hier hun limiet.

Ik ben nooit goed geweest in blogposts schrijven – het is te non-fictie – maar in de 28 blogposts die ik de afgelopen 25 maanden heb geschreven, heb ik toch een soort routine ontwikkeld. Als je het maar vaak genoeg doet, wordt je er blijkbaar vanzelf beter in.

Mijn proces begint met het materiaal: de reis waar ik over ga schrijven. Of dat nou een echte, fysieke reis is of een psychologische, is niet belangrijk. Vaak is het een combinatie van beide, want puur fysiek of puur psychologisch vind ik lastig om boeiend te maken. Om deze reden heb ik altijd mijn fototoestel bij me, want wie weet wanneer er zomaar iets blogwaardigs kan gebeuren? Zelfs als ik niet op reis ben, is er genoeg moois om me heen om een blogpost mee te verrijken; of dat nu een babysneeuwpop is die veel schattiger werd dan verwacht, een zonsondergang om half drie ‘s middags, of een sneeuwstorm om middernacht.

dsc03120

Een sneeuwpopje die bezorgd is om mensen.

Als ik mijn reis heb gemaakt en de foto’s op mijn laptop heb gezet, vind ik het belangrijk om af te bakenen waarover ik wil schrijven. Het is onmogelijk om álles van een reis te beschrijven, want blogposts moeten geen rapporten van boeklengte worden. Er moet ook nog wat snelheid en lijn in zitten, want dat leest fijn. Meestal wacht ik een paar dagen na de reis met schrijven, zodat ik even de tijd kan nemen voor dat afbakenen. Dat is vaak een grotendeels onbewust proces, dus wat ik in de tussentijd ook doe: het afbakenen gebeurt toch wel.

Maar soms is de reis al afgebakend genoeg van zichzelf, zodat ik gewoon meteen mijn blogpost kan schrijven. De blogpost over Juhannus afgelopen juni had bijvoorbeeld geen afbakening nodig: dat was al een vrij rechtlijnige reis. Meestal begin ik dan ‘s ochtends te schrijven, als mijn concentratievermogen en creativiteit op een hoogtepunt zijn. Als ik klaar ben, laat ik het even rusten. Aan het einde van de middag lees ik het nog een keer door, verbeter ik de vele ongelukkige verwoordingen en onuitgewerkte ideeën, en upload ik het zodat u ook van mijn avonturen kunt genieten.

dsc03127

De schrijver is druk bezig. Vooral met zijn thee.

Door de jaren hebben het proces en het eindresultaat behoorlijk wat ontwikkelingen doorgemaakt. De meest zichtbare is het ontwerp van mijn blog: foto’s zijn nu groter en staan niet meer in de kantlijn weggepropt alsof we nog in de jaren negentig leven, en er staan nu links naar mijn boeken op mijn blog. Aan de rechterkant. Die ronde dingen. Klik erop. Nu. Ik wacht wel.

dsc03110

Dit is mijn wachtafbeelding.

Minder opvallende veranderingen hebben te maken met mijn persoonlijke ontwikkeling en mijn ontwikkeling als schrijver. Ik begon mijn blog in september 2014, aan het begin van het einde van mijn Mieke en mijn relatie, en tijdens dat proces heb ik veel inzichten opgedaan. Over hoe de wereld werkt, mijn rol in de samenleving, en, natuurlijk, wie ik zélf ben, zonder me constant met iemand anders te vergelijken. Maar ik zal niet te veel in herhaling vallen.

Als schrijver heb ik deze afgelopen twee jaar mijn lezers beter leren kennen en mijn gedachten duidelijker leren ordenen. Waar Where Frogs Whistle and Tadpoles Sing een willekeurig samenraapsel aan thema’s en metaforen was, is Hunting the Echoes een stuk gestructureerder en gemakkelijker te lezen. En Maskerval is, als ik mijn proeflezers tot dusver mag geloven, nóg beter. En ook mijn blogposts meanderen minder. Waar ik begon als ietwat egocentrische, richtingloze schrijver, heb ik nu een stuk duidelijker besef van mijn lezers en mijn richting. En ik ben natuurlijk nog steeds aan het leren. Kortom: deze blog beginnen was één van mijn beste keuzes ooit. Bedankt dat u mee blijft lezen.

dsc05768

Ik hoop dat jullie van foto’s tegen de zon in houden.

Volgende maand komt er weer wat over een échte reis. En ik ga mijn best doen in 2017 deze trend van een leeg laatste kwartaal te doorbreken!

De wereld achter het masker

Een paar maanden geleden heb ik voor het eerst geschreven over Maskerval, mijn eerste Nederlandstalige fantasyroman in prozavorm. Er is nog steeds geen makkelijkere manier waarop het mijn eerste roman kan zijn. Maar ondanks dat Maskerval al het vijfde grote verhaal is dat ik heb geschreven, voelt het nog lang niet als een routine. Schrijven is nog steeds net zo’n groot avontuur als toen ik dertien jaar geleden de eerste woorden voor mijn (inmiddels klassieke) sci-fitrilogie op papier zette. De tweede revisie van Maskerval zit er bijna op, dus sta me toe er wederom een enthousiaste blogpost over te schrijven.

Zoals in de vorige blogpost beloofd, gaat het revisieproces moeizaam. Na mijn achronologische schrijfproces is het een behoorlijke uitdaging gebleken om de verschillende delen van het verhaal soepel in elkaar te weven. Maar het is ook een lonend proces, want langzaam maar zeker verdwijnen al mijn onzekerheden. Waar het verhaal eerst fragmentarisch, schokkerig en onverenigbaar was, is het nu een vloeiend geheel waarin de verschillende hoofdpersonen elkaar ook echt aanvullen. Tenminste, dat denk ík. Maar ik besef dat ik een stuk meer weet over het verhaal dan mijn lezers, dus ik kan nooit helemaal objectief zijn. Wat denk jij?

dsc03058

In Maskerval is zo’n grotopening zeldzaam.

In een notendop

Diep in de duistere grotten van de wereld ligt het dorp Eskergaard. Het is een onbeduidend mijnwerkersplaatsje dat alleen wordt bezocht door handelsreizigers en filosofen. Maar als de sauvanen en hun onsterfelijke slaven opeens genadeloos binnenvallen, krijgt het zwartgeblakerde stukje grot dat overblijft een onmiskenbare plaats in vier levens.

Tati, een oude lantaarndrager in Mergeloord, krijgt na lang wachten eindelijk een antwoord: Zijn vrouw was één van de slachtoffers in Eskergaard. Voor het eerst in zestig jaar is hij alleen. De wake kan beginnen.

Mevvis had niet het geluk te sterven in Eskergaard. Als ondode slaaf zwoegt ze in een oliemolen van de sauvanen. Ze heeft alles verloren. Alles, behalve een doel, want de sauvanen zullen boeten.

Metsa was generaal. Tot ze de slag bij Eskergaard verloor. Ze is diep gevallen, en de bodem is nog lang niet in zicht. Ze begint te twijfelen of er wel een bodem bestaat.

Krijn is een handelaar die Eskergaard wist te ontvluchten, maar niet zonder kleerscheuren: een dodelijke ziekte woedt door zijn lichaam. Zijn enige hoop op genezing is een gerucht over de zeldzame kroonvalken die buiten de wereld leven.

Maskerval is het emotionele, fantasierijke verhaal van een lantaarndrager, een lerares, een strijder en een handelaar die zoeken naar warmte in het eindeloze grottenstelsel van een lege wereld.

dsc01078

Dat lijkt er meer op! Eindeloze druipsteenformaties in de duisternis.

Een reflectie

Oké, het is maar een versie van de flaptekst, maar het geeft in ieder geval een beeld van waar het verhaal over gaat. Het thema verlies, en hoe daarmee om te gaan, is iets wat de afgelopen jaren mij persoonlijk ook behoorlijk heeft beziggehouden. Wat betekent het om mensen of tijden te verliezen? Wat moeten we vinden van dingen verliezen? In deze tijd – waarin er dankzij het internet steeds minder verloren gaat, vooral wat betreft vriendschappen, kennis en herinneringen – is het moeilijk om te weten wat verlies inhoudt. Ik (of misschien wel mijn hele generatie) doet het te weinig om te weten wat ik ermee aan moet. Natuurlijk, verlichting is alles loslaten, en dat is ook een geruststellende gedachte, maar dat betekent ook dat verlichting niks beleven is. Want er is niks wat je kunt doen zonder iets te verliezen.

Het thema neemt verschillende vormen aan in het verhaal. Verlies van het zelf, van het verleden en van de toekomst wordt samengeweven in verschillende brouwsels voor de personages.

dsc02064

In de eindeloze grotten van de wereld van Maskerval kun je genoeg verliezen, zoals je gevoel voor diepte.

Tati was vanaf zijn zestiende samen met zijn vrouw: zo’n zestig jaar lang. Dat is een tijdspanne die ik (met mijn 26 jaar) niet eens kan overzien, maar ik heb wel een relatie van (effectief) ruim de helft van mijn leven gehad. Als na zoveel tijd opeens de persoon die het dichtst bij je stond, waarmee je de wereld ontdekte en waarmee je een leven hebt opgebouwd, verdwijnt, hoeveel van jezelf verdwijnt er dan? En wat blijft er over?

Misschien verliest Mevvis wel het meest. Natuurlijk alles dat en iedereen die ze ooit kende, maar ook zichzelf: de toekomst die ze had en het lichaam dat ze zo goed kende. Ze heeft alleen nog haar herinneringen, en de kennis dat ze Mevvis is. Maar hoeveel betekent die kennis als je alles achter je laat en compleet opnieuw moet beginnen? Wie ben je nog, als er niemand is die jou kent?

Metsa had veel te verliezen, maar verliest, in vergelijking met de rest, niet zoveel. Alleen haar rang als generaal. Natuurlijk is het vervelend om een carrière in rook op te zien gaan, maar ze leeft tenminste nog, en haar familie ook. Maar wie zijn wij om te zeggen wat ‘veel’ verlies is? Het verlies van een carrière of een droom zou voor de één wel net zo erg kunnen zijn als het verlies van een partner of de toekomst voor een ander. Waarom denken we dat we kunnen oordelen over de verliezen van anderen?

En Krijn verliest, naast zijn handel, zijn toekomst. Plotseling staat er een klok op zijn leven, en plotseling is de tijd bijna op. En zonder toekomst is alleen nog maar het verleden over. Als het leven een verhaal is, is dit het slot. Maar hoe sluit je een verhaal van een leven lang af? Sluit je dat überhaupt wel af? Wanneer begin je aan het slot?

dsc02333

Het daglicht dat je nodig hebt om dingen te zien, is altijd lang onbereikbaar, maar dat is alleen omdat, als het donker is, je het al van zo veraf kunt zien.

Nou, nu dus. Van deze blogpost. Het enige wat mij nog rest is de verzekering dat ondanks dat het verhaal over verlies gaat, er evengoed genoeg te lachen valt. Ik zou hier nu een sterke one-liner quoten, maar eigenlijk moet je daarvoor gewoon het boek lezen.

Of proeflezen.

 

De eerste herfstdag

De herfst is goed onderweg en alles is weer begonnen. School, werk, de D&D-sessies en de diners, maar het is ook aftellen, want eind november moet ik een samenvatting van mijn onderzoek inleveren om te mogen presenteren op een conferentie, en ik heb mijn vliegtickets naar Nederland geboekt voor kerst en de verjaardagen.

Eigenlijk was het voor veel van die dingen gisteren het officiële begin. Voor de herfst, natuurlijk, toen er voor het eerst een rood blad in mijn gezicht waaide, maar ook voor mijn onderzoek, mijn Finse lessen en de diners.

dsc03075

Brace yourselves, autumn is coming

Gistermiddag begon met het eerste gesprek met mijn nieuwe PhD-begeleider, die het in de orkaan van alle veranderingen op de universiteit eerder nog te druk had. Die orkaan is niet alleen het gevolg van het plotselinge pensioen van mijn vorige begeleider (zodat 10 PhD-studenten nieuwe begeleiders moesten krijgen), maar ook van de reorganisaties op de universiteit (de talenafdeling wordt overgeplaatst naar Jyväskylä, 300 km verderop, maar niemand weet hoe of wanneer) en van het nieuwe schooljaar met een vertaalwetenschapper minder (zodat mijn begeleider nu 25 masterscripties moet begeleiden).

Zelfs mijn positie als onbetaald (door de universiteit) PhD-student is niet zeker, als Jyväskylä bijvoorbeeld besluit dat ze geen vertaalafdeling willen. Maar voorlopig ga ik gewoon door, want die overplaatsing heeft een overgangsperiode van járen en mijn begeleider is enthousiast over wat ik doe. Ook al heeft hij volgens mij nog niks gelezen. Niet dat ik totdat hij wat leest, niet genoeg te doen heb, want ik moet dus een abstract regelen vóór eind november, en daarvoor moet ik onderzoek doen. En een onderwerp hebben voor de bijbehorende presentatie. Dus nu ga ik eindelijk eens écht liedjes luisteren.

dsc03089

Ja, dat is “Do You Want to Build a Snowman” in Guitar Pro. Ja, ik ben er trots op.

Na dat gesprek had ik mijn eerste les Fins van de herfst: een bijeenkomst waar vooral werd uitgelegd wat we de komende twee maanden gaan doen. Met mijn language buddy moeten we vier uur per week onze talen oefenen – zij Engels zodat ik kan zeggen wat ze fout doet, en ik Fins zodat zij kan zeggen wat ik fout doe – dus nu heb ik eindelijk de kans wat Finse spreektaal te leren! En überhaupt te leren spreken. En, nog belangrijker, te leren luisteren, want Fins verstaan is nog wel mijn grootste struikelblok. Ze mompelen zo snel!

Toen ik gisteravond thuis kwam, uitgeput van al die spannende dingen (ja ja, noem me een watje), was één van mijn huisgenoten zijn befaamde (lees: beruchte) soep des doods aan het koken. Hij noemt het kippensoep, maar de smaak van de kip verdronk in de Carolina Reaper, wat blijkbaar de heetste chili ooit is. Toen ook mijn andere huisgenoot kwam kijken waarom zijn ogen zo traanden tijdens het gamen, namen we allemaal een kommetje soep (waar we drie jaar mee deden) en begonnen we aan de volgende gang: pulled pork van de tweede huisgenoot. Daar waren we de rest van de avond zoet mee (tijdens het Rush luisteren, want de soep des doods geeft een behoorlijke adrenalinerush, dus één en één is twee), voordat ik uiteindelijk weer in mijn kamer kwam. Exeunt lange dag.

dsc02869

Nope, nog geen sneeuw

Ongemerkt maar plotseling is dus de zomer voorbij. Ik heb weer een dagbesteding en al mijn vrienden zijn weer terug in Vaasa. Opeens leer ik weer nieuwe mensen kennen (zelfs in Helsinki dit keer) en zit ik weer uren op kantoor. En het is best fijn om dingen te moeten doen, als je wilt, en om contact te hebben met mensen. Al is het maar omdat het dan voelt alsof er weer vooruitgang in mijn leven zit. Maar dat is niet de enige reden waarom het zo goed voelt om te onderzoeken en te schrijven en te leren en te spelen: het is ook gewoon een afwisselendere en vervullendere dagbesteding dan alleen maar The Office binge-watchen.

Hoewel dat ook een goede show was.

 

Aan de Kust

Nadat ik anderhalve week ziek was geweest, kwamen zondag twee weken geleden m’n ouders aan in Vaasa. Geen correlatie. Ik had ze ruim zeven maanden niet gezien, maar het was meteen weer vertrouwd en natuurlijk. En gisterochtend heb ik weer afscheid van hen genomen in Helsinki.

DSC02954.JPG

Ouders in Finland!

De eerste drie dagen van onze gezamenlijke vakantie verbleven we in Vaasa, waar ik nog even rustig de laatste stuiptrekkingen van m’n ziekte kon bevechten terwijl we de toeristische hotspots van de stad afgingen. M’n ouders hadden ook al m’n spullen mee die ik in januari niet zelf had kunnen meenemen, en nog veel meer. Ik kan nu weer m’n eigen dobbelstenen werpen, m’n zomerjas dragen en gitaar spelen op twee gitaren tegelijk. Niet dat ik dat laatste echt kán, maar als ik het kon, zou het kunnen.

Onze eerste stop na Vaasa was vuurtoren-turned-hotel Kylmäpihlaja, op een rotsachtig eilandje halverwege de Botnische Golf. Een klein bootje doorkliefde drie kwartier lang de woeste golven voordat we wankelend aan wal stapten. ‘s Avonds genoten we van de eenzaamheid en de zonsondergang, en de volgende dag wandelden we drie keer het eiland rond voordat de boot ons weer kwam ophalen. Een fotogeniekere plaats heb ik zelden aangedaan.

DSC02960

Oké, er waren ook wat planten aan de andere kant van het eiland.

Van de eenzaamheid vielen we binnen in de drukte van Turku, de vroegere hoofdstad van Finland (voordat de Russen de Zweden vervingen als overheersers en die het onbeduidende dorpje Helsinki wel een chille plaats vonden om als hoofdstad te dienen). Het kasteel en de kathedraal, beiden ouder dan alles wat ik tot dan toe in Finland had gezien, waren indrukwekkende hoogtepunten, net als het hotel (zesde verdieping) en het verplicht enorme marktplein vol disco’s en overdreven opgemaakte jeugd op vrijdagavond.

Na drie dagen Turku was het weer tijd voor wat ontspanning in de natuur: het obscure Teijon Kansallispuisto (een nationaal park wat vooral een afgebakend stuk bos en meren was). We sliepen in een enorme B&B verspreid over zes houten gebouwen tussen de bomen. Tijdens onze vrije dag scheen de zon harder en onbelemmerder dan ooit tevoren, maar in het bos was de herfst al in opmars. We namen deel aan traditionele Finse herfstactiviteiten, zoals paddenstoelen plukken (waar wij het ‘plukken’ vervingen door ‘fotograferen’).

Paddenstoelencollage

Ik kom niet verder dan ‘paddenstoelen’

Uiteindelijk eindigden we onze reis langs de kust in Helsinki. Hier was ik tot nu toe alleen nog maar bij het station geweest, wat een erg fijn gebied is. En het blijkt dat die trend in de rest van de stad ook is doorgezet. Alles in het centrum valt te belopen, van de met verbazend veel goud belegde evangelische dom tot de met natuurlijk veel goud bedekte Russisch-orthodoxe Oespenskikathedraal, en van het enigmatische Sibelius-monument tot de eigenzinnige rotskerk. Geen idee waarom er nooit aanbiedingen naar Helsinki zijn: het is er zeker prachtig genoeg voor.

DSC03046.JPG

Ik heb voor deze gekozen, want hier was het mooier weer

En sfeervol genoeg. De hoofdstad is knus en hier en daar heerlijk studentikoos, dus ik voelde me meteen op m’n plaats, zelfs toen we per ongeluk in een hippe yuppentent belandden om te lunchen. Blijkbaar bestaat er ook zwarte aioli, en blijkbaar gaat dat goed samen met inktvis.

Na een tour van de hoogtepunten (ja, ook inclusief het fort, mocht iemand bezorgd zijn), splitsten onze wegen zich vanochtend weer op het treinstation. Ik ging terug naar Vaasa (en ik heb m’n boek nu bijna uit), en m’n ouders zijn momenteel per boot onderweg naar Travemünde (en daarna huis).

DSC02959.JPG

Ik zie de boot ook niet, maar ik zat ook al in de trein

Ik had verwacht dat het moeilijk zou zijn om alleen met m’n ouders op vakantie te gaan, zonder Jord en Nien om de generatiebalans wat recht te trekken. Maar er was weinig moeilijks aan. Het was vooral een heel ontspannende reis – ondanks het soms wat beangstigende richtingsgevoel van zowel pap als mam. En ook een humorvolle reis, zij het ten koste van één van m’n ouders of van mij. Ik denk dat we steeds beter met elkaar leren omgaan: zij met mijn introversie en ik met hun ‘volwassenheid’. Niet dat zij introverter worden of ik volwassener, maar wel dat we allemaal leren. Eigenlijk zoals altijd.

Zelfs als je soms denkt dat er niks meer is om te begrijpen.