De wereld achter het masker

Een paar maanden geleden heb ik voor het eerst geschreven over Maskerval, mijn eerste Nederlandstalige fantasyroman in prozavorm. Er is nog steeds geen makkelijkere manier waarop het mijn eerste roman kan zijn. Maar ondanks dat Maskerval al het vijfde grote verhaal is dat ik heb geschreven, voelt het nog lang niet als een routine. Schrijven is nog steeds net zo’n groot avontuur als toen ik dertien jaar geleden de eerste woorden voor mijn (inmiddels klassieke) sci-fitrilogie op papier zette. De tweede revisie van Maskerval zit er bijna op, dus sta me toe er wederom een enthousiaste blogpost over te schrijven.

Zoals in de vorige blogpost beloofd, gaat het revisieproces moeizaam. Na mijn achronologische schrijfproces is het een behoorlijke uitdaging gebleken om de verschillende delen van het verhaal soepel in elkaar te weven. Maar het is ook een lonend proces, want langzaam maar zeker verdwijnen al mijn onzekerheden. Waar het verhaal eerst fragmentarisch, schokkerig en onverenigbaar was, is het nu een vloeiend geheel waarin de verschillende hoofdpersonen elkaar ook echt aanvullen. Tenminste, dat denk ík. Maar ik besef dat ik een stuk meer weet over het verhaal dan mijn lezers, dus ik kan nooit helemaal objectief zijn. Wat denk jij?

dsc03058

In Maskerval is zo’n grotopening zeldzaam.

In een notendop

Diep in de duistere grotten van de wereld ligt het dorp Eskergaard. Het is een onbeduidend mijnwerkersplaatsje dat alleen wordt bezocht door handelsreizigers en filosofen. Maar als de sauvanen en hun onsterfelijke slaven opeens genadeloos binnenvallen, krijgt het zwartgeblakerde stukje grot dat overblijft een onmiskenbare plaats in vier levens.

Tati, een oude lantaarndrager in Mergeloord, krijgt na lang wachten eindelijk een antwoord: Zijn vrouw was één van de slachtoffers in Eskergaard. Voor het eerst in zestig jaar is hij alleen. De wake kan beginnen.

Mevvis had niet het geluk te sterven in Eskergaard. Als ondode slaaf zwoegt ze in een oliemolen van de sauvanen. Ze heeft alles verloren. Alles, behalve een doel, want de sauvanen zullen boeten.

Metsa was generaal. Tot ze de slag bij Eskergaard verloor. Ze is diep gevallen, en de bodem is nog lang niet in zicht. Ze begint te twijfelen of er wel een bodem bestaat.

Krijn is een handelaar die Eskergaard wist te ontvluchten, maar niet zonder kleerscheuren: een dodelijke ziekte woedt door zijn lichaam. Zijn enige hoop op genezing is een gerucht over de zeldzame kroonvalken die buiten de wereld leven.

Maskerval is het emotionele, fantasierijke verhaal van een lantaarndrager, een lerares, een strijder en een handelaar die zoeken naar warmte in het eindeloze grottenstelsel van een lege wereld.

dsc01078

Dat lijkt er meer op! Eindeloze druipsteenformaties in de duisternis.

Een reflectie

Oké, het is maar een versie van de flaptekst, maar het geeft in ieder geval een beeld van waar het verhaal over gaat. Het thema verlies, en hoe daarmee om te gaan, is iets wat de afgelopen jaren mij persoonlijk ook behoorlijk heeft beziggehouden. Wat betekent het om mensen of tijden te verliezen? Wat moeten we vinden van dingen verliezen? In deze tijd – waarin er dankzij het internet steeds minder verloren gaat, vooral wat betreft vriendschappen, kennis en herinneringen – is het moeilijk om te weten wat verlies inhoudt. Ik (of misschien wel mijn hele generatie) doet het te weinig om te weten wat ik ermee aan moet. Natuurlijk, verlichting is alles loslaten, en dat is ook een geruststellende gedachte, maar dat betekent ook dat verlichting niks beleven is. Want er is niks wat je kunt doen zonder iets te verliezen.

Het thema neemt verschillende vormen aan in het verhaal. Verlies van het zelf, van het verleden en van de toekomst wordt samengeweven in verschillende brouwsels voor de personages.

dsc02064

In de eindeloze grotten van de wereld van Maskerval kun je genoeg verliezen, zoals je gevoel voor diepte.

Tati was vanaf zijn zestiende samen met zijn vrouw: zo’n zestig jaar lang. Dat is een tijdspanne die ik (met mijn 26 jaar) niet eens kan overzien, maar ik heb wel een relatie van (effectief) ruim de helft van mijn leven gehad. Als na zoveel tijd opeens de persoon die het dichtst bij je stond, waarmee je de wereld ontdekte en waarmee je een leven hebt opgebouwd, verdwijnt, hoeveel van jezelf verdwijnt er dan? En wat blijft er over?

Misschien verliest Mevvis wel het meest. Natuurlijk alles dat en iedereen die ze ooit kende, maar ook zichzelf: de toekomst die ze had en het lichaam dat ze zo goed kende. Ze heeft alleen nog haar herinneringen, en de kennis dat ze Mevvis is. Maar hoeveel betekent die kennis als je alles achter je laat en compleet opnieuw moet beginnen? Wie ben je nog, als er niemand is die jou kent?

Metsa had veel te verliezen, maar verliest, in vergelijking met de rest, niet zoveel. Alleen haar rang als generaal. Natuurlijk is het vervelend om een carrière in rook op te zien gaan, maar ze leeft tenminste nog, en haar familie ook. Maar wie zijn wij om te zeggen wat ‘veel’ verlies is? Het verlies van een carrière of een droom zou voor de één wel net zo erg kunnen zijn als het verlies van een partner of de toekomst voor een ander. Waarom denken we dat we kunnen oordelen over de verliezen van anderen?

En Krijn verliest, naast zijn handel, zijn toekomst. Plotseling staat er een klok op zijn leven, en plotseling is de tijd bijna op. En zonder toekomst is alleen nog maar het verleden over. Als het leven een verhaal is, is dit het slot. Maar hoe sluit je een verhaal van een leven lang af? Sluit je dat überhaupt wel af? Wanneer begin je aan het slot?

dsc02333

Het daglicht dat je nodig hebt om dingen te zien, is altijd lang onbereikbaar, maar dat is alleen omdat, als het donker is, je het al van zo veraf kunt zien.

Nou, nu dus. Van deze blogpost. Het enige wat mij nog rest is de verzekering dat ondanks dat het verhaal over verlies gaat, er evengoed genoeg te lachen valt. Ik zou hier nu een sterke one-liner quoten, maar eigenlijk moet je daarvoor gewoon het boek lezen.

Of proeflezen.

 

De eerste herfstdag

De herfst is goed onderweg en alles is weer begonnen. School, werk, de D&D-sessies en de diners, maar het is ook aftellen, want eind november moet ik een samenvatting van mijn onderzoek inleveren om te mogen presenteren op een conferentie, en ik heb mijn vliegtickets naar Nederland geboekt voor kerst en de verjaardagen.

Eigenlijk was het voor veel van die dingen gisteren het officiële begin. Voor de herfst, natuurlijk, toen er voor het eerst een rood blad in mijn gezicht waaide, maar ook voor mijn onderzoek, mijn Finse lessen en de diners.

dsc03075

Brace yourselves, autumn is coming

Gistermiddag begon met het eerste gesprek met mijn nieuwe PhD-begeleider, die het in de orkaan van alle veranderingen op de universiteit eerder nog te druk had. Die orkaan is niet alleen het gevolg van het plotselinge pensioen van mijn vorige begeleider (zodat 10 PhD-studenten nieuwe begeleiders moesten krijgen), maar ook van de reorganisaties op de universiteit (de talenafdeling wordt overgeplaatst naar Jyväskylä, 300 km verderop, maar niemand weet hoe of wanneer) en van het nieuwe schooljaar met een vertaalwetenschapper minder (zodat mijn begeleider nu 25 masterscripties moet begeleiden).

Zelfs mijn positie als onbetaald (door de universiteit) PhD-student is niet zeker, als Jyväskylä bijvoorbeeld besluit dat ze geen vertaalafdeling willen. Maar voorlopig ga ik gewoon door, want die overplaatsing heeft een overgangsperiode van járen en mijn begeleider is enthousiast over wat ik doe. Ook al heeft hij volgens mij nog niks gelezen. Niet dat ik totdat hij wat leest, niet genoeg te doen heb, want ik moet dus een abstract regelen vóór eind november, en daarvoor moet ik onderzoek doen. En een onderwerp hebben voor de bijbehorende presentatie. Dus nu ga ik eindelijk eens écht liedjes luisteren.

dsc03089

Ja, dat is “Do You Want to Build a Snowman” in Guitar Pro. Ja, ik ben er trots op.

Na dat gesprek had ik mijn eerste les Fins van de herfst: een bijeenkomst waar vooral werd uitgelegd wat we de komende twee maanden gaan doen. Met mijn language buddy moeten we vier uur per week onze talen oefenen – zij Engels zodat ik kan zeggen wat ze fout doet, en ik Fins zodat zij kan zeggen wat ik fout doe – dus nu heb ik eindelijk de kans wat Finse spreektaal te leren! En überhaupt te leren spreken. En, nog belangrijker, te leren luisteren, want Fins verstaan is nog wel mijn grootste struikelblok. Ze mompelen zo snel!

Toen ik gisteravond thuis kwam, uitgeput van al die spannende dingen (ja ja, noem me een watje), was één van mijn huisgenoten zijn befaamde (lees: beruchte) soep des doods aan het koken. Hij noemt het kippensoep, maar de smaak van de kip verdronk in de Carolina Reaper, wat blijkbaar de heetste chili ooit is. Toen ook mijn andere huisgenoot kwam kijken waarom zijn ogen zo traanden tijdens het gamen, namen we allemaal een kommetje soep (waar we drie jaar mee deden) en begonnen we aan de volgende gang: pulled pork van de tweede huisgenoot. Daar waren we de rest van de avond zoet mee (tijdens het Rush luisteren, want de soep des doods geeft een behoorlijke adrenalinerush, dus één en één is twee), voordat ik uiteindelijk weer in mijn kamer kwam. Exeunt lange dag.

dsc02869

Nope, nog geen sneeuw

Ongemerkt maar plotseling is dus de zomer voorbij. Ik heb weer een dagbesteding en al mijn vrienden zijn weer terug in Vaasa. Opeens leer ik weer nieuwe mensen kennen (zelfs in Helsinki dit keer) en zit ik weer uren op kantoor. En het is best fijn om dingen te moeten doen, als je wilt, en om contact te hebben met mensen. Al is het maar omdat het dan voelt alsof er weer vooruitgang in mijn leven zit. Maar dat is niet de enige reden waarom het zo goed voelt om te onderzoeken en te schrijven en te leren en te spelen: het is ook gewoon een afwisselendere en vervullendere dagbesteding dan alleen maar The Office binge-watchen.

Hoewel dat ook een goede show was.

 

Aan de Kust

Nadat ik anderhalve week ziek was geweest, kwamen zondag twee weken geleden m’n ouders aan in Vaasa. Geen correlatie. Ik had ze ruim zeven maanden niet gezien, maar het was meteen weer vertrouwd en natuurlijk. En gisterochtend heb ik weer afscheid van hen genomen in Helsinki.

DSC02954.JPG

Ouders in Finland!

De eerste drie dagen van onze gezamenlijke vakantie verbleven we in Vaasa, waar ik nog even rustig de laatste stuiptrekkingen van m’n ziekte kon bevechten terwijl we de toeristische hotspots van de stad afgingen. M’n ouders hadden ook al m’n spullen mee die ik in januari niet zelf had kunnen meenemen, en nog veel meer. Ik kan nu weer m’n eigen dobbelstenen werpen, m’n zomerjas dragen en gitaar spelen op twee gitaren tegelijk. Niet dat ik dat laatste echt kán, maar als ik het kon, zou het kunnen.

Onze eerste stop na Vaasa was vuurtoren-turned-hotel Kylmäpihlaja, op een rotsachtig eilandje halverwege de Botnische Golf. Een klein bootje doorkliefde drie kwartier lang de woeste golven voordat we wankelend aan wal stapten. ‘s Avonds genoten we van de eenzaamheid en de zonsondergang, en de volgende dag wandelden we drie keer het eiland rond voordat de boot ons weer kwam ophalen. Een fotogeniekere plaats heb ik zelden aangedaan.

DSC02960

Oké, er waren ook wat planten aan de andere kant van het eiland.

Van de eenzaamheid vielen we binnen in de drukte van Turku, de vroegere hoofdstad van Finland (voordat de Russen de Zweden vervingen als overheersers en die het onbeduidende dorpje Helsinki wel een chille plaats vonden om als hoofdstad te dienen). Het kasteel en de kathedraal, beiden ouder dan alles wat ik tot dan toe in Finland had gezien, waren indrukwekkende hoogtepunten, net als het hotel (zesde verdieping) en het verplicht enorme marktplein vol disco’s en overdreven opgemaakte jeugd op vrijdagavond.

Na drie dagen Turku was het weer tijd voor wat ontspanning in de natuur: het obscure Teijon Kansallispuisto (een nationaal park wat vooral een afgebakend stuk bos en meren was). We sliepen in een enorme B&B verspreid over zes houten gebouwen tussen de bomen. Tijdens onze vrije dag scheen de zon harder en onbelemmerder dan ooit tevoren, maar in het bos was de herfst al in opmars. We namen deel aan traditionele Finse herfstactiviteiten, zoals paddenstoelen plukken (waar wij het ‘plukken’ vervingen door ‘fotograferen’).

Paddenstoelencollage

Ik kom niet verder dan ‘paddenstoelen’

Uiteindelijk eindigden we onze reis langs de kust in Helsinki. Hier was ik tot nu toe alleen nog maar bij het station geweest, wat een erg fijn gebied is. En het blijkt dat die trend in de rest van de stad ook is doorgezet. Alles in het centrum valt te belopen, van de met verbazend veel goud belegde evangelische dom tot de met natuurlijk veel goud bedekte Russisch-orthodoxe Oespenskikathedraal, en van het enigmatische Sibelius-monument tot de eigenzinnige rotskerk. Geen idee waarom er nooit aanbiedingen naar Helsinki zijn: het is er zeker prachtig genoeg voor.

DSC03046.JPG

Ik heb voor deze gekozen, want hier was het mooier weer

En sfeervol genoeg. De hoofdstad is knus en hier en daar heerlijk studentikoos, dus ik voelde me meteen op m’n plaats, zelfs toen we per ongeluk in een hippe yuppentent belandden om te lunchen. Blijkbaar bestaat er ook zwarte aioli, en blijkbaar gaat dat goed samen met inktvis.

Na een tour van de hoogtepunten (ja, ook inclusief het fort, mocht iemand bezorgd zijn), splitsten onze wegen zich vanochtend weer op het treinstation. Ik ging terug naar Vaasa (en ik heb m’n boek nu bijna uit), en m’n ouders zijn momenteel per boot onderweg naar Travemünde (en daarna huis).

DSC02959.JPG

Ik zie de boot ook niet, maar ik zat ook al in de trein

Ik had verwacht dat het moeilijk zou zijn om alleen met m’n ouders op vakantie te gaan, zonder Jord en Nien om de generatiebalans wat recht te trekken. Maar er was weinig moeilijks aan. Het was vooral een heel ontspannende reis – ondanks het soms wat beangstigende richtingsgevoel van zowel pap als mam. En ook een humorvolle reis, zij het ten koste van één van m’n ouders of van mij. Ik denk dat we steeds beter met elkaar leren omgaan: zij met mijn introversie en ik met hun ‘volwassenheid’. Niet dat zij introverter worden of ik volwassener, maar wel dat we allemaal leren. Eigenlijk zoals altijd.

Zelfs als je soms denkt dat er niks meer is om te begrijpen.

 

De Race naar het Noorden

De toeristen op de klif zijn speeltjes in de wind. 300 meter onder hen slaat de Barentszzee woest uiteen op de rotsen. Normaal zou ik aan de rand ronddansen en eindeloos naar de lage wolken staren. We zijn er! Maar in plaats daarvan neem ik nog een slok warme chocolademelk en lees ik verder in The Martian.

DSC02912

Op de noordpool is alleen maar water

Ondanks dat het middenin de zomer is, is het ijzig koud op de Noordkaap. Kouder nog dan Jordi en ik hadden verwacht. Oké, de rotspunt ligt dan ook 1200 kilometer ten noorden van Vaasa en torent uit boven de uitgestrekte zee die Europa van de Noordelijke IJszee scheidt. Alleen Spitsbergen ligt nog tussen ons en Canada in. In navolging van onze roadtrip vorig jaar door het Verenigd Koninkrijk, besloten Jordi en ik dat dit jaar te doen in Fennoscandinavië. En het noorden lonkte.

Toen Jordi hier op vrijdag aankwam, had hij er al een reis op zitten van 2000 kilometer met de trein, het vliegtuig en de nachtbus. Om even bij te komen, bezochten we de universiteit en de nieuwste koffietent van Vaasa. ‘s Avonds zochten we de zon op in het park, want die zou de komende dagen zeldzaam zijn. Althans, dat dachten we.

DSC02882

Het levendige stadscentrum van Rovaniemi

De eerste stop op onze reis was Rovaniemi, de hoofdstad van Lapland en één van de noordelijkste plaatsen die het treinnetwerk van Finland aandoet. Via Seinäjoki, iets ten zuiden van Vaasa, en Oulu, stapten we na acht uur reizen uit op een zonovergoten perron. Zwetend marcheerden we de heuvel op naar het hotel, en daarna de stad in voor een maaltijd. Rovaniemi is een hotspot voor toeristen, maar niet nu. In de 30 graden die het beboste stadje teisterde, was het moeilijk om de posters voor rendiersafari’s en het dorp van de Kerstman er onaantrekkelijker uit te laten zien.

Rovaniemi is waar we het openbaar vervoer achter ons lieten. Na een nacht zonder deken te hebben geslapen (mijn eerste in Finland) en een enorm ontbijt van pap, yoghurt en Karelische pasteitjes, haalden we de huurauto op. Afgezien van een ritje naar de dierenarts negen maanden geleden, had ik al minstens twee jaar niet meer aan de rechterkant van de weg gereden. Maar ik kroop achter het stuur en was de stad al bijna uit voordat we ons herinnerden dat we eigenlijk een automaat hadden moeten krijgen. In de rust van de Lapse zomer was het makkelijk om te wennen.

DSC02917

En dat kronkelt maar…

Onze volgende halte was de arbitrair gekozen camping van Stabbursdalen, Noorwegen. Het was een rit van zeven uur, en omdat we de auto pas halverwege de middag op konden halen, kwamen we rond negen uur ‘s avonds aan. De zon scheen nog altijd even fel maar de temperatuur was flink gedaald. Ondanks dat ik slechts tweeëneenhalf jaar geleden het slapen in een auto voorgoed afzweerde na de dramanachten op Tasmanië, sliepen we in de auto. Dit keer hadden we twee slaapzakken in plaats van één. Dat was dan ook het enige. Nogmaals: nooit weer!

Uitgeput ontbeten we uiteindelijk met onze voorraad brood, jam en mueslirepen, en we vertrokken vroeg naar de Noordkaap slechts drie uur verderop. We passeerden duidelijke lijnen: dennen en berken werden steeds kleiner en zeldzamer, kliffen werden hoger en het water werd dieper. De weg kronkelde eindeloos voor ons uit, door grotten, langs kuddes rendieren en over kale hoogvlaktes. Aan het einde keek een glazen complex uit over de zee in de diepte. Waar we 24 uur geleden nog zwetend door de zinderende straten van Rovaniemi slenterden, beenden we nu met onze armen om ons heen geslagen langs de klif.

DSC02910

Terug naar het begin: we zijn er!

In het complex zijn musea, voorstellingen, een souvenirwinkel en een uitkijkpunt. We bezochten alles op ons gemak en namen uiteindelijk plaats in het restaurant voor de lunch. Het was tijd voor iets anders dan droog brood en jam. De volgende dag reizen we terug van Stabbursdalen naar Rovaniemi, en die daarna verder naar Vaasa. En waar het daar voor mij stopt, gaat Jordi nog door naar Groningen. Gemiddeld zeshonderd kilometer per dag, twee dagen slapen op autostoelen, drie dagen autorijden en twee volle dagen treinreizen, maar we zijn bij de Noordkaap geweest. Het was koud en winderig.

DSC02891

En dat hobbelt maar…

Nou ja, dat, en geweldig indrukwekkend, vervreemdend, groots en uitgestrekt, leeg en verlaten maar heerlijk rustig en kalmerend. De zon gaat pas weer begin volgende maand onder en de zee reikt tot aan de andere kant van de wereld. De wind en wolken gieren dicht over het mos en tussen de rotsen door. Natuurlijk is het toeristisch – veel te toeristisch – maar zelfs dat heeft zijn charmes op zo’n afgelegen plek. Wat dóén al die mensen daar?

Misschien ook wel The Martian lezen. Goede scifi hoor, maar het eindigt wel abrupt.DSC02902

Boogschutters, vreugdevuren, zwaardgevechten

Waar in Nederland kerst het grootste feest van het jaar is, is dat in Finland het midzomerfeest, Juhannus. Niilo, één van de jongens waarmee ik GURPS speel (een soort D&D, red.), nodigde me uit om het Juhannusweekend in het landhuis van zijn ouders door te brengen. Dus dat kon ik, wild feestbeest en extravert bij uitstek, natuurlijk niet afslaan.

Op vrijdag lever ik m’n laatste vertaling in, schrijf ik een paar regels aan m’n verhaal en spring ik de auto in. Mikko, iemand anders waarmee ik GURPS, heeft aangeboden dat ik mee kan rijden (en gids kan spelen). Het landhuis is zo’n uur reizen door de akkers, moerassen en dennenbossen van het Finse binnenland. Het laatste stuk gaat over een kiezelweg met meer kuilen dan kiezels. We worden opgewacht door Finnen met sombrero’s en luchtbuksen. Terwijl de helft van de groep hun geweren op de lege bierblikjes richt, ontfermen Niilo, Mikko en ik ons over de pijl en boog. Het zet de toon voor een weekend vol middeleeuwen.

DSC02750

Zomaar een landhuis in een bos. Het schijnt dat de omgeving een dorp is.

Het schijnt illegaal te zijn om in Finland te wonen zonder naar de sauna te gaan, en het toeval wil dat er in de schuur één is. Voor de tweede keer in twee weken stap ik over een saunadrempel en zweet ik méér dan ik dacht dat mogelijk was. Nauwlettend volg ik de sauna-etiquette op die ik heb geleerd: je drinkt bier, je gebruikt, indien aanwezig, een vihta (een bosje berkentakjes), en je verlaat de sauna niet als eerste. Blijkbaar ben je dan een watje. Niet dat ik het heel erg vind om een watje te zijn, maar het viel goed vol te houden daarbinnen.

Na een paar keer naar binnen en naar buiten te zijn gelopen, trekken we naar de barbecues. Grijze rookpluimen wervelen omhoog tussen de diepgroene varens en bomen. Ik had mijn inkopen gebaseerd op mijn ervaringen met Nederlandse barbecues, en dat blijkt verstandig te zijn geweest. De tafel bezwijkt bijna onder de bergen vlees. In de keuken snijd ik m’n ciabatta open, leg ik m’n blauwkaas op een schoteltje en besprinkel ik m’n zoeteaardappelwedges met rozemarijn en honing. Het wordt met argwaan bekeken maar gretig weggewerkt.

DSC02759

En dat ondanks dat je in Finland minstens drie euro per pakje worstjes betaalt…

Als het vuur van de barbecue wegkwijnt, ontvluchten we de kou. Het is 12 uur ‘s nachts en de zon begint onder te gaan. In één van de kamers staat een piano, dus ik speel Plainsong van The Cure en iets van Banjo-Kazooie (want meer kan ik niet) terwijl we de Brexit en de geschiedenis van Finland bespreken. Het is heerlijk om zo vlak na het referendum in Groot-Brittannië een paar dagen zonder internet te zitten. Mis ik tenminste het heetste van de explosie aan ongecontroleerde emoties en word ik zelf niet zo meegesleept in de frustratie.

Rond een uur of 3 gaan we naar buiten voor Juhannuskokko, het traditionele vreugdevuur om kwade geesten te verjagen. De temperatuur is flink gedaald en het duurt nog zeker een half uur voordat de zon opkomt. Maar het duurt niet lang voordat het te warm is voor m’n vest. Met elke windvlaag raast het vuur krakend omhoog en spuwt het flarden as de lucht in. Net als de stapel brandhout weg is, schijnen de eerste zonnestralen van zaterdag achter het huis vandaan. We gaan even slapen.

DSC02786

Daar gaan de boze geesten!

Om 1 uur ‘s middags kan ik niet langer in bed blijven liggen. Niet dat ik ondertussen niet ben gewend aan slapen terwijl de zon op is, maar de kamer is bijna heter dan de sauna gister. Niilo besluit een tweede houten zwaard te maken, en Mikko en ik fietsen de twee kilometer naar de enige open supermarkt in de wijde omtrek. Meer kaas en brood voor de barbecue vanavond. Als ik op de mountainbike spring, besef ik hoe erg ik fietsen heb gemist.

Met Finse blauwkaas (Aurajuusto), roggebrood, en een spannend rond brood met een gat erin, komen we terug bij het landhuis. Terwijl Niilo het zwaard afmaakt, bereidt de rest de barbecue voor. Dit keer eten we op de veranda achter het huis, waar we uitkijken over een stuk verwilderd bos en de rivier erachter. Na het eten houden we een houtenzwaardentoernooi om al dat vlees en die kaas te laten zakken.

Sword-fighting collage

Volgens mij zou ik een goede ridder zijn geweest. Of in ieder geval een goede zwaardvechter.

Als het te bewolkt en koud wordt om buiten te zitten, verplaatsen we ons naar de woonkamer. De film (A Lonely Place to Die) is verrassend goed voor een willekeurige film op TV. Vast omdat het geen Hollywoodfilm is. Om half 1 gaan we vroeg naar bed en de volgende ochtend word ik vroeg gewekt door de zon. Ik pak m’n spullen in, lees wat pagina’s uit Viisi Viikkoa Ilmapallossa (van Jules Verne) en Conrad’s Fate (van Diana Wynne Jones), en loop een rondje door de bossen. Als Mikko en de rest wakker worden, stappen we weer in de auto. Terug naar Vaasa.

Geschaafd, lekgeprikt, verbrand en gevolgd door de geur van houtvuur kom ik thuis. Ondanks dat het heerlijk is om binnen en alleen te zijn, ging het weekend te snel. De buitenlucht, de bossen en de middeleeuwse sfeer waren een geweldige afleiding voor het onderzoek doen en de digitale wereld van alledag. En voor een paar dagen was het slaapgebrek geen probleem. Toch is het ook wel fijn om me weer op m’n onderzoek en m’n schrijfwerk te kunnen richten. Die digitale wereld geeft iets meer controle, en dat is een illusie die soms nog best comfortabel is. Maar ik blijf me afvragen wat Conrads fate nou was.

DSC02777

As danst in het ochtendgloren.

De drie werelden van Vaasa

Afgelopen week was m’n agenda goed gevuld. Een nieuw onderzoeksplan schrijven, Frozen weer herkijken, me verdiepen in Film Studies, een artikel bespreken in de onderzoeksgroep, twee colleges volgen, in een bijeenkomst met de nieuwe rector m’n onderzoek (en vooral het nut ervan) uitleggen, en de verdediging van een PhD-scriptie bijwonen. Dit alles, natuurlijk, naast Maskerval reviseren en een zinnig begin op papier krijgen voor m’n volgende schrijfproject. Dus het was heerlijk om vrijdagmiddag half zes m’n bureaustoel aan te schuiven en m’n tas op m’n rug te slingeren.

DSC02684

Half zes ja. Maar het had ook half zes ’s ochtends kunnen zijn.

De wolken hadden plaatsgemaakt voor de hoge lentezon en ik had nog geen honger (er waren taartjes na de scriptieverdediging), dus ik nam de lange weg naar huis. En lang, in deze context, betekent anderhalf uur en de hele binnenstad. Genoeg tijd en ruimte om tot rust te komen. Dus, mijn drie werelden in Vaasa.

 

1. Yliopisto

M’n werk op de universiteit begint zich op te stapelen.

DSC02696

Ik ráce door dat onderzoek heen!

Of eigenlijk: ík begin m’n werk op te stapelen. Alles wat ik lees, leidt naar nog meer leeswerk; alles wat ik schrijf, leidt naar uitgebreide aanpassingen. Maar er zit voortgang in, dus dat is iets. Ik krijg een steeds beter beeld van wat ik wil onderzoeken, wat ik kan onderzoeken en wat ik mag onderzoeken, dus ik kan na de zomervakantie beginnen.

Nu vraagt u zich misschien af, wat de fuk heeft ‘ie het eerste halfjaar dan gedaan? Nou, ik heb wat vakken gevolgd over onderzoek doen en structureren, wat schrijfopdrachten gemaakt, en veel gelezen en gepland. Voordat je goed onderzoek kunt doen, moet je weten hoe dat werkt, en een onderzoek van vier jaar – wat ook nog toegevoegde wetenschappelijke waarde heeft etc. – plan je blijkbaar niet in een half uurtje.

 

2. Kesä

Vaasa bereidt zich voor op de zomer.

DSC02710

Zelfs het spoor bereidt zich voor!

In de hallen van de universiteit loop ik steeds vaker alleen, fluitend of zelfs openlijk zingend omdat ik weet dat er toch niemand in de buurt is. Zelfs m’n kantoor loopt leeg. Vorige week was de laatste week van Pia, en Wiriya gaat eind volgende week terug naar Thailand voor de zomer. Overal rijst de vraag wat we gaan doen en overal rijzen de antwoorden: Spanje, Polen, terug naar Rusland en boeken promoten op conferenties in Egypte.

En op straat groeit de drukte. Enthousiastelingen met T-shirts en zonnebrillen drommen samen op de terrassen en markten, lachend omdat ze weer een schooljaar hebben overleefd. Ik had verwacht dat het raar zou zijn om in zo’n klimaat door te moeten werken, maar eigenlijk vind ik het wel fijn. De sleur van de werkdag is tenminste niet meer zo prominent af te lezen van de gezichten die ik tegenkom. En het is lekker rustig om me heen.

 

3. Kirjoittaa

De wereld doet wonderen voor m’n creativiteit.

DSC02724

Van dit soort shit ga je toch meteen boeken schrijven? Er hangen zelfs spinnenwebben in!

Oké, hier heb ik het al wat vaker over gehad, maar ondanks m’n onderzoek, vertaalwerk en huishouden, schrijf ik meer dan ooit – en beter dan ooit, als ik zo vrij mag zijn. De eerste revisie van Maskerval is goed onderweg, ondanks dat de stukken uit bijvoorbeeld de eerste helft van 2015 véél werk zijn. Ook ben ik begonnen aan mijn volgende verhaal, wat momenteel een novelle lijkt te worden.

En er staat een zwerm nieuwe plannen in de wachtrij, ongeduldig zuchtend op hun horloge te kijken. Een A4-formaat boek van beeldgedichten, bijvoorbeeld, of de verhalenbundel die ik een paar maanden geleden noemde, De Roodgouden Schilder en Andere Verhalen. En een surrealistische ennealogie waarvoor ik de wereld over moet reizen, maar dat laat wegens logistieke en monetaire redenen misschien wat langer op zich wachten. Tot die tijd zult u het moeten stellen met m’n updates over Maskerval.

DSC02726

De zeevaartschool. We zijn er.

Aan het eind van de wandeling plof ik neer in m’n stoel. M’n maag rommelt, m’n keel is uitgedroogd en m’n blaas staat op springen. Maar ik blijf even zitten. M’n bureau ligt vol met boeken (Fins en Engels), aantekeningen over Finse grammatica, en m’n kom waar ik de afgelopen drie dagen pasta uit heb gegeten. De overblijfselen van een week waarin drie werelden bloesemden. Pas een jaar geleden typte ik de eerste zin van m’n PhD-voorstel. Hoe anders had alles kunnen zijn als ik niet in een opwelling had besloten een mail naar Vaasa te sturen? Hoe anders had ík kunnen zijn? Ik durf er niet over na te denken.

 

Het masker is gevallen

Een reis van bijna twee jaar is eindelijk af. Achter de moerassen van verkeerde keuzes, door de mist van gebrekkige motivatie en aan het eind van de door aardbevingen geteisterde paden van de fantasie, danst er toch nog een schilfertje zon op de kersenbloesem. Er bestaat nu een volledige draft van Maskerval, dus sta me toe er een enthousiaste blogpost over te schrijven.

DSC02652

Een plaatje voor het plaatje.

Maskerval is m’n eerste Nederlandstalige prozaverhaal van romanlengte – wat eigenlijk een fancy manier is om te zeggen dat het niet m’n eerste verhaal is. Het is, zoals ondertussen verwacht mag worden, lichtelijk absurdistische fantasy met luchtige thema’s zoals de dood, verlies, en de betekenis van alles. Tenminste, dat is hoe ik het voor me zie. Ik heb het verhaal nog niet gelezen en zelfs als schrijver vergeet je veel als je twee jaar doet over een eerste draft. En dat is niet het enige waardoor het revisieproces zo intens gaat zijn.

Ik probeer graag nieuwe manieren van schrijven uit, op zoek naar iets dat beter werkt dan hoe ik het normaal doe. Maskerval volgt vier hoofdpersonen, en het leek me goed voor m’n inleving in de personages als ik het verhaal per hoofdpersoon schreef, in plaats van op chronologische volgorde (dus afwisselend hoofdstukken per personage). Blijkt dat dat weinig goeds doet voor m’n motivatie. Maar de verhaalwereld en de personages zelf sleepten me er aan de haren doorheen. Soms best pijnlijk, maar je wilt ook niet tegenspartelen.

In juli 2014, toen m’n studenten OV-chipkaart me nog kosteloos door het land begeleidde en ons appartement in Den Haag steriel, eenzaam stof verzamelde in dat zomerse aroma van smeulende smog en de opengereten vuilniszakken op straat, kwam ik regelmatig in Enkhuizen. M’n ouders waren op vakantie en Jordi paste op Blacky onder het genot van een NCIS-marathon. Ik begon aan het eerste deel van Maskerval.

Avondzon Den Haag Jasmijnstraat 9c

De zon zinkt weg in de verzameling stof. Foto uit 2014, dus.

Weer een mislukte jacht. De roofvogel zweefde weg bij de luchtwilg en verdween in een wolk. De lucht was leeg, afgezien van een vage, vluchtige gedaante hier en daar. Perfect eenzaam.*

Toen had ik nog niet het idee van vier hoofdpersonen of van een lang verhaal. Het was gewoon vrij schrijven. Natuurlijk was de dood al een thema, want zo morbide ben ik, maar verder stond er niks vast. Ik schreef wat pagina’s, keek wat NCIS en speelde wat The Minish Cap, ik sliep op de bedbank op de overloop en genoot van een zomer vol rondreizen door Nederland, bevrijd van m’n (dramatisch verlopen) bachelorscriptie en me voorbereidend op m’n master in Leiden.

Het eerste deel was af in september, maar aan het tweede deel begon is pas goed en wel in januari 2015, in een Starbucks in Essen. Tussen onze verkenningstochten van verlaten negentiende-eeuwse industriegebieden door, verdwenen Mieke en ik in onze fantasie en planden we onze toekomstige woonplaats – alles was mogelijk, als we wilden, want we waren allebei bezig met dingen afsluiten.

Het water klotste zachtjes over de roeispanen. Af en toe ruiste er een zuchtje wind door het lichtgevende bladerdek boven hen. De muren van de grot waren verborgen in de witte mist die uit de zee opsteeg. Niks bewoog. Het was alsof de tijd stil stond. Het maakte Mevvis nerveus.*

Deel twee was af in maart en tegen die tijd had ik alle motivatie voor het verhaal verloren. Niet-chronologisch schrijven vereist zoveel planning dat het alle spontaniteit en spanning uit het schrijfproces zuigt. En de spontaniteit en spanning is juist wat het leuk maakt. Bijna automatisch, zonder nadenken, vloeide Hier in het Nest op papier. Zelfs in de meest absurde of fantastische werken zit een kern van de schrijver.

In september 2015, na een pauze van bijna zes maanden, begon ik aan het derde deel van Maskerval. De wereld en de personages bleven aan me knagen. De perfecte eenzaamheid in de lucht, de stilte en tijdloosheid in de zee, de leegte nadat Mieke en mijn paden zich splitsten.

De zon schitterde op de kale rotsen van het pad en de gietijzeren tralies van haar kooi. Ze kon haar ogen amper openhouden. Hoe konden mensen hier zien met zoveel licht? De soldaten en aanvoerders die met haar kooi meereden, leken er geen last van te hebben. Ze zaten verveeld in hun zadels en staarden voor zich uit. Misschien waren ze wel gewoon blind.*

Misschien had ik dat wel nodig om verder te kunnen aan dit verhaal. Grote veranderingen, dingen verliezen en betekenis zoeken. Eind november was deel drie klaar, en na een pauze in december om me voor te bereiden op Finland, begon ik in januari aan deel vier. Ik had ondertussen ook een proloog geschreven om de vier hoofdpersonen direct met elkaar te verbinden, maar al die verbindingen maakten het schrijven steeds lastiger. Alles wat ik schreef, moest overal inpassen. En het was ondertussen al vrij lang geleden dat ik deel één schreef, dus wie weet wat ik allemaal over het hoofd zag?

Hij keek om zich heen op zoek naar zijn kleren, maar de vrouw van Rav had erop gestaan ze te wassen. Hoe heette ze ook alweer? Tati was te moe om zich dingen te herinneren.*

Dit weekend typte ik de laatste woorden. De rest van de pagina blijft leeg. De reis is eindelijk af. En de volgende kan beginnen. Tijd om eens te lezen wat ik eigenlijk heb geschreven.

DSC00535.JPG

Ik zie niks, maar ik herken hier en daar nog iets… Foto uit 2013.

*De quotes komen uit de eerste draft, dus dat is mijn excuus als het slecht is geschreven.