De grote terugreis

Ik weet het, het ging wat onopgemerkt, zo met maar twee posts op Facebook, maar na een jaar avonturen beleven in Finland, ben ik weer in Nederland! Aan de ene kant is alles hier hetzelfde, maar aan de andere kant is alles veranderd. Dat laatste vooral aan de rechterkant.

dsc03134

De zon gaat onder in de universiteit

De afgelopen week was mijn laatste week van het jaar in Vaasa, en stond daarom in het teken van afscheid nemen. Op zaterdag eerst van mijn huisgenoten, met een uitgebreid kerstmaal van tortilla’s met karakteristiek veel chilisaus en ongekend veel moeite (inclusief blauwschimmelkaassaus en salade). Op zondag nam ik afscheid van de D&D-groep, waar we eindelijk de bank opbliezen en de draak die daar aan het hoofd stond, ernstig verwondden. En op woensdag van Mira, met een bezoek aan Rogue One (wat goed de beste Star Wars-film ooit kan zijn). Donderdag liep ik voor het laatst naar de universiteit om mijn boarding pass uit te printen, voordat ik vrijdagochtend Vaasa achter me liet.

dsc03144

Sorry voor de overkill aan zon: dat ding bleef maar ondergaan in Vaasa

Die ochtend ging om half zes mijn wekker. In de duisternis van de Finse winternacht controleerde ik mijn tas, ruimde ik de laatste dingen op en zette ik mijn laatste bakje havermoutpap in de magnetron. Een half jaar geleden, toen ik Stefan terugbracht naar het station, waren we bijna te laat voor de trein, dus dit keer trok ik een half uur van tevoren de voordeur achter me dicht en beende ik twintig minuten te vroeg het station op. Pas bij de meren van Tampere, halverwege de drie en een half uur durende treinreis, verschenen de eerste zonnestralen boven de eindeloze dennenbossen van het land waar ik het afgelopen jaar heb geleefd.

In Helsinki stapte ik over op de pas geopende lijn naar het vliegveld, wat me een busreis en een uur scheelde. Zonder deze treinverbinding had ik niet op tijd op het vliegveld kunnen zijn en had ik een dag eerder naar Helsinki moeten komen – met alle prijzige gevolgen van dien. Maar nu was ik er net op tijd en kon ik met mijn boarding pass meteen door naar de gate. Tenminste, als mijn vlucht niet anderhalf uur vertraagd was. Helsinki-Vantaa is best een mooi vliegveld, maar wel dure chocola.

dsc03152

Enkhuizen vanaf het beste uitzichtspunt, volgens Nina

Ondanks de vertraging was het een comfortabele vlucht. In plaats van een broodje kregen we een bakje pasta (Italiaanse, geen chocolade-) en een koekje, en ondanks dat ruim de helft van de passagiers hun aansluiting op Schiphol miste, leek iedereen te vertrouwen op een goede afwikkeling in Amsterdam. Evengoed was ik blij dat Amsterdam mijn eindbestemming was wat vliegen betrof.

Ik kwam bij gate 4 naar buiten en vond mijn ouders bij gate 2. Niemand snapt de aankomsthal van Schiphol. Ik had ze in augustus nog gezien, maar evengoed was dat alweer lang geleden. We sprongen in de auto en waadden door de spits heen naar Enkhuizen. Het zag er precies hetzelfde uit als ik me herinnerde, alleen echter. Levender. Opeens waren overal weer de historische straatjes, de kale winterbomen en de kerstverlichting van de oude stad. Na een jaar vervagen herinneringen blijkbaar genoeg om alles méér te waarderen dan ooit.

dsc03150

Ze noemen het Lichtjesavond, maar er is vooral duisternis

Dit weekend besteed ik aan spullen uitpakken, langzaam wennen aan het feit dat ik weer even in Nederland ben, en familie bezoeken. Zaterdagavond ging ik met pap naar de Lichtjesavond langs de grachten van Enkhuizen, en zondag dwong ik mezelf te beginnen met mijn volgende vertaalproject. Het is moeilijk daar motivatie voor te vinden als ik op vakantie ben, en als er weer zoveel vrienden om me heen zijn die ik zo lang al niet heb gezien. Ik heb nog een volle planning voor de boeg, dus tot zo allemaal!

Een kijkje achter de schermen

Het lijkt ondertussen een trend te zijn dat er in oktober, november en december niks gebeurt. In 2014, toen ik met deze blog begon, schreef ik in december een absurdistische allegorie over een scriptietrein en in 2015 schreef ik in die periode over het bezoek aan een metaforische kloof en de betekenis van vriendschap. Vorige maand schreef ik over Maskerval, en deze maand schrijf ik, in plaats van absurdisme, een metablogpost. Welkom achter de schermen.

dsc03111

Lege parkeerplaatsen van grote supermarkten zijn altijd een soort magische, mysterieuze plaatsen. Sorry voor de vage foto; mijn fotografeerskills bereiken hier hun limiet.

Ik ben nooit goed geweest in blogposts schrijven – het is te non-fictie – maar in de 28 blogposts die ik de afgelopen 25 maanden heb geschreven, heb ik toch een soort routine ontwikkeld. Als je het maar vaak genoeg doet, wordt je er blijkbaar vanzelf beter in.

Mijn proces begint met het materiaal: de reis waar ik over ga schrijven. Of dat nou een echte, fysieke reis is of een psychologische, is niet belangrijk. Vaak is het een combinatie van beide, want puur fysiek of puur psychologisch vind ik lastig om boeiend te maken. Om deze reden heb ik altijd mijn fototoestel bij me, want wie weet wanneer er zomaar iets blogwaardigs kan gebeuren? Zelfs als ik niet op reis ben, is er genoeg moois om me heen om een blogpost mee te verrijken; of dat nu een babysneeuwpop is die veel schattiger werd dan verwacht, een zonsondergang om half drie ‘s middags, of een sneeuwstorm om middernacht.

dsc03120

Een sneeuwpopje die bezorgd is om mensen.

Als ik mijn reis heb gemaakt en de foto’s op mijn laptop heb gezet, vind ik het belangrijk om af te bakenen waarover ik wil schrijven. Het is onmogelijk om álles van een reis te beschrijven, want blogposts moeten geen rapporten van boeklengte worden. Er moet ook nog wat snelheid en lijn in zitten, want dat leest fijn. Meestal wacht ik een paar dagen na de reis met schrijven, zodat ik even de tijd kan nemen voor dat afbakenen. Dat is vaak een grotendeels onbewust proces, dus wat ik in de tussentijd ook doe: het afbakenen gebeurt toch wel.

Maar soms is de reis al afgebakend genoeg van zichzelf, zodat ik gewoon meteen mijn blogpost kan schrijven. De blogpost over Juhannus afgelopen juni had bijvoorbeeld geen afbakening nodig: dat was al een vrij rechtlijnige reis. Meestal begin ik dan ‘s ochtends te schrijven, als mijn concentratievermogen en creativiteit op een hoogtepunt zijn. Als ik klaar ben, laat ik het even rusten. Aan het einde van de middag lees ik het nog een keer door, verbeter ik de vele ongelukkige verwoordingen en onuitgewerkte ideeën, en upload ik het zodat u ook van mijn avonturen kunt genieten.

dsc03127

De schrijver is druk bezig. Vooral met zijn thee.

Door de jaren hebben het proces en het eindresultaat behoorlijk wat ontwikkelingen doorgemaakt. De meest zichtbare is het ontwerp van mijn blog: foto’s zijn nu groter en staan niet meer in de kantlijn weggepropt alsof we nog in de jaren negentig leven, en er staan nu links naar mijn boeken op mijn blog. Aan de rechterkant. Die ronde dingen. Klik erop. Nu. Ik wacht wel.

dsc03110

Dit is mijn wachtafbeelding.

Minder opvallende veranderingen hebben te maken met mijn persoonlijke ontwikkeling en mijn ontwikkeling als schrijver. Ik begon mijn blog in september 2014, aan het begin van het einde van mijn Mieke en mijn relatie, en tijdens dat proces heb ik veel inzichten opgedaan. Over hoe de wereld werkt, mijn rol in de samenleving, en, natuurlijk, wie ik zélf ben, zonder me constant met iemand anders te vergelijken. Maar ik zal niet te veel in herhaling vallen.

Als schrijver heb ik deze afgelopen twee jaar mijn lezers beter leren kennen en mijn gedachten duidelijker leren ordenen. Waar Where Frogs Whistle and Tadpoles Sing een willekeurig samenraapsel aan thema’s en metaforen was, is Hunting the Echoes een stuk gestructureerder en gemakkelijker te lezen. En Maskerval is, als ik mijn proeflezers tot dusver mag geloven, nóg beter. En ook mijn blogposts meanderen minder. Waar ik begon als ietwat egocentrische, richtingloze schrijver, heb ik nu een stuk duidelijker besef van mijn lezers en mijn richting. En ik ben natuurlijk nog steeds aan het leren. Kortom: deze blog beginnen was één van mijn beste keuzes ooit. Bedankt dat u mee blijft lezen.

dsc05768

Ik hoop dat jullie van foto’s tegen de zon in houden.

Volgende maand komt er weer wat over een échte reis. En ik ga mijn best doen in 2017 deze trend van een leeg laatste kwartaal te doorbreken!

De wereld achter het masker

Een paar maanden geleden heb ik voor het eerst geschreven over Maskerval, mijn eerste Nederlandstalige fantasyroman in prozavorm. Er is nog steeds geen makkelijkere manier waarop het mijn eerste roman kan zijn. Maar ondanks dat Maskerval al het vijfde grote verhaal is dat ik heb geschreven, voelt het nog lang niet als een routine. Schrijven is nog steeds net zo’n groot avontuur als toen ik dertien jaar geleden de eerste woorden voor mijn (inmiddels klassieke) sci-fitrilogie op papier zette. De tweede revisie van Maskerval zit er bijna op, dus sta me toe er wederom een enthousiaste blogpost over te schrijven.

Zoals in de vorige blogpost beloofd, gaat het revisieproces moeizaam. Na mijn achronologische schrijfproces is het een behoorlijke uitdaging gebleken om de verschillende delen van het verhaal soepel in elkaar te weven. Maar het is ook een lonend proces, want langzaam maar zeker verdwijnen al mijn onzekerheden. Waar het verhaal eerst fragmentarisch, schokkerig en onverenigbaar was, is het nu een vloeiend geheel waarin de verschillende hoofdpersonen elkaar ook echt aanvullen. Tenminste, dat denk ík. Maar ik besef dat ik een stuk meer weet over het verhaal dan mijn lezers, dus ik kan nooit helemaal objectief zijn. Wat denk jij?

dsc03058

In Maskerval is zo’n grotopening zeldzaam.

In een notendop

Diep in de duistere grotten van de wereld ligt het dorp Eskergaard. Het is een onbeduidend mijnwerkersplaatsje dat alleen wordt bezocht door handelsreizigers en filosofen. Maar als de sauvanen en hun onsterfelijke slaven opeens genadeloos binnenvallen, krijgt het zwartgeblakerde stukje grot dat overblijft een onmiskenbare plaats in vier levens.

Tati, een oude lantaarndrager in Mergeloord, krijgt na lang wachten eindelijk een antwoord: Zijn vrouw was één van de slachtoffers in Eskergaard. Voor het eerst in zestig jaar is hij alleen. De wake kan beginnen.

Mevvis had niet het geluk te sterven in Eskergaard. Als ondode slaaf zwoegt ze in een oliemolen van de sauvanen. Ze heeft alles verloren. Alles, behalve een doel, want de sauvanen zullen boeten.

Metsa was generaal. Tot ze de slag bij Eskergaard verloor. Ze is diep gevallen, en de bodem is nog lang niet in zicht. Ze begint te twijfelen of er wel een bodem bestaat.

Krijn is een handelaar die Eskergaard wist te ontvluchten, maar niet zonder kleerscheuren: een dodelijke ziekte woedt door zijn lichaam. Zijn enige hoop op genezing is een gerucht over de zeldzame kroonvalken die buiten de wereld leven.

Maskerval is het emotionele, fantasierijke verhaal van een lantaarndrager, een lerares, een strijder en een handelaar die zoeken naar warmte in het eindeloze grottenstelsel van een lege wereld.

dsc01078

Dat lijkt er meer op! Eindeloze druipsteenformaties in de duisternis.

Een reflectie

Oké, het is maar een versie van de flaptekst, maar het geeft in ieder geval een beeld van waar het verhaal over gaat. Het thema verlies, en hoe daarmee om te gaan, is iets wat de afgelopen jaren mij persoonlijk ook behoorlijk heeft beziggehouden. Wat betekent het om mensen of tijden te verliezen? Wat moeten we vinden van dingen verliezen? In deze tijd – waarin er dankzij het internet steeds minder verloren gaat, vooral wat betreft vriendschappen, kennis en herinneringen – is het moeilijk om te weten wat verlies inhoudt. Ik (of misschien wel mijn hele generatie) doet het te weinig om te weten wat ik ermee aan moet. Natuurlijk, verlichting is alles loslaten, en dat is ook een geruststellende gedachte, maar dat betekent ook dat verlichting niks beleven is. Want er is niks wat je kunt doen zonder iets te verliezen.

Het thema neemt verschillende vormen aan in het verhaal. Verlies van het zelf, van het verleden en van de toekomst wordt samengeweven in verschillende brouwsels voor de personages.

dsc02064

In de eindeloze grotten van de wereld van Maskerval kun je genoeg verliezen, zoals je gevoel voor diepte.

Tati was vanaf zijn zestiende samen met zijn vrouw: zo’n zestig jaar lang. Dat is een tijdspanne die ik (met mijn 26 jaar) niet eens kan overzien, maar ik heb wel een relatie van (effectief) ruim de helft van mijn leven gehad. Als na zoveel tijd opeens de persoon die het dichtst bij je stond, waarmee je de wereld ontdekte en waarmee je een leven hebt opgebouwd, verdwijnt, hoeveel van jezelf verdwijnt er dan? En wat blijft er over?

Misschien verliest Mevvis wel het meest. Natuurlijk alles dat en iedereen die ze ooit kende, maar ook zichzelf: de toekomst die ze had en het lichaam dat ze zo goed kende. Ze heeft alleen nog haar herinneringen, en de kennis dat ze Mevvis is. Maar hoeveel betekent die kennis als je alles achter je laat en compleet opnieuw moet beginnen? Wie ben je nog, als er niemand is die jou kent?

Metsa had veel te verliezen, maar verliest, in vergelijking met de rest, niet zoveel. Alleen haar rang als generaal. Natuurlijk is het vervelend om een carrière in rook op te zien gaan, maar ze leeft tenminste nog, en haar familie ook. Maar wie zijn wij om te zeggen wat ‘veel’ verlies is? Het verlies van een carrière of een droom zou voor de één wel net zo erg kunnen zijn als het verlies van een partner of de toekomst voor een ander. Waarom denken we dat we kunnen oordelen over de verliezen van anderen?

En Krijn verliest, naast zijn handel, zijn toekomst. Plotseling staat er een klok op zijn leven, en plotseling is de tijd bijna op. En zonder toekomst is alleen nog maar het verleden over. Als het leven een verhaal is, is dit het slot. Maar hoe sluit je een verhaal van een leven lang af? Sluit je dat überhaupt wel af? Wanneer begin je aan het slot?

dsc02333

Het daglicht dat je nodig hebt om dingen te zien, is altijd lang onbereikbaar, maar dat is alleen omdat, als het donker is, je het al van zo veraf kunt zien.

Nou, nu dus. Van deze blogpost. Het enige wat mij nog rest is de verzekering dat ondanks dat het verhaal over verlies gaat, er evengoed genoeg te lachen valt. Ik zou hier nu een sterke one-liner quoten, maar eigenlijk moet je daarvoor gewoon het boek lezen.

Of proeflezen.

 

De eerste herfstdag

De herfst is goed onderweg en alles is weer begonnen. School, werk, de D&D-sessies en de diners, maar het is ook aftellen, want eind november moet ik een samenvatting van mijn onderzoek inleveren om te mogen presenteren op een conferentie, en ik heb mijn vliegtickets naar Nederland geboekt voor kerst en de verjaardagen.

Eigenlijk was het voor veel van die dingen gisteren het officiële begin. Voor de herfst, natuurlijk, toen er voor het eerst een rood blad in mijn gezicht waaide, maar ook voor mijn onderzoek, mijn Finse lessen en de diners.

dsc03075

Brace yourselves, autumn is coming

Gistermiddag begon met het eerste gesprek met mijn nieuwe PhD-begeleider, die het in de orkaan van alle veranderingen op de universiteit eerder nog te druk had. Die orkaan is niet alleen het gevolg van het plotselinge pensioen van mijn vorige begeleider (zodat 10 PhD-studenten nieuwe begeleiders moesten krijgen), maar ook van de reorganisaties op de universiteit (de talenafdeling wordt overgeplaatst naar Jyväskylä, 300 km verderop, maar niemand weet hoe of wanneer) en van het nieuwe schooljaar met een vertaalwetenschapper minder (zodat mijn begeleider nu 25 masterscripties moet begeleiden).

Zelfs mijn positie als onbetaald (door de universiteit) PhD-student is niet zeker, als Jyväskylä bijvoorbeeld besluit dat ze geen vertaalafdeling willen. Maar voorlopig ga ik gewoon door, want die overplaatsing heeft een overgangsperiode van járen en mijn begeleider is enthousiast over wat ik doe. Ook al heeft hij volgens mij nog niks gelezen. Niet dat ik totdat hij wat leest, niet genoeg te doen heb, want ik moet dus een abstract regelen vóór eind november, en daarvoor moet ik onderzoek doen. En een onderwerp hebben voor de bijbehorende presentatie. Dus nu ga ik eindelijk eens écht liedjes luisteren.

dsc03089

Ja, dat is “Do You Want to Build a Snowman” in Guitar Pro. Ja, ik ben er trots op.

Na dat gesprek had ik mijn eerste les Fins van de herfst: een bijeenkomst waar vooral werd uitgelegd wat we de komende twee maanden gaan doen. Met mijn language buddy moeten we vier uur per week onze talen oefenen – zij Engels zodat ik kan zeggen wat ze fout doet, en ik Fins zodat zij kan zeggen wat ik fout doe – dus nu heb ik eindelijk de kans wat Finse spreektaal te leren! En überhaupt te leren spreken. En, nog belangrijker, te leren luisteren, want Fins verstaan is nog wel mijn grootste struikelblok. Ze mompelen zo snel!

Toen ik gisteravond thuis kwam, uitgeput van al die spannende dingen (ja ja, noem me een watje), was één van mijn huisgenoten zijn befaamde (lees: beruchte) soep des doods aan het koken. Hij noemt het kippensoep, maar de smaak van de kip verdronk in de Carolina Reaper, wat blijkbaar de heetste chili ooit is. Toen ook mijn andere huisgenoot kwam kijken waarom zijn ogen zo traanden tijdens het gamen, namen we allemaal een kommetje soep (waar we drie jaar mee deden) en begonnen we aan de volgende gang: pulled pork van de tweede huisgenoot. Daar waren we de rest van de avond zoet mee (tijdens het Rush luisteren, want de soep des doods geeft een behoorlijke adrenalinerush, dus één en één is twee), voordat ik uiteindelijk weer in mijn kamer kwam. Exeunt lange dag.

dsc02869

Nope, nog geen sneeuw

Ongemerkt maar plotseling is dus de zomer voorbij. Ik heb weer een dagbesteding en al mijn vrienden zijn weer terug in Vaasa. Opeens leer ik weer nieuwe mensen kennen (zelfs in Helsinki dit keer) en zit ik weer uren op kantoor. En het is best fijn om dingen te moeten doen, als je wilt, en om contact te hebben met mensen. Al is het maar omdat het dan voelt alsof er weer vooruitgang in mijn leven zit. Maar dat is niet de enige reden waarom het zo goed voelt om te onderzoeken en te schrijven en te leren en te spelen: het is ook gewoon een afwisselendere en vervullendere dagbesteding dan alleen maar The Office binge-watchen.

Hoewel dat ook een goede show was.

 

Aan de Kust

Nadat ik anderhalve week ziek was geweest, kwamen zondag twee weken geleden m’n ouders aan in Vaasa. Geen correlatie. Ik had ze ruim zeven maanden niet gezien, maar het was meteen weer vertrouwd en natuurlijk. En gisterochtend heb ik weer afscheid van hen genomen in Helsinki.

DSC02954.JPG

Ouders in Finland!

De eerste drie dagen van onze gezamenlijke vakantie verbleven we in Vaasa, waar ik nog even rustig de laatste stuiptrekkingen van m’n ziekte kon bevechten terwijl we de toeristische hotspots van de stad afgingen. M’n ouders hadden ook al m’n spullen mee die ik in januari niet zelf had kunnen meenemen, en nog veel meer. Ik kan nu weer m’n eigen dobbelstenen werpen, m’n zomerjas dragen en gitaar spelen op twee gitaren tegelijk. Niet dat ik dat laatste echt kán, maar als ik het kon, zou het kunnen.

Onze eerste stop na Vaasa was vuurtoren-turned-hotel Kylmäpihlaja, op een rotsachtig eilandje halverwege de Botnische Golf. Een klein bootje doorkliefde drie kwartier lang de woeste golven voordat we wankelend aan wal stapten. ‘s Avonds genoten we van de eenzaamheid en de zonsondergang, en de volgende dag wandelden we drie keer het eiland rond voordat de boot ons weer kwam ophalen. Een fotogeniekere plaats heb ik zelden aangedaan.

DSC02960

Oké, er waren ook wat planten aan de andere kant van het eiland.

Van de eenzaamheid vielen we binnen in de drukte van Turku, de vroegere hoofdstad van Finland (voordat de Russen de Zweden vervingen als overheersers en die het onbeduidende dorpje Helsinki wel een chille plaats vonden om als hoofdstad te dienen). Het kasteel en de kathedraal, beiden ouder dan alles wat ik tot dan toe in Finland had gezien, waren indrukwekkende hoogtepunten, net als het hotel (zesde verdieping) en het verplicht enorme marktplein vol disco’s en overdreven opgemaakte jeugd op vrijdagavond.

Na drie dagen Turku was het weer tijd voor wat ontspanning in de natuur: het obscure Teijon Kansallispuisto (een nationaal park wat vooral een afgebakend stuk bos en meren was). We sliepen in een enorme B&B verspreid over zes houten gebouwen tussen de bomen. Tijdens onze vrije dag scheen de zon harder en onbelemmerder dan ooit tevoren, maar in het bos was de herfst al in opmars. We namen deel aan traditionele Finse herfstactiviteiten, zoals paddenstoelen plukken (waar wij het ‘plukken’ vervingen door ‘fotograferen’).

Paddenstoelencollage

Ik kom niet verder dan ‘paddenstoelen’

Uiteindelijk eindigden we onze reis langs de kust in Helsinki. Hier was ik tot nu toe alleen nog maar bij het station geweest, wat een erg fijn gebied is. En het blijkt dat die trend in de rest van de stad ook is doorgezet. Alles in het centrum valt te belopen, van de met verbazend veel goud belegde evangelische dom tot de met natuurlijk veel goud bedekte Russisch-orthodoxe Oespenskikathedraal, en van het enigmatische Sibelius-monument tot de eigenzinnige rotskerk. Geen idee waarom er nooit aanbiedingen naar Helsinki zijn: het is er zeker prachtig genoeg voor.

DSC03046.JPG

Ik heb voor deze gekozen, want hier was het mooier weer

En sfeervol genoeg. De hoofdstad is knus en hier en daar heerlijk studentikoos, dus ik voelde me meteen op m’n plaats, zelfs toen we per ongeluk in een hippe yuppentent belandden om te lunchen. Blijkbaar bestaat er ook zwarte aioli, en blijkbaar gaat dat goed samen met inktvis.

Na een tour van de hoogtepunten (ja, ook inclusief het fort, mocht iemand bezorgd zijn), splitsten onze wegen zich vanochtend weer op het treinstation. Ik ging terug naar Vaasa (en ik heb m’n boek nu bijna uit), en m’n ouders zijn momenteel per boot onderweg naar Travemünde (en daarna huis).

DSC02959.JPG

Ik zie de boot ook niet, maar ik zat ook al in de trein

Ik had verwacht dat het moeilijk zou zijn om alleen met m’n ouders op vakantie te gaan, zonder Jord en Nien om de generatiebalans wat recht te trekken. Maar er was weinig moeilijks aan. Het was vooral een heel ontspannende reis – ondanks het soms wat beangstigende richtingsgevoel van zowel pap als mam. En ook een humorvolle reis, zij het ten koste van één van m’n ouders of van mij. Ik denk dat we steeds beter met elkaar leren omgaan: zij met mijn introversie en ik met hun ‘volwassenheid’. Niet dat zij introverter worden of ik volwassener, maar wel dat we allemaal leren. Eigenlijk zoals altijd.

Zelfs als je soms denkt dat er niks meer is om te begrijpen.

 

De Race naar het Noorden

De toeristen op de klif zijn speeltjes in de wind. 300 meter onder hen slaat de Barentszzee woest uiteen op de rotsen. Normaal zou ik aan de rand ronddansen en eindeloos naar de lage wolken staren. We zijn er! Maar in plaats daarvan neem ik nog een slok warme chocolademelk en lees ik verder in The Martian.

DSC02912

Op de noordpool is alleen maar water

Ondanks dat het middenin de zomer is, is het ijzig koud op de Noordkaap. Kouder nog dan Jordi en ik hadden verwacht. Oké, de rotspunt ligt dan ook 1200 kilometer ten noorden van Vaasa en torent uit boven de uitgestrekte zee die Europa van de Noordelijke IJszee scheidt. Alleen Spitsbergen ligt nog tussen ons en Canada in. In navolging van onze roadtrip vorig jaar door het Verenigd Koninkrijk, besloten Jordi en ik dat dit jaar te doen in Fennoscandinavië. En het noorden lonkte.

Toen Jordi hier op vrijdag aankwam, had hij er al een reis op zitten van 2000 kilometer met de trein, het vliegtuig en de nachtbus. Om even bij te komen, bezochten we de universiteit en de nieuwste koffietent van Vaasa. ‘s Avonds zochten we de zon op in het park, want die zou de komende dagen zeldzaam zijn. Althans, dat dachten we.

DSC02882

Het levendige stadscentrum van Rovaniemi

De eerste stop op onze reis was Rovaniemi, de hoofdstad van Lapland en één van de noordelijkste plaatsen die het treinnetwerk van Finland aandoet. Via Seinäjoki, iets ten zuiden van Vaasa, en Oulu, stapten we na acht uur reizen uit op een zonovergoten perron. Zwetend marcheerden we de heuvel op naar het hotel, en daarna de stad in voor een maaltijd. Rovaniemi is een hotspot voor toeristen, maar niet nu. In de 30 graden die het beboste stadje teisterde, was het moeilijk om de posters voor rendiersafari’s en het dorp van de Kerstman er onaantrekkelijker uit te laten zien.

Rovaniemi is waar we het openbaar vervoer achter ons lieten. Na een nacht zonder deken te hebben geslapen (mijn eerste in Finland) en een enorm ontbijt van pap, yoghurt en Karelische pasteitjes, haalden we de huurauto op. Afgezien van een ritje naar de dierenarts negen maanden geleden, had ik al minstens twee jaar niet meer aan de rechterkant van de weg gereden. Maar ik kroop achter het stuur en was de stad al bijna uit voordat we ons herinnerden dat we eigenlijk een automaat hadden moeten krijgen. In de rust van de Lapse zomer was het makkelijk om te wennen.

DSC02917

En dat kronkelt maar…

Onze volgende halte was de arbitrair gekozen camping van Stabbursdalen, Noorwegen. Het was een rit van zeven uur, en omdat we de auto pas halverwege de middag op konden halen, kwamen we rond negen uur ‘s avonds aan. De zon scheen nog altijd even fel maar de temperatuur was flink gedaald. Ondanks dat ik slechts tweeëneenhalf jaar geleden het slapen in een auto voorgoed afzweerde na de dramanachten op Tasmanië, sliepen we in de auto. Dit keer hadden we twee slaapzakken in plaats van één. Dat was dan ook het enige. Nogmaals: nooit weer!

Uitgeput ontbeten we uiteindelijk met onze voorraad brood, jam en mueslirepen, en we vertrokken vroeg naar de Noordkaap slechts drie uur verderop. We passeerden duidelijke lijnen: dennen en berken werden steeds kleiner en zeldzamer, kliffen werden hoger en het water werd dieper. De weg kronkelde eindeloos voor ons uit, door grotten, langs kuddes rendieren en over kale hoogvlaktes. Aan het einde keek een glazen complex uit over de zee in de diepte. Waar we 24 uur geleden nog zwetend door de zinderende straten van Rovaniemi slenterden, beenden we nu met onze armen om ons heen geslagen langs de klif.

DSC02910

Terug naar het begin: we zijn er!

In het complex zijn musea, voorstellingen, een souvenirwinkel en een uitkijkpunt. We bezochten alles op ons gemak en namen uiteindelijk plaats in het restaurant voor de lunch. Het was tijd voor iets anders dan droog brood en jam. De volgende dag reizen we terug van Stabbursdalen naar Rovaniemi, en die daarna verder naar Vaasa. En waar het daar voor mij stopt, gaat Jordi nog door naar Groningen. Gemiddeld zeshonderd kilometer per dag, twee dagen slapen op autostoelen, drie dagen autorijden en twee volle dagen treinreizen, maar we zijn bij de Noordkaap geweest. Het was koud en winderig.

DSC02891

En dat hobbelt maar…

Nou ja, dat, en geweldig indrukwekkend, vervreemdend, groots en uitgestrekt, leeg en verlaten maar heerlijk rustig en kalmerend. De zon gaat pas weer begin volgende maand onder en de zee reikt tot aan de andere kant van de wereld. De wind en wolken gieren dicht over het mos en tussen de rotsen door. Natuurlijk is het toeristisch – veel te toeristisch – maar zelfs dat heeft zijn charmes op zo’n afgelegen plek. Wat dóén al die mensen daar?

Misschien ook wel The Martian lezen. Goede scifi hoor, maar het eindigt wel abrupt.DSC02902

Boogschutters, vreugdevuren, zwaardgevechten

Waar in Nederland kerst het grootste feest van het jaar is, is dat in Finland het midzomerfeest, Juhannus. Niilo, één van de jongens waarmee ik GURPS speel (een soort D&D, red.), nodigde me uit om het Juhannusweekend in het landhuis van zijn ouders door te brengen. Dus dat kon ik, wild feestbeest en extravert bij uitstek, natuurlijk niet afslaan.

Op vrijdag lever ik m’n laatste vertaling in, schrijf ik een paar regels aan m’n verhaal en spring ik de auto in. Mikko, iemand anders waarmee ik GURPS, heeft aangeboden dat ik mee kan rijden (en gids kan spelen). Het landhuis is zo’n uur reizen door de akkers, moerassen en dennenbossen van het Finse binnenland. Het laatste stuk gaat over een kiezelweg met meer kuilen dan kiezels. We worden opgewacht door Finnen met sombrero’s en luchtbuksen. Terwijl de helft van de groep hun geweren op de lege bierblikjes richt, ontfermen Niilo, Mikko en ik ons over de pijl en boog. Het zet de toon voor een weekend vol middeleeuwen.

DSC02750

Zomaar een landhuis in een bos. Het schijnt dat de omgeving een dorp is.

Het schijnt illegaal te zijn om in Finland te wonen zonder naar de sauna te gaan, en het toeval wil dat er in de schuur één is. Voor de tweede keer in twee weken stap ik over een saunadrempel en zweet ik méér dan ik dacht dat mogelijk was. Nauwlettend volg ik de sauna-etiquette op die ik heb geleerd: je drinkt bier, je gebruikt, indien aanwezig, een vihta (een bosje berkentakjes), en je verlaat de sauna niet als eerste. Blijkbaar ben je dan een watje. Niet dat ik het heel erg vind om een watje te zijn, maar het viel goed vol te houden daarbinnen.

Na een paar keer naar binnen en naar buiten te zijn gelopen, trekken we naar de barbecues. Grijze rookpluimen wervelen omhoog tussen de diepgroene varens en bomen. Ik had mijn inkopen gebaseerd op mijn ervaringen met Nederlandse barbecues, en dat blijkt verstandig te zijn geweest. De tafel bezwijkt bijna onder de bergen vlees. In de keuken snijd ik m’n ciabatta open, leg ik m’n blauwkaas op een schoteltje en besprinkel ik m’n zoeteaardappelwedges met rozemarijn en honing. Het wordt met argwaan bekeken maar gretig weggewerkt.

DSC02759

En dat ondanks dat je in Finland minstens drie euro per pakje worstjes betaalt…

Als het vuur van de barbecue wegkwijnt, ontvluchten we de kou. Het is 12 uur ‘s nachts en de zon begint onder te gaan. In één van de kamers staat een piano, dus ik speel Plainsong van The Cure en iets van Banjo-Kazooie (want meer kan ik niet) terwijl we de Brexit en de geschiedenis van Finland bespreken. Het is heerlijk om zo vlak na het referendum in Groot-Brittannië een paar dagen zonder internet te zitten. Mis ik tenminste het heetste van de explosie aan ongecontroleerde emoties en word ik zelf niet zo meegesleept in de frustratie.

Rond een uur of 3 gaan we naar buiten voor Juhannuskokko, het traditionele vreugdevuur om kwade geesten te verjagen. De temperatuur is flink gedaald en het duurt nog zeker een half uur voordat de zon opkomt. Maar het duurt niet lang voordat het te warm is voor m’n vest. Met elke windvlaag raast het vuur krakend omhoog en spuwt het flarden as de lucht in. Net als de stapel brandhout weg is, schijnen de eerste zonnestralen van zaterdag achter het huis vandaan. We gaan even slapen.

DSC02786

Daar gaan de boze geesten!

Om 1 uur ‘s middags kan ik niet langer in bed blijven liggen. Niet dat ik ondertussen niet ben gewend aan slapen terwijl de zon op is, maar de kamer is bijna heter dan de sauna gister. Niilo besluit een tweede houten zwaard te maken, en Mikko en ik fietsen de twee kilometer naar de enige open supermarkt in de wijde omtrek. Meer kaas en brood voor de barbecue vanavond. Als ik op de mountainbike spring, besef ik hoe erg ik fietsen heb gemist.

Met Finse blauwkaas (Aurajuusto), roggebrood, en een spannend rond brood met een gat erin, komen we terug bij het landhuis. Terwijl Niilo het zwaard afmaakt, bereidt de rest de barbecue voor. Dit keer eten we op de veranda achter het huis, waar we uitkijken over een stuk verwilderd bos en de rivier erachter. Na het eten houden we een houtenzwaardentoernooi om al dat vlees en die kaas te laten zakken.

Sword-fighting collage

Volgens mij zou ik een goede ridder zijn geweest. Of in ieder geval een goede zwaardvechter.

Als het te bewolkt en koud wordt om buiten te zitten, verplaatsen we ons naar de woonkamer. De film (A Lonely Place to Die) is verrassend goed voor een willekeurige film op TV. Vast omdat het geen Hollywoodfilm is. Om half 1 gaan we vroeg naar bed en de volgende ochtend word ik vroeg gewekt door de zon. Ik pak m’n spullen in, lees wat pagina’s uit Viisi Viikkoa Ilmapallossa (van Jules Verne) en Conrad’s Fate (van Diana Wynne Jones), en loop een rondje door de bossen. Als Mikko en de rest wakker worden, stappen we weer in de auto. Terug naar Vaasa.

Geschaafd, lekgeprikt, verbrand en gevolgd door de geur van houtvuur kom ik thuis. Ondanks dat het heerlijk is om binnen en alleen te zijn, ging het weekend te snel. De buitenlucht, de bossen en de middeleeuwse sfeer waren een geweldige afleiding voor het onderzoek doen en de digitale wereld van alledag. En voor een paar dagen was het slaapgebrek geen probleem. Toch is het ook wel fijn om me weer op m’n onderzoek en m’n schrijfwerk te kunnen richten. Die digitale wereld geeft iets meer controle, en dat is een illusie die soms nog best comfortabel is. Maar ik blijf me afvragen wat Conrads fate nou was.

DSC02777

As danst in het ochtendgloren.